14 juli 2018

Geodicht





De fabrieken aan de Zaan
Sommige blijven altijd staan

Andere gaan door kolossale zwakte
Op een dag tegen de vlakte

Te groot, te leeg, geen nieuwe koper
Dan resteert nog slechts de sloper

Intussen ligt bij de makelaar
Een glimmende brochure klaar

Staat op het industriële puin 
Straks uw nieuwe achtertuin?

Weer wat Zaankant ingelijfd
Maar de geur van zetmeel blijft




9 juli 2018

Hier wordt Nederlands gesproken


De Kinkerstraat

Als je door de Kinkerstraat loopt, de lange winkelstraat die vanuit de binnenstad dwars door Amsterdam-West snijdt, kun je met gemak zes of zeven verschillende talen opvangen. Aan het ene uiteinde van de straat klinkt soms nasaal Portugees, het gevolg van een clustertje Braziliaanse winkels en horeca. Af en toe hoor je nog Turks, Arabisch of Nederlands met Amsterdamse tongval, want ondanks de verhipping heeft de straat haar volks-multiculturele karakter nog niet verloren. Geldtransferwinkels, kledingherstellers en massagesalons staan gebroederlijk naast de Action, de Blokker en het Kruidvat. Naarmate je dichterbij het centrum komt, neemt de kans toe op Frans, Spaans of Italiaans van toeristen.

Er zijn ook dagen waarop Engels de meest gehoorde taal is. Soms met een Amerikaans of Brits accent, maar vaker het internationale Engels dat in gemengde gezelschappen als voertaal dient. Het cliché dat Nederlanders steenkolenengels spreken, gaat in Amsterdam al lang niet meer op. Wat eerder opvalt, is hoe belachelijk goed het Engels van veel jonge Nederlanders is; je moet je best doen om nog een spoortje polderaccent te traceren. Steeds meer restaurants en winkels houden het bij Engels op de krijtborden. ‘We are proud to serve local products’.

Het is vooral hard gegaan sinds de opening in 2014 van De Hallen, de oude tramremise die is verbouwd tot cultureel centrum. Vanaf dat moment is dit deel van Oud-West een verlengstuk van de binnenstad geworden. Zo voelt het ook steeds sterker. Bij de Albert Heijn in de buurt staan plukjes jonge toeristen bij de kassa met kant-en-klaar sandwiches, vertwijfeld kijkend bij de vraag van de kassière of ze een bonuskaart hebben. Er werken Poolse vakkenvullers die je in het Engels moet aanspreken om de weg naar een product te vragen. (Ik was zo verrast dat ik spontaan begon te hakkelen op zoek naar de vertaling van ‘kersen op sap’).



En dan is er natuurlijk AirBnB. In mijn straat in de Baarsjes, een buurt even voorbij de Kinkerstraat, zijn voormalige sociale huurwoningen doorverkocht voor goud geld (denk aan twee-en-halve ton voor 50 vierkante meter, met dakterras mag je er nog een halve ton bijdoen). Daarin mag de eigenaar twee maanden per jaar ‘hotelletje spelen’, al lijkt niemand te controleren of twee maanden ook daadwerkelijk twee maanden is. Het aantal rolkoffers op straat neemt gestaag toe. Onlangs raakte ik in gesprek met de hoofdbewoonster van zo’n pand (of ze de eigenaar is, heb ik niet gevraagd). Het bleek een jonge Roemeense te zijn; goede baan bij een internationaal bedrijf, veel op reis. Het was een leuk gesprek, te leuk om te verpesten met kritiek op AirBnB. Verder dan een wat plagerig "so you are the hotel manager", wat ze wel grappig scheen te vinden, kwam ik niet. Er klonk ook een verontschuldiging die ik vaker had gehoord: ‘Sorry, ik spreek wel een beetje Nederlands, maar ik heb nog geen tijd gehad om het goed te leren’. Intussen dacht ze waarschijnlijk hetzelfde als ik: we redden ons prima met Engels, dus why bother?

Dan hebben we het dus over een heel doorsnee woonbuurtje, dat amper vijftien jaar geleden nog op de lijst van achterstandswijken stond. Verderop, in het echte centrum, is de verengelsing al veel verder gevorderd. Zodra ik de Singelgracht oversteek, krijg ik het gevoel in een soort internationale zone terecht te komen, met steeds meer kroegen, restaurants en winkels waarin Engels de voertaal is. Opeens sta je voor een afweging die een paar jaar geleden nog ondenkbaar leek: zal ik hier Nederlands of Engels praten? Het doet denken aan Brussel, waar je voortdurend probeert te achterhalen of een verkoper, serveerster of baliemedewerker tot de Nederlands sprekende minderheid behoort.

En het blijft niet bij horeca en winkels. Bij de bezetting in 2015 van het Bungehuis, een gebouw van de Universiteit van Amsterdam, werden de studenten (op hun verzoek) in het Engels toegesproken door burgemeester Eberhard van der Laan. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen dit voorjaar voerde de VVD campagne met If you love Amsterdam, vote VVD. Uitgebreid werden de standpunten in het Engels toegelicht op de website, met een nadruk op zaken als internationale scholen en een safe and clean city. Over immigratie en integratie, toch altijd belangrijke speerpunten van de rechts-liberalen, werd opvallend genoeg niets gezegd. Zolang je maar geld en Engels meebrengt, ben je van harte welkom. Maak je geen zorgen om de taal, wij passen ons aan jou aan.

Je kunt de aanwezigheid van Engels gemakkelijk afdoen als iets wat nu eenmaal bij een mini-wereldstad als Amsterdam hoort, iets wat er altijd al is geweest. Maar soms gaan ontwikkelingen zo snel, dat je nauwelijks doorhebt wat er precies aan de hand is. Bijvoorbeeld dat dit het begin is van een nieuw taalgebied: een zone, het centrum van Amsterdam met uitlopers, waarin Engels gestaag terrein verovert op Nederlands, net zolang tot het één van de voertalen in dat gebied wordt.

Moeten we er iets aan doen? De vraag is volgens mij eerder of we er iets aan kunnen doen. Natuurlijk moet je de woningmarkt reguleren, om te voorkomen dat de stad verandert in een beleggersparadijs vol tijdelijke woningen voor buitenlandse gasten. Je kunt regels bedenken die de verengelsing in het hoger onderwijs aan banden legt, zodat Nederlands behouden blijft als wetenschapstaal. Maar het zal niet voorkomen dat Engelstaligheid in de stad een permanent karakter krijgt. Een deel van de expats en internationale studenten zal hier blijven. De immigratie van ‘westerse allochtonen', al jaren de snelst groeiende groep in de stad, zal doorgaan. Steeds meer mensen zullen besluiten dat Engels de meest logische taal is om te gebruiken, omdat dat de taal is waarin je jezelf het best verstaanbaar kunt maken.

Regelgeving zal altijd achter de feiten aanhollen. Wat nu nog een tegemoetkoming is aan Engelstalige ‘gasten’ in de stad, zal verschuiven naar tweetaligheid. Tot er een punt wordt bereikt waarop het Nederlands een tegemoetkoming zal zijn aan de slinkende groep die daaraan hecht. De achterblijvers. De natives. Dan krijgen we bordjes met ‘Hier wordt Nederlands gesproken’. Of een apart symbool daarvoor, als teken van uitmuntende service.

Overdreven toekomstbeeld? Zo’n vaart zal het niet lopen? Dat dachten veel Brusselaars vast ook toen hun stadgenoten het Vlaams begonnen in te ruilen voor praktisch en statusverhogend Frans.

18 juni 2018

Kaartlezen (32) - Groeten uit de wereld



Bij het bezoeken van een populaire bestemming is het moeilijk om te ontsnappen aan rituelen die eraan herinneren dat je een toerist bent. In de rij voor een bezienswaardigheid. Om andere toeristen heen fotograferen, of zelf in de weg staan als een medebezoeker bezig is dat ene plaatje te schieten. Straatverkopers die je van grote afstand herkennen als mogelijke prooi. De laatste jaren zijn daar horecamedewerkers en lokale gidsen bijgekomen die je na afloop vragen om een goede recensie achter te laten op reissites als Tripadvisor. Ze doen het niet zomaar, want de kans is groot dat je vooraf zelf ook hebt gekeken op zo’n site. Het is de paradox van de vakantieganger: verrast willen worden, maar vooraf toch even opzoeken wat de leukste verrassingen zijn.

Dezewereldkaart (grote versie) laat zien wat volgens bezoekers van Tripadvisor, ’s werelds grootste website op het gebied van reisadvies, de beste bezienswaardigheid per land is. Vaak is het wat je verwacht: Machu Picchu in Peru, de Tafelberg in Zuid-Afrika, de Taj Mahal in India, het Rijskmuseum in Nederland. Soms verrassend (de Harry Potter Studio Tour in het Verenigd Koninkrijk, really?). En soms nieuwsgierig makend; de topattractie van Turkmenistan zou het “Door to Hell gas deposit” zijn. De bestemmingen zijn onderverdeeld in vier categoriën. Het hoogst scoren de natuurlijke  bezienswaardigheden, die vooral in Zuid-Amerika en sub-Sahara Afrika de kaart domineren. Daarna volgen de historische bezienswaardigheden, de algemene toeristische bestemmingen (waarmee ook musea worden bedoeld) en religieuze monumenten als kathedralen, moskeeën en tempels.

Een aardige dwarsdoorsnede van het wereldtoerisme. Er valt ook wel iets aan te merken op de kaart. Zo lijkt het wat willekeurig dat een historische binnenstad in sommige landen als zelfstandige attractie geldt, terwijl andere het met een meer specifieke plek moeten doen. Ook het gebruik van grijs voor een van de vier categorieën is minder goed gekozen. Op een kaart met kleuren staat grijs meestal voor ‘geen gegevens’ of ‘niet van toepassing’. Het mooie aan deze kaart is juist dat hij zo volledig is. Letterlijk elke zelfstandige natie doet mee. Van China, met de Grote Muur uiteraard, tot het het piepkleine Palau met Jellyfish Lake, waarin miljoenen goudkleurige kwallen rondzwemmen. Toerisme is overal. 




Verschenen in Geografie, juni 2018
www.geografie.nl

19 mei 2018

Geodicht





Distributiehuis met filialen
voor brengen en voor halen
Efficiënte uitwisseling
van mens, dier, plant en ding 
met China, Spanje of Stavanger

Maar we geloven het niet langer,
die eindeloze vlucht naar voren
Willen vogels kunnen horen
Steeds luider klinkt het luchtalarm:
Schiphol-Rijk, Nederland arm



13 mei 2018

Kaartlezen (31) - Een andere kijk op drukte



Welk land is dichter bevolkt, Nederland of Spanje? Het lijkt een uitgemaakte zaak. Nederland heeft meer inwoners per vierkante kilometer, dus is het dichter bevolkt. Toch valt er ook iets te zeggen voor Spanje. Als geheel is Spanje minder dichtbevolkt omdat er meer lege natuur is. Maar daar waar mensen wonen, zitten ze dichter op elkaar. Dat is goed te zien op een kaart die de bevolkingsdichtheid van elke vierkante kilometer weergeeft.

De Britse woningmarktonderzoeker Dan Cookson maakte een fraaie zoom map met behulp van Europese bevolkingscijfers uit 2011. Bij mij werkte het licht verslavend om te ‘reizen’ over de kaart en overal even te kijken hoe het met de bevolkingsdichtheid is gesteld. Je kunt inzoomen tot op straatniveau en door met de cursor boven een hokje te blijven staan, is van elke vierkante kilometer het exacte aantal inwoners zien. Wat de kaart ook aantrekkelijk maakt, is de slimme kleurkeuze: wit is leeg, blauw is koel, rood is warm en geel is gloeiend. De gele blokjes, die een vierkante kilometer met meer dan 10.000 inwoners weergeven, springen er duidelijk uit. Het patroon in elk land is dat de meeste grotere steden minimaal één geel blokje in hun centrum hebben - zo heeft Gent er één en Aken vier - en de echt grote steden een heel cluster. 

Per land zijn er ook verschillen. Spanje is de kampioen van de dichtheid: Madrid en Barcelona zijn zeeën van geel in een relatief leeg ommeland. Maar je vindt ook flink wat gele blokjes in Spaanse voorsteden en in kleinere stadjes. Een zelfde patroon van kleine stadjes met hoge dichtheid is te zien in Polen. Ook het dichtstbevolkte stukje Europa lag in 2011 in Spanje: in het centrum van Barcelona woonden 53.119 mensen op een vierkante kilometer.

En dat brengt ons op Nederland. De dichtstbevolkte vierkante kilometer ligt in de populaire buurt De Pijp in Amsterdam: 23.485 inwoners in 2011. Naast de vier grote steden hebben Arnhem (1), Delft (2), Groningen (1), Haarlem (2), Leiden (3) en Schiedam (2) gele blokjes op de kaart. Nederland mag dan als geheel een dichtbevolkt land zijn, als je kijkt naar onze steden dan valt het nog wel mee. Eindhoven, Tilburg en Nijmegen doen qua bevolkingsdichtheid niet mee in de Europese eredivisie en worden ‘verslagen’ door slaperige stadjes in Andalusië. Is dat nu goed of slecht? Het is in elk geval opmerkelijk. In het ruimtelijk beleid wordt al jaren geprobeerd om steden te verdichten. Binnenstedelijk bouwen krijgt de voorkeur boven nieuwe woonwijken in het weiland. Het zorgt voor veel discussie, waarin allerlei argumenten voorbijkomen. Verdichten heeft voordelen: het kan zorgen voor minder verkeer, spaart open ruimte, en het creëert een ‘kritische massa’ voor voorzieningen en ontmoetingsplekken. Maar er zijn ook bezwaren te horen: niet iedereen wil boven op elkaar wonen, en verdichting mag niet ten koste gaan van groen in de stad. De blokjeskaart van Cookson werpt een nieuw licht op het Nederlandse verdichtingsdebat. Misschien zijn we gewoon weinig gewend.

Verschenen in Geografie, mei 2018