Posts tonen met het label kaartlezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kaartlezen. Alle posts tonen

1 oktober 2018

Kaartlezen (33, slot) - Groen-Brittannië




Uitzicht vanaf een heuveltop over glooiende weiden gescheiden door heggen, hier en daar een boompartij en in de verte leigrijze rijtjeshuizen. Het is een iconisch beeld waarvan je meteen weet: dit is ergens in Groot-Brittannië. Of Britse steden mooi zijn, is een kwestie van smaak, maar de eilanders weten wel hoe ze de scheiding tussen stad en land moetenbewaren. Ook als je met de trein door het land reist, valt op dat de overgang tussen de bebouwing en het open landschap scherper is dan in bijvoorbeeld Nederland. De Britten waren er ook vroeg mee. De eerste plannen voor een groene bufferzone rond Londen dateren al van de jaren 1930. Vanaf 1947 is de green belt policy landelijk beleid. Er kwamen groene zones om de steden, waar grootschalige ontwikkelingen werden tegengehouden. Rond Londen was het doel het uitwaaieren van de stad te stoppen en woningbouw te concentreren in groeikernen op afstand van de stad, zoals Luton en Milton Keynes. Op andere plaatsen zorgden ze ervoor dat steden niet aan elkaar vastgroeiden, zoals rond Manchester, Leeds en Birmingham. In Engeland is 13% van het grondgebied green belt, in Wales en Schotland spelen ze een bescheidener rol.

Een planningssucces en een voorbeeld voor veel andere landen. Maar de green belt is zijn heilige status aan het verliezen nu een ander probleem zich opdringt: het tekort aan betaalbare woningen. In kosmopolitisch Londen, maar ook in andere Britse steden gaan de huizenprijzen door het dak en is een eigen huis vrijwel onbereikbaar geworden voor mensen met een gemiddeld salaris en zonder eigen vermogen. In elke Engelse stad heeft de gemiddelde huizenprijs zich in de afgelopen twintig jaar minimaal verdubbeld. Tegelijkertijd stokt de woningbouw. De green belts worden steeds vaker als een knellend keurslijf beschouwd. Vanuit economische hoek, vooral van vrije-markteconomen, was er altijd al kritiek op, omdat de groene zones de woningmarkt zouden verstoren en beletten dat woningen op de meest ‘logische’ plek komen. Maar ook sommige planners vinden dat er anders naar de groene gordels moet worden gekeken. De onafhankelijke denktank Centre for Cities pleit al jaren voor woningbouw in de groene gordels. Britse steden hebben zoveel meer huizen nodig, dat alleen hoger bouwen in de stad of omvorming van verouderde industriegebieden (brownfields) niet genoeg is. Door 5% van de green belts rond tien steden op te offeren aan woningbouw, berekenden de onderzoekers, kunnen anderhalf miljoen huizen worden gerealiseerd op loopafstand van stations.



Tegelijk met de discussie over het nut van de green belts is er een vraag naar meer openheid en beschikbaarheid van data. Het tweede kaartje laat zien dat slechts een klein deel van de metropolitane green belt rond Londen voor publiek toegankelijk is (het donkergroene deel). Het ontoegankelijke, lichtgroene deel bestaat vooral uit landbouwgebied, maar ook steeds meer uit bedrijventerreinen, infrastructuur en golfbanen.Grote investeerders kopen er grond, hopend op een waardestijging als dat stuk gebied van bestemming verandert. Het interessante project Who owns England  (whoownsengland.org) brengt in kaart wie de grondeigenaars zijn, welke plannen ze hebben en hoe ze lobbyen om die uitgevoerd te krijgen. Als de groene gordel steeds minder groen wordt en de grens tussen stad en land steeds poreuzer, is de gedachte, laat iedereen daar dan over meedenken in een publiek debat.

Verschenen in Geografie, oktober 2018

18 juni 2018

Kaartlezen (32) - Groeten uit de wereld



Bij het bezoeken van een populaire bestemming is het moeilijk om te ontsnappen aan rituelen die eraan herinneren dat je een toerist bent. In de rij voor een bezienswaardigheid. Om andere toeristen heen fotograferen, of zelf in de weg staan als een medebezoeker bezig is dat ene plaatje te schieten. Straatverkopers die je van grote afstand herkennen als mogelijke prooi. De laatste jaren zijn daar horecamedewerkers en lokale gidsen bijgekomen die je na afloop vragen om een goede recensie achter te laten op reissites als Tripadvisor. Ze doen het niet zomaar, want de kans is groot dat je vooraf zelf ook hebt gekeken op zo’n site. Het is de paradox van de vakantieganger: verrast willen worden, maar vooraf toch even opzoeken wat de leukste verrassingen zijn.

Deze wereldkaart (grote versie) laat zien wat volgens bezoekers van Tripadvisor, ’s werelds grootste website op het gebied van reisadvies, de beste bezienswaardigheid per land is. Vaak is het wat je verwacht: Machu Picchu in Peru, de Tafelberg in Zuid-Afrika, de Taj Mahal in India, het Rijksmuseum in Nederland. Soms verrassend (de Harry Potter Studio Tour in het Verenigd Koninkrijk, really?). En soms nieuwsgierig makend; de topattractie van Turkmenistan zou het “Door to Hell gas deposit” zijn. De bestemmingen zijn onderverdeeld in vier categorieën. Het hoogst scoren de natuurlijke bezienswaardigheden, die vooral in Zuid-Amerika en sub-Sahara Afrika de kaart domineren. Daarna volgen de historische bezienswaardigheden, de algemene toeristische bestemmingen (waarmee ook musea worden bedoeld) en religieuze monumenten als kathedralen, moskeeën en tempels.

Een aardige dwarsdoorsnede van het wereldtoerisme. Er valt ook wel iets aan te merken op de kaart. Zo lijkt het wat willekeurig dat een historische binnenstad in sommige landen als zelfstandige attractie geldt, terwijl andere het met een meer specifieke plek moeten doen. Ook het gebruik van grijs voor een van de vier categorieën is minder goed gekozen. Op een kaart met kleuren staat grijs meestal voor ‘geen gegevens’ of ‘niet van toepassing’. Het mooie aan deze kaart is juist dat hij zo volledig is. Letterlijk elke zelfstandige natie doet mee. Van China, met de Grote Muur uiteraard, tot het het piepkleine Palau met Jellyfish Lake, waarin miljoenen goudkleurige kwallen rondzwemmen. Toerisme is overal. 




Verschenen in Geografie, juni 2018
www.geografie.nl

13 mei 2018

Kaartlezen (31) - Een andere kijk op drukte



Welk land is dichter bevolkt, Nederland of Spanje? Het lijkt een uitgemaakte zaak. Nederland heeft meer inwoners per vierkante kilometer, dus is het dichter bevolkt. Toch valt er ook iets te zeggen voor Spanje. Als geheel is Spanje minder dichtbevolkt omdat er meer lege natuur is. Maar daar waar mensen wonen, zitten ze dichter op elkaar. Dat is goed te zien op een kaart die de bevolkingsdichtheid van elke vierkante kilometer weergeeft.

De Britse woningmarktonderzoeker Dan Cookson maakte een fraaie zoom map met behulp van Europese bevolkingscijfers uit 2011. Bij mij werkte het licht verslavend om te ‘reizen’ over de kaart en overal even te kijken hoe het met de bevolkingsdichtheid is gesteld. Je kunt inzoomen tot op straatniveau en door met de cursor boven een hokje te blijven staan, is van elke vierkante kilometer het exacte aantal inwoners zien. Wat de kaart ook aantrekkelijk maakt, is de slimme kleurkeuze: wit is leeg, blauw is koel, rood is warm en geel is gloeiend. De gele blokjes, die een vierkante kilometer met meer dan 10.000 inwoners weergeven, springen er duidelijk uit. Het patroon in elk land is dat de meeste grotere steden minimaal één geel blokje in hun centrum hebben - zo heeft Gent er één en Aken vier - en de echt grote steden een heel cluster. 

Per land zijn er ook verschillen. Spanje is de kampioen van de dichtheid: Madrid en Barcelona zijn zeeën van geel in een relatief leeg ommeland. Maar je vindt ook flink wat gele blokjes in Spaanse voorsteden en in kleinere stadjes. Een zelfde patroon van kleine stadjes met hoge dichtheid is te zien in Polen. Ook het dichtstbevolkte stukje Europa lag in 2011 in Spanje: in het centrum van Barcelona woonden 53.119 mensen op een vierkante kilometer.

En dat brengt ons op Nederland. De dichtstbevolkte vierkante kilometer ligt in de populaire buurt De Pijp in Amsterdam: 23.485 inwoners in 2011. Naast de vier grote steden hebben Arnhem (1), Delft (2), Groningen (1), Haarlem (2), Leiden (3) en Schiedam (2) gele blokjes op de kaart. Nederland mag dan als geheel een dichtbevolkt land zijn, als je kijkt naar onze steden dan valt het nog wel mee. Eindhoven, Tilburg en Nijmegen doen qua bevolkingsdichtheid niet mee in de Europese eredivisie en worden ‘verslagen’ door slaperige stadjes in Andalusië. Is dat nu goed of slecht? Het is in elk geval opmerkelijk. In het ruimtelijk beleid wordt al jaren geprobeerd om steden te verdichten. Binnenstedelijk bouwen krijgt de voorkeur boven nieuwe woonwijken in het weiland. Het zorgt voor veel discussie, waarin allerlei argumenten voorbijkomen. Verdichten heeft voordelen: het kan zorgen voor minder verkeer, spaart open ruimte, en het creëert een ‘kritische massa’ voor voorzieningen en ontmoetingsplekken. Maar er zijn ook bezwaren te horen: niet iedereen wil boven op elkaar wonen, en verdichting mag niet ten koste gaan van groen in de stad. De blokjeskaart van Cookson werpt een nieuw licht op het Nederlandse verdichtingsdebat. Misschien zijn we gewoon weinig gewend.

Verschenen in Geografie, mei 2018



13 april 2018

Kaartlezen (30) - Een schop in Donalds rug




Bij de verkiezingen voor het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden –  dat samen met de Senaat de volksvertegenwoordiging, het Congres, vormt – zijn de kiezers ingedeeld in 435 kiesdistricten. De winnaar in elk district krijgt een zetel in Washington. Het gaat bij de verkiezingen dus om gebieden en niet om het totale aantal stemmen, net zoals bij de presidentsverkiezingen. Amerikanen houden blijkbaar van politiek met een geografisch tintje. Over die kiesdistricten is een eindeloze discussie gaande. Over hun vorm, om precies te zijn. Die is soms onbegrijpelijk grillig en willekeurig, alsof iemand met koffie heeft gemorst over de kaart. Een mooi voorbeeld is kiesdistrict 7 in de staat Pennsylvania, in en rond Philadelphia. Het heeft als bijnaam ‘Goofy kicking Donald Duck in the back’. Als je goed kijkt, kun je zien waarom.

De gewoonte om kiesdistricten opzettelijk een rare vorm te geven, een praktijk die gerrymandering wordt genoemd, dateert al uit het begin van de negentiende eeuw. De Amerikaanse wet schrijft voor dat kiesdistricten een min of meer gelijke omvang moeten hebben, op dit moment is dat ruim 700.000 inwoners. Maar over welke vorm ze moeten hebben, zijn de regels vager. Daardoor is het ontwerpen van kiesdistricten al twee eeuwen onderdeel van het politieke machtsspel tussen de Democraten en de Republikeinen. Door de grenzen te manipuleren kan de  partij die aan de macht is zichzelf bevoordelen. Je kunt de kiesdistricten zo samenstellen dat je eigen achterban in zo veel mogelijk districten een (kleine) meerderheid vormt. Zo win je een maximaal aantal districtszetels met een minimale meerderheid. Zie het linkerplaatje, waarop blauw alle zetels wint. Omgekeerd is het mogelijk om met een minderheid aan stemmen toch de meerderheid van de zetels te winnen. Zie het rechterplaatje; daarop wint rood de meeste zetels, terwijl de stemverhouding hetzelfde is als op het linkerplaatje.


Dat laatste gebeurde bijvoorbeeld in 2012 in Pennsylvania, de staat met het Goofy/Donald district. De Republikeinen wonnen daar toen 13 van de 18 zetels in het Huis van Afgevaardigden, terwijl ze 48,8% van de stemmen haalden. De Democraten haalden 50,3% maar moesten het met 5 zetels doen. In februari van dit jaar oordeelde de hoogste rechter in Pennsylvania dat de kieskaart bij de komende verkiezingen in november moet worden veranderd. Volgens de rechter is het duidelijk dat grenzen zoals die van kiesdistrict 7 uitsluitend zijn bedoeld om de Republikeinen te bevoordelen, door zo veel mogelijk Democratische kiezers onder te brengen in zo weinig mogelijk kiesdistricten. 

Er moet een nieuwe kieskaart in Pennsylvania komen, eenvoudiger en minder geografisch verbrokkeld. De uitspraak wordt gezien als een overwinning voor de Democratische partij. Die heeft over het algemeen het meest last van gerrymandering omdat hun kiezers sterker zijn geconcentreerd in steden, waar het manipuleren van grenzen grotere aantallen kiezers treft dan in landelijk gebied. Het is dus geen toeval dat President Donald Trump zijn partijgenoten in Pennsylvania op Twitter aanspoorde om de uitspraak aan te vechten: “Your Original (de oude kieskaart, MdJ) was correct! Don’t let the Dems take elections away from you so that they can raise taxes & waste money.”

Verschenen in Geografie, april 2018
https://geografie.nl/tijdschrift/geografie-april-2018



Update: Trumps tweet heeft niet geholpen. De kieskaart van Pennsylvania is aangepast. Het oude district 7 (het groene gebied rechtsonder op het kaartje links) bestaat niet meer. 

15 maart 2018

Kaartlezen (29) - Kloofkaarten

De kloof is opeens niet meer weg te denken uit het debat. We raken niet uitgepraat over de verschillen tussen stad en land, arm en rijk, volk en elite. Ook op kaarten is er een groeiende belangstelling voor kloven te zien. Op internet is een trend aan de gang waarbij amateurs zelfgemaakte kaarten plaatsen op populaire sites als Reddit. Het zijn steeds meerdere kaartjes bij elkaar waarop een land of regio is verdeeld langs simpele scheidslijnen. Hier wonen rustige mensen en hier druktemakers. Hier eten ze graan en hier rijst. Hier komen toeristen, hier niet.
 
Het was ontwerper Yanko Tsvetkov die de trend zette met de Atlas of Prejudice uit 2015. Zijn stijl is overgenomen door andere kaartenmakers, waardoor kloofkaarten direct herkenbaar zijn aan hun felle kleuren, gescheiden door stippellijnen. Het is puur hobbyisme. De bron van de kaart is het brein van de maker, die vaak achter een pseudoniem schuilgaat of zelfs helemaal onvindbaar is. De omschrijvingen bij de kaart zijn soms geestig, soms flauw, soms ronduit grof en soms totaal onbegrijpelijk voor wie het afgebeelde land niet goed kent.
 


Neem de kaartjes van Taiwan. In het noorden houden ze van zout, in het zuiden van zoet, dat is duidelijk (linksboven). Andere kaartjes laten zien dat er volgens de maker ‘oude boeren’ wonen in een deel van het land, die ook nog een onverstaanbare taal spreken. De oostkust van het eiland heeft last van tyfoons, de rest van fijnstof uit China. Maar wat zijn KaoBei engineers? Nazoekwerk levert op dat hier de IT-centra van Taiwan liggen en het zo iets als ‘gestresste ingenieurs’ betekent. 

Hoe vreemd die kloofkaarten soms ook zijn, toch hebben ze hun waarde. Ze herinneren eraan dat er door elk land onzichtbare scheidslijnen lopen.Zet een aantal kaartjes bij elkaar en je krijgt een aardige indruk van hoe bewoners over elkaar denken en welke geografische stereotyperingen daarbij horen. Natuurlijk zijn de kaarten subjectief. Het is niet  de bedoeling dat je ze al te serieus neemt. En als een kaart er echt naast zit, is er altijd nog het zelfreinigend vermogen van de internetgemeenschap. Dan kan de maker rekenen op reacties of komt er een verbeterde of nieuwe versie. Zo blijft de kloof tussen 'flauwekul' en 'interessant' ook weer binnen de perken.

Verschenen in Geografie, maart 2018

Een verzameling kloofkaarten is te vinden op  https://www.vividmaps.com/category/mapping-stereotypes

11 januari 2018

Kaartlezen (28) - Vaarwel stad





Deze kaart van de Randstad levert een bekend beeld op. De vier grote steden horen bij de ene groep (geel) en de meeste andere gemeenten bij de andere (groen). Dan moet het wel iets met groei te maken hebben, denk je al snel. Want overal lezen en horen we dat de steden ongekend populair zijn en onstuimig groeien. De stad is the place to be, vooral voor jongeren. Hier is de verrassing: de kaart toont precies het omgekeerde. Hij laat de ontwikkeling zien van het aantal huishoudens van jonge dertigers (30-34 in 2011) met of zonder kinderen, in de periode 2011-2016. Geel is krimp, groen is groei. De vier grote steden verliezen juist dertigers, net als de studentensteden Delft en Leiden. Bijna alle andere gemeenten trekken jonge huishoudens aan. Je moet goed zoeken naar uitzonderingen. Slechts een paar kleinere gemeenten, waaronder Lisse en Gouda, slaagden er niet in om huishoudens uit deze groep te winnen.

De kaart is gemaakt door onderzoeks- en adviesbureau RIGO en komt uit de serie ‘Veel voorkomende misverstanden over de woningmarkt’. Een van die misverstanden is dus dat het aantal jongeren in de steden enkel toeneemt. Dat geldt misschien voor bepaalde groepen, zoals studenten en jonge buitenlandse werknemers, maar niet voor jonge gezinnen. Er zijn een paar verklaringen. Voor een deel is de uittocht van dertigers een inhaaleffect. Door de crisis bleven mensen langer zitten waar ze zaten. Een deel van de verhuizingen kwam bovendien terecht in grote Vinex-wijken die bij de stad horen, zoals Leidsche Rijn (Utrecht), Nesselande (Rotterdam) en IJburg (Amsterdam). Die effecten zijn nu deels uitgewerkt. En juist omdat de stad zo populair is, de huizenprijzen er zo snel zijn gestegen en er relatief weinig grotere woningen met tuin zijn, betekent verhuizen voor jonge gezinnen meestal een vertrek uit de stad.

Altijd goed als bestaande ideeën op hun kop worden gezet met nuchtere feiten. Helemaal als die feiten op een overzichtelijke kaart worden gepresenteerd. Het toont aan hoe je moet oppassen met algemene termen als groei, jongeren en aantrekkingskracht. Wat kaarten en statistieken dan weer minder goed laten zien, is hoe mensen zich voelen. Achter elke verhuizing schuilt een verhaal. Hoeveel stadverlaters zouden er balend in de trein of auto zitten, verlangend naar de tijd dat ze nog op de fiets sprongen naar hun werk in de stad? Hoeveel zijn er juist elke dag weer blij met hun huis met tuin? Het is van alle tijden dat mensen de stad verruilen voor een ruimere en rustigere woonomgeving. En ook dat je als huizenzoeker niet alles tegelijk moet willen, want het spreekwoordelijke boerderijtje in de Kalverstraat bestaat alleen in sprookjes. Maar toch: in hoeverre is die trek uit de stad van jonge gezinnen nu een positieve keuze en in hoeverre is het een noodgedwongen suburbanisering van mensen die eigenlijk stedelijker zouden willen wonen? Er is maar één manier om erachter te komen: vraag het ze. Niet vluchtig en vlak na de verhuizing,maar in een onderzoek dat verder kijkt. Echt een klus voor geografen.

Verschenen in Geografie, januari 2018

11 december 2017

Kaartlezen (27) - Het dier als cartograaf


In de tv-serie Nederland van Boven was een paar jaar geleden ‘De dag van de meeuw’ te zien, over een meeuwenmoeder op Texel die ’s ochtends naar Amsterdam vliegt om daar uit vuilnisbakken in het centrum te snacken en ’s middags via de Noordzee weer terugkeert naar haar jongen. Wie het filmpje eenmaal heeft gezien, kijkt nooit meer hetzelfde naar een meeuw. Dieren leveren bijzondere kaarten op. Voor het menselijk oog lijken hun verplaatsingspatronen al snel willekeurig, alsof ze maar wat rondzwerven. Maar achter al die kronkellijnen zit een verhaal. Dieren gaan waar het veilig is, waar voedsel is en waar ze soortgenoten kunnen vinden of ontwijken. En net als mensen kunnen ze individueel enorm van elkaar verschillen. De één komt niet van zijn plek, de ander trekt eropuit.

De kaart die hier is afgebeeld, toont de noordoostelijke punt van Australië, het Cape York Peninsula. De kleurige lijnen zijn de verplaatsingen van vijf krokodillen die werden gevolgd met een elektronisch implantaat onder de huid. Je ziet dat twee krokodillen nauwelijks van hun plaats komen, twee andere zwemmen langs de kust en de vijfde beweegt zich in een lange rivier. De kaart is afkomstig uit het boek Where the Animals Go van James Cheshire en Oliver Uberti, dat dit jaar de prijs won van de British Cartographic Society voor de beste bijdrage op cartografisch gebied (link). De atlas brengt het ruimtelijk gedrag van vijftig diersoorten in kaart en geeft daarbij uitleg. Er zijn slangen die de Himalaya oversteken en een eenzame wolf die de Alpen doorkruist op zoek naar soortgenoten. Er is een albatros die in drie maanden een ‘rondje Antarctica’ doet, met tussenstops op diverse eilanden. Net als de krokodillen heeft hij soortgenoten die minder ver van huis gaan. De dieren in het boek zijn niet alleen gevolgd door ze te taggen, maar soms ook met verborgen camera’s. Zo ontdekten de onderzoekers dat het aantal jaguars in Peru veel kleiner is dan eerder werd gedacht. Bij waarnemingen van jaguars blijkt het vaak te gaan om hetzelfde dier dat zich verplaatst over grote afstanden.

De makers van de atlas hopen dat de kaarten helpen om de vaak moeizame relatie tussen mens en dier te verbeteren. De krokodillenkaart is daar een goed voorbeeld van. De grootste mannetjes en de vrouwtjes hebben hun eigen territorium en verplaatsen zich over kleine afstanden. De krokodillen die het vaakst in aanraking met mensen komen, zijn de exemplaren die grote afstanden afleggen op zoek naar een eigen territorium. Maar die zijn het minst gevaarlijk, en bovendien blijkt het weinig zin te hebben om ze te verplaatsen. Op de kaart is te zien hoe zo’n ‘probleemkrokodil’ werd vervoerd (het kaarsrechte rode stippellijntje) naar de andere kant van het schiereiland. Het dier zwom binnen een maand rond de hele kaap weer terug naar zijn oude plek, over een afstand van ruim vierhonderd kilometer.




Verschenen in Geografie, december 2017

5 oktober 2017

Kaartlezen (26) - Zintuiglijke kaarten

Geuren en geluiden bepalen voor een groot deel de manier waarop we een plek ervaren. Je kunt ze ook prima in kaart brengen. Waarschijnlijk gebeurt dat nergens zo gedetailleerd als op de stedenkaarten van Goodcitylife. Daarop zijn de geurenkaarten, de ‘smelly maps’, van twaalf Europese en Amerikaanse steden te zien. Van bijna elke straat is vastgelegd hoe het geurenpalet is samengesteld. Zo ruikt het Piazza del Colosseo in Rome voor 45,6% naar voedsel, voor 30,4% naar natuur, voor 21,5% naar uitlaatgassen, voor 2,5% naar dieren en voor 0% naar afval.

Het lijkt een onmogelijke klus om in een open auto door al die steden te rijden en geuren op te snuiven. Dat heeft het onderzoeksteam, afkomstig uit wetenschap en bedrijfsleven, dan ook niet gedaan. De kaarten zijn via een omweg samengesteld. Eerst maakten de onderzoekers een classificatie van stedelijke geuren. Daarna gebruikten ze geografisch gelabelde data van sociale netwerken, zoals Flickr en Foursquare, om de geuren in kaart te brengen. Dat kunnen zowel foto’s zijn als geur-gerelateerde teksten. Digitale voetafdrukken, noemen ze het zelf. Voor het in kaart brengen van stedelijke geluiden, de ‘chatty maps’, werd dezelfde methode gevolgd. Zo is bijvoorbeeld te zien in welke straten van Barcelona muziek het dominante geluid is. De geur- en geluidskaarten kunnen helpen om steden beter en leefbaarder te maken, hopen de makers. Overheden kennen nu alleen normen voor ongewenste geuren en geluiden. Maar als je wilt weten hoe mensen een ruimte ervaren en hoe dit valt te verbeteren, zul je ook de invloed van positieve en neutrale geuren en geluiden moeten kennen.

Geurkaart van de omgeving van het Colosseum in Rome

De muziekkaart van Barcelona


Big data worden steeds vaker ingezet om plaatsen in kaart te brengen. Soms weten de leveranciers van die data, wij allemaal dus, daar zelf niets van. Soms werken ze wel bewust mee, bijvoorbeeld aan kaarten waarop  je melding kunt doen van afval en rommel in de openbare ruimte. Of aan een app als Hoodmaps, waarop je kunt meehelpen om te bepalen wat de toeristische, hippe en ‘saaie’ delen van een stad zijn.

De vraag blijft wat er met de kennis wordt gedaan. Moet het in de openbare ruimte net zo worden als in sommige winkelcentra, waar met zorgvuldig geselecteerde geuren en muziek de gemoedstoestand van bezoekers wordt beïnvloed? Krijgen we smart cities waarin alles voor ons is geregeld, op basis van door onszelf voortgebrachte gegevens? Dat klinkt meer als kille sciencefiction dan als een leefbare stad. De makers van de geur- en geluidskaarten op Goodcitylife lijken zich bewust van dat gevaar. Het gaat om de mens en niet om de techniek, benadrukken ze in een paper in het Journal of Urban Design and Mental Health. Met een steeds stedelijker toekomst in het vooruitzicht, zo schrijven ze, haasten technologiebedrijven zich om steden uit te rusten met sensoren en systemen, met de belofte dat die ons leven aangenamer maken. Maar een slimme stad is in de eerste plaats een stad waarin mensen zich thuis voelen. Big data zijn geen doel op zich, maar een hulpmiddel om meer inzicht te krijgen in de manier waarop we een plek beleven. 

Verschenen in Geografie, oktober 2017

28 augustus 2017

Kaartlezen (25) - Berlijnse ruimte


Het maakte een onvergetelijke indruk, het bezoek aan Berlijn in 1987 als eerstejaars student sociale geografie. Drabbige fantasiekoffie en Eisbein met boterzacht bestek in Oost-Berlijn, pardon: Berlin, Hauptstadt der DDR. De muur uiteraard, waarvan niemand de val, amper twee jaar later, voorzag. En de verrassing dat Berlijn óók uit bossen en glooiende velden met boerderijen bestond. Het gevoel dat die landelijke omgeving bij de stad hoorde, werd nog versterkt door de geopolitieke eilandstatus van West-Berlijn.

Als je naar de cijfers kijkt, is Berlijn niet echt dunbevolkt: ongeveer dezelfde bevolkingsdichtheid als de gemeente Utrecht. Toch wordt de stad altijd geassocieerd met ruimte. Verspreid door de stad zijn er nog veel open plekken en leegstaande gebouwen, ondanks de magneetwerking die Berlijn heeft op vooral jongeren en creatievelingen. En ondanks de gentrificatie die daarop is gevolgd, wijk na wijk. Stadsdelen als Mitte, Friedrichshain, Kreuzberg, Tiergarten en Prenzlauer Berg zijn nog altijd drie keer minder dichtbevolkt dan aan het begin van  de 20e eeuw

De groene en open ruimte in en rond de stad wordt intensief gebruikt door de Berlijners. De Berlijnse editie van Der Tagesspiegel bracht het grondgebruik van de stad op een slimme en visueel aantrekkelijke manier in kaart. Het totale grondgebruik van elke functie is weergegeven alsof het een deel van de stad is. Zo zie je op de kaart ‘wijken’ voor afval, speeltuinen, begraafplaatsen, infrastructuur en verkeersmiddelen. Meer dan een derde van Berlijn bestaat uit bossen, parken en ander groen. Maar liefst 10% van al dat groen zijn volkstuinen, in totaal zo’n 73.000. Wat dat betreft mag Berlijn zich al lang de hoofdstad van urban farming noemen. 

Ook menselijk gedrag is in kaart gebracht. Althans, een belangrijk onderdeel daarvan: de 45 liter bier die de gemiddelde Berlijner jaarlijks achterover slaat, is weergegeven als een plas van 2 meter diep. Doe je hetzelfde voor waterverbruik per huishouden (niet op deze kaart ingetekend), dan heb je de oppervlakte van het noordelijke stadsdeel Pankow nodig. De ruim 3,6 miljoen Berlijners zelf nemen relatief weinig ruimte in op de kaart. Let wel: in de berekening krijgt iedere inwoner niet meer dan vier A4-tjes toebedeeld.




            "Schrebergarten" in Kreuzberg       foto: Marco Klause

Verschenen in Geografie, september 2017
www.geografie.nl

15 juni 2017

Kaartlezen (24) - De Zaan op zijn kant



Lezers van De Volkskrant, en ook die van andere media, kennen vast het werk van Jan Rothuizen. Met veel details vertelt de illustrator een verhaal aan de hand van een tekening. Laatst betrapte ik mezelf erop dat ik minutenlang gebiologeerd zat te kijken naar een tekening waarop de avond van een maaltijdbezorger in Amsterdam was uitgebeeld ('om 20:28: naar de 4e etage voor een pasta boscaiola, geen fooi'). Daarna had ik het gevoel alles te weten over het werk van een fietskoerier, veel meer dan wanneer het een geschreven artikel was geweest. Ik bleef wel zitten met de vraag of je de afbeelding een kaart mocht noemen. Er waren straten en gebouwen getekend, maar die stonden volledig in dienst van het verhaal. Rothuizen zelf noemt het een 'zachte atlas'.

Verhalende kaarten zijn niet nieuw. Oude wereldkaarten werden volgeschreven met teksten en voorzien van illustraties. De verhalende kaart lijkt in onze tijd weer bezig aan een terugkeer. De weg vinden lukt prima met Google Maps op je telefoon, waardoor er meer ruimte is gekomen voor andere functies van een kaart. Voor de ingang van het vernieuwde station in Zaandam hangt een fraaie, meterslange kaart die de bezoeker verwelkomt. Ook hier is vrijmoedig omgesprongen met de topografie; om het voor de kijker gemakkelijk te maken, is de Zaan op zijn kant gelegd. Het verhaal van de streek wordt verteld aan de hand van teksten en foto's. De bedoeling is duidelijk om bezoekers meer van 'de Zaan' te laten zien dan de molens op de Zaanse Schans. En het lijkt te werken: als je een tijdje blijft staan, merk je dat toeristen hem uitgebreid bestuderen en er foto's van nemen.

Het verschil met de illustraties van Rothuizen is dat de Zaanse kaart niet alleen verhalend is, maar ook gebruikswaarde probeert te hebben. Bij elke foto van een bezienswaardigheid loopt er een stippellijn naar de locatie. Terwijl ik de kaart bekeek, kwam er een toerist naast me staan - aan het accent te horen Oost-Europees - die op het plaatje van het Czaar Peter Huis wees. Of ik wist hoe ze daar moest komen. Aan het lijntje op de kaart had ze niet genoeg, ook omdat er geen routes of straatnamen op de kaart stonden. Misschien moet daar nog eens over worden nagedacht voor een volgende versie. Ze wilde ook weten of er nog andere dingen in Zaandam de moeite van het bekijken waard waren. En daar was de kaart, samen met wat gezond Zaans chauvinisme, dan wel weer heel geschikt voor.

                                                                                                                                      Ontwerp: Tjasker Design



Fragment van de tekening van Jan Rothuizen

Verschenen in Geografie, juni 2017

3 mei 2017

Kaartlezen (23) - Zeventien miljoen stippen

Utrecht





U staat op de kaart. Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakte een dotmap waarop elke Nederlander met een stip staat weergegeven (link). Dat klinkt misschien wat big brother-achtig, maar zo is het niet. Het uit de statistieken bekende inwoneraantal wordt omgezet in stippen en vervolgens ‘geladen’ in het bijbehorende deelgebied. Op deze kaart hebben bewoners met een autochtone Nederlandse achtergrond een roze stip gekregen, die met een niet-westerse migratieachtergrond een blauwe en bewoners met een westerse migratieachtergrond een groene. Zo laat de kaart tot in detail zien waar mensen wonen, met hoevelen ze zijn en wat hun herkomst is. Wijken met een groot aandeel bewoners met een migratie-achtergrond, zoals Kanaleneiland in Utrecht, kleuren blauwer; wijken met een groot aandeel autochtonen kleuren roder. Zoom je in op de kaart, dan zie je dat er ook flink wat ‘confettiwijken’ te zijn, waarin ruwweg evenveel bewoners met een Nederlandse, westerse en niet-westerse migratie-achtergrond zijn te vinden. Wie de interactieve kaart afspeurt, ontdekt ook opvallende concentraties van groene en blauwe stippen. De groene zijn westerse migranten, zoals studenten op universiteitscampussen als de Uithof in Utrecht. De blauwe zijn de bewoners van asielzoekerscentra.

Het voordeel van dotmaps is dat ze zowel patronen als dichtheden laten zien. Daarnaast zijn ze heel geschikt als interactieve kaart, omdat je ze op een aantal schaalniveaus kunt bekijken. Bij uitzoomen vermengen de kleuren zich en zie je patronen op grote schaal. Bij inzoomen worden de afzonderlijke stippen zichtbaar en hun verdeling in buurten, steden en dorpen. Dotmaps worden vaker gebruikt om afkomst weer te geven. Bekend is de racial dotmap van de Verenigde Staten die de vaak messcherpe etnische scheidslijnen tussen de blanke, zwarte en latinobevolking in Amerikaanse steden laat zien. Ook van Brazilië is er een dotmap, die net als in de VS een sterke ruimtelijke segregatie van bevolkingsgroepen laat zien. 

De CBS-kaart is niet helemaal vergelijkbaar met de Amerikaanse en Braziliaanse dotmaps, omdat hij niet etniciteit maar migratieachtergrond laat zien. Op dat punt lijkt Nederland dus een behoorlijk gemengd land. Al heeft de driedeling 'Nederlands, westers, niet-westers' natuurlijk een beperkte betekenis; bij de groepen 'westers' en 'niet-westers' gaat het om iedereen die zelf of van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Om te weten hoeveel oude en nieuwe bewoners een plek heeft, zou je bijvoorbeeld ook kunnen kiezen voor een tweedeling 'wel of niet geboren in deze gemeente'. Stippenkaarten zijn voor allerlei doeleinden geschikt, bijvoorbeeld om verschillen in welvaart of stemgedrag weer te geven. Het CBS laat weten dat de dotmap ook zal worden toegepast voor andere data, omdat daarvoor veel interesse is. 

Veel 'confettiwijken' in de grote steden, zoals hier Struisenburg in Rotterdam

Utrecht, studentencampus de Uithof

Verschenen in Geografie, mei 2017

6 april 2017

Kaartlezen (22) - Raad de kaart

Verschenen in Geografie, april 2017
                                                                                                                                     Afbeelding: Benjamin Hennig

We zijn gek op quizzen. Aan de huiskamertafel, in de pub, op televisie, op internet of via een app. Geografie is bijna altijd wel een categorie bij kennisspelletjes. In het prettig ouderwetse Met het mes op tafel komt regelmatig een kaart voorbij met topografische vraag eraan vast. De meer uitdagende quizzen vind je op internet. Een leuke is Geoguessr, waarin je virtueel wordt gedropt op een willekeurige plek waar je 360 graden kunt rondkijken en dan moet raden waar je bent. Een site als Jetpunk heeft originele vragen als ‘in welke negen landen zijn er meer schapen dan mensen?’die binnen een bepaalde tijd moeten worden opgelost. Na het invullen zie je meteen hoe je hebt gescoord ten opzichte van de andere deelnemers.

Misschien kan het nog creatiever. De formule van de beroemde Amerikaanse televisiequiz Jeopardy, waarin het antwoord is gegeven en de vraag moet worden geraden, is ook geschikt voor een quiz met kaarten: je ziet een kaart en moet raden wat daarop is te zien. Laten we het eens proberen met de kaart hierboven. Wat laat deze nogal vreemd vervormde wereldkaart ons zien? Wie het na een paar seconden kan zeggen, is een knappe kaartenlezer. Het vereist wat puzzelwerk, neem gerust even de tijd. Het is niet iets wat je moet weten, eerder iets wat je moet zien. Voor wie er niet uitkomt, volgt hieronder een hint.

Wat meteen opvalt, is dat Afrika veel kleiner is dan het zou moeten zijn. De kaart is een true size map waarop landen zijn verkleind of vergroot om data weer te geven. Vaak worden deze kaarten gebruikt voor indicatoren die met welvaart samenhangen, zoals het Bruto Nationaal Product, het aantal dokters, de CO2-uitstoot of de ecologische voetafdruk. Op zulke kaarten is Europa bijna altijd groter en Afrika kleiner dan normaal. In eerste instantie lijkt dat hier ook het geval. Toch moet er iets anders aan de hand zijn, want Madagascar staat er flink op. En ook Indonesië en de Filipijnen, die niet tot de rijke landen behoren, springen eruit. In Europa lijkt Noorwegen het meest opgeblazen land. Nederland heeft een redelijk normale omvang, maar België is zo gekrompen dat je het bijna niet meer ziet. Sommige andere landen lijken helemaal te zijn verdwenen. De kaart geeft dus iets weer waar Noorwegen en de Filipijnen veel van hebben, België weinig en andere landen helemaal niets.

Voor wie er niet uitkomt of het zeker wil weten, staat hieronder het antwoord

4 maart 2017

Kaartlezen (21) - Grootmacht Tokelau


                                                                                                                                        Afbeelding: Nominet (2016)


Iedereen die over het web surft, is er vast wel eens een tegengekomen: een website die op .tk eindigt. Het piepkleine Tokelau, drie atollen in de Pacific die staatsrechtelijk bij Nieuw-Zeeland horen, is de onbetwiste grootmacht als het gaat om landenextensies. Op een bevolking van 1400 zielen zijn er 31 miljoen websites met een .tk-extensie. Al die sites staan geregistreerd bij hetzelfde bedrijf, opgericht door een Nederlander. Het geheim van het succes is dat de domeinnamen helemaal gratis zijn. De extensie is vooral populair bij inwoners van opkomende landen als India en Vietnam, die een eigen site willen hebben zonder er voor te hoeven betalen. Of ze daar vervolgens ook echt iets mee doen, is de vraag. Dat hoeft ook niet van de eigenaar. Die gebruikt de sites om advertenties op te zetten. Een deel van de opbrengst daarvan gaat naar de Tokelause overheid. Zo is .tk verreweg het belangrijkste exportproduct van de eilandengroep. Op de wereldkaart van landenextensies komen we nog meer van zulke exoten tegen. De letters .cc staan voor de Cocos-eilanden en de extensie .tv, die daadwerkelijk door televisieprogramma's wordt gebruikt, hoort bij Tuvalu. 

De kaart is gemaakt door Nominet, een Britse domeinnaam-aanbieder (een grote versie van de kaart is hier te vinden). Kijken we naar de meer reguliere landen, waar het aantal sites een betere afspiegeling is van de websitedichtheid in het land zelf, dan zien we dat Nederland met .nl hoog scoort: een vijfde plaats met ruim 5,6 miljoen websites. Naast Tokelau zijn alleen .cn (China), .de (Duitsland) en .uk (Verenigd Koninkrijk) groter. Ook Colombia doet het goed met .co, mede omdat die letters behalve voor het land ook voor 'company' kunnen staan. Een ander land met een populaire extensie is Montenegro (.me). Een uitschieter naar beneden is de Verenigde Staten, waar .com populairder is dan de landenextensie .us.




Het ziet er vreemd uit, zo'n true size map waarop kleine landen worden opgeblazen en grote landen krimpen. Waarom zou je gebiedsgrootte gebruiken om informatie weer te geven die niets met gebiedsgrootte heeft te maken, zoals in dit geval het aantal websites? Er is wel een reden te bedenken. Juist omdat we gewend zijn aan een 'normale' kaart, kan een kaart met vervormde landen je met een frisse blik naar informatie laten kijken. Een mooi voorbeeld is de uit blokjes opgebouwde wereldkaart waarop elk blokje een miljoen inwoners weergeeft. Het zal niemand verrassen dat China en India die kaart domineren, maar doordat je ziet hoe groot die twee landen opeens worden, besef je het nog beter dan wanneer je het in getallen ziet uitgedrukt. Een ander voorbeeld zijn de kaarten van verkiezingsuitslagen. Op een normale kaart lijkt het al snel alsof partijen die hoog scoren in dunbevolktere gebieden het goed doen, zoals de Republikeinen in de VS of het CDA bij ons. Pas als gebieden worden ingekrompen of opgeblazen in relatie tot hun daadwerkelijke scores, zie je de echte verdeling.

True size maps kunnen informatie op een overzichtelijker manier presenteren dan bijvoorbeeld een lijst of een grafiek. Stel dat je wilt weten wat de extensie van Griekenland is, hoeveel websites die hebben en hoe het land scoort ten opzichte van andere landen. Je ogen gaan naar Griekenland op de kaart en je weet alles in een keer. De kaartlezer moet uiteraard wel Griekenland kunnen vinden. Daarom zijn true size maps alleen bruikbaar als het normale kaartbeeld niet te veel wordt verstoord. Op deze kaart is dat slim opgelost door de continenten afzonderlijk weer te geven. Het is een gelukje dat de uitschieter in de Pacific ligt. Als Tokelau midden in Europa had gelegen, was de kaart waarschijnlijk zo vreemd geworden dat niemand er nog iets in had herkend.


Verschenen in Geografie, maart 2017


Amerikaanse verkiezingen 2016. Op de gewone kaart links lijkt het alsof rood (Trump) ruim heeft gewonnen van blauw (Clinton), op de true size map rechts is de echte verdeling te zien

2 februari 2017

Kaartlezen (20) - Amsterdam Beach!

Het was vorig seizoen een van de grappigste momenten uit het satirische programma Zondag met Lubach: de Amsterdamse toeristenkaart. Buitenlandse bezoekers willen alleen naar een plek komen die Amsterdam heet, vertelde presentator Arjen Lubach. Dat is vervelend voor Amsterdam, want daar wordt het te druk. En het is ook vervelend voor plekken die geen Amsterdam heten en daardoor juist weinig toeristen trekken. Maar daar heeft de stad nu iets op gevonden: we noemen Zandvoort gewoon Amsterdam Beach. Het lijkt een grap, maar vervolgens komt er daadwerkelijk een kaart in beeld waarop de strook van Lisse tot Aalsmeer Flowers of Amsterdam heet. De Vechtstreek is omgedoopt tot Castles & Gardens of Amsterdam. Het idyllische Waterland - een naam die geen vertaling nodig heeft, zou je denken - is Old Holland.

Het is een kaart die wordt gebruikt door Amsterdam Marketing, de stichting die namens de hele regio het toerisme bevordert. Waren de marketeers nog iets vindingrijker geweest, dan hadden ze de Oostvaardersplassen vast Amsterdam Safari genoemd. Het Amsterdam-thema wordt door de makers van Zondag met Lubach tot in het absurde doorgevoerd. De Drentse hunebedden zijn voortaan de Amsterdam Stones, de Wadden de Amsterdam Islands. Tot een verslaggeefster uiteindelijk met een Amsterdam Globe in de hand staat. Lubach: 'Maar je kunt toch niet zomaar de hele wereld Amsterdam noemen?' Verslaggeefster: 'Waarom niet? Dat deden we in de zeventiende eeuw toch ook?'




Heerlijke geo-satire. Maar ook realiteit. De kaart past bij de ambitie van de regionale bestuurders om toeristen te spreiden over de hele stad, en liefst ook daarbuiten. Dit vermindert niet alleen de drukte in het centrum van Amsterdam, het levert ook veel extra inkomsten op als buitenlandse bezoekers meer zien van de regio en een dagje aanplakken aan hun verblijf. Dus moet het ze zo gemakkelijk mogelijk worden gemaakt; niet voor niets heet het Station Koog-Zaandijk sinds kort Station Zaandijk-Zaanse Schans. Zo'n kaart die de hele regio laat zien, toont ook aan hoe de functie van toeristenkaarten verschuift van neutraal en informatief naar sturend en lokkend. Dankzij Google Maps was het nog nooit zo gemakkelijk om je weg te vinden, en informatie over potentiële bestemmingen is ook overal beschikbaar. Juist die overvloed kan de reisconsument overweldigen. Waar wil hij heen, waar mòet hij heen in die twee - of toch maar drie? - dagen Amsterdam? Een kaart als die van Amsterdam Marketing trekt de ogen van de bezoeker naar de regio, laat duidelijk de verbindingen zien, en suggereert op handige wijze dat een bezoek aan het Muiderslot - pardon: Amsterdam Castle - net zo goed bij het totaalpakket hoort als het Van Gogh Museum en een rondvaart door de grachten.

En verzint dus compleet nieuwe namen. De vraag is hoe ver je daar in moet gaan. Toeristen op weg helpen met fantasienamen is één ding, maar wat als een nieuwe naam gaat concurreren met de oude? Een deel van Amsterdam-West mogen we sinds kort 'het Hallenkwartier' noemen, naar de tot uitgaanscentrum verbouwde tramremise De Hallen. Het staat op de straatnaambordjes, waarmee het een officiëel tintje krijgt. Een staaltje buurtmarketing, afgekeken van 'de negen straatjes' in de grachtengordel, die als the nine little streets inmiddels alle reisgidsen hebben gehaald. Onder bewoners zorgde de plotselinge naamsverandering voor nogal wat irritatie. 'Hallenkwartier? Het is hier gewoon de Kinkerbuurt!'














Verschenen in Geografie, februari 2017
www.geografie.nl