Posts tonen met het label UK. Alle posts tonen
Posts tonen met het label UK. Alle posts tonen

20 januari 2019

Geodicht




Mister Cameron's ambition
Was to strengthen his position

Let's have a little poll, he thought
About leaving the EU or not

Because of David's gambles
The Kingdom is a shambles

Please give the reckless snob
A well deserved new job

Send him to the Irish border
To keep order, order, ORDER!




1 oktober 2018

Kaartlezen (33, slot) - Groen-Brittannië




Uitzicht vanaf een heuveltop over glooiende weiden gescheiden door heggen, hier en daar een boompartij en in de verte leigrijze rijtjeshuizen. Het is een iconisch beeld waarvan je meteen weet: dit is ergens in Groot-Brittannië. Of Britse steden mooi zijn, is een kwestie van smaak, maar de eilanders weten wel hoe ze de scheiding tussen stad en land moetenbewaren. Ook als je met de trein door het land reist, valt op dat de overgang tussen de bebouwing en het open landschap scherper is dan in bijvoorbeeld Nederland. De Britten waren er ook vroeg mee. De eerste plannen voor een groene bufferzone rond Londen dateren al van de jaren 1930. Vanaf 1947 is de green belt policy landelijk beleid. Er kwamen groene zones om de steden, waar grootschalige ontwikkelingen werden tegengehouden. Rond Londen was het doel het uitwaaieren van de stad te stoppen en woningbouw te concentreren in groeikernen op afstand van de stad, zoals Luton en Milton Keynes. Op andere plaatsen zorgden ze ervoor dat steden niet aan elkaar vastgroeiden, zoals rond Manchester, Leeds en Birmingham. In Engeland is 13% van het grondgebied green belt, in Wales en Schotland spelen ze een bescheidener rol.

Een planningssucces en een voorbeeld voor veel andere landen. Maar de green belt is zijn heilige status aan het verliezen nu een ander probleem zich opdringt: het tekort aan betaalbare woningen. In kosmopolitisch Londen, maar ook in andere Britse steden gaan de huizenprijzen door het dak en is een eigen huis vrijwel onbereikbaar geworden voor mensen met een gemiddeld salaris en zonder eigen vermogen. In elke Engelse stad heeft de gemiddelde huizenprijs zich in de afgelopen twintig jaar minimaal verdubbeld. Tegelijkertijd stokt de woningbouw. De green belts worden steeds vaker als een knellend keurslijf beschouwd. Vanuit economische hoek, vooral van vrije-markteconomen, was er altijd al kritiek op, omdat de groene zones de woningmarkt zouden verstoren en beletten dat woningen op de meest ‘logische’ plek komen. Maar ook sommige planners vinden dat er anders naar de groene gordels moet worden gekeken. De onafhankelijke denktank Centre for Cities pleit al jaren voor woningbouw in de groene gordels. Britse steden hebben zoveel meer huizen nodig, dat alleen hoger bouwen in de stad of omvorming van verouderde industriegebieden (brownfields) niet genoeg is. Door 5% van de green belts rond tien steden op te offeren aan woningbouw, berekenden de onderzoekers, kunnen anderhalf miljoen huizen worden gerealiseerd op loopafstand van stations.



Tegelijk met de discussie over het nut van de green belts is er een vraag naar meer openheid en beschikbaarheid van data. Het tweede kaartje laat zien dat slechts een klein deel van de metropolitane green belt rond Londen voor publiek toegankelijk is (het donkergroene deel). Het ontoegankelijke, lichtgroene deel bestaat vooral uit landbouwgebied, maar ook steeds meer uit bedrijventerreinen, infrastructuur en golfbanen.Grote investeerders kopen er grond, hopend op een waardestijging als dat stuk gebied van bestemming verandert. Het interessante project Who owns England  (whoownsengland.org) brengt in kaart wie de grondeigenaars zijn, welke plannen ze hebben en hoe ze lobbyen om die uitgevoerd te krijgen. Als de groene gordel steeds minder groen wordt en de grens tussen stad en land steeds poreuzer, is de gedachte, laat iedereen daar dan over meedenken in een publiek debat.

Verschenen in Geografie, oktober 2018

2 december 2016

Kaartlezen (18) - Uitgesproken geografisch


(English version below)

Nederlanders praten graag en veel Engels. Maar niet altijd even goed, zo blijkt onder meer in het debat over de toenemende Engelstaligheid aan de universiteiten. Vooral de th-klank in three en thank you is voor sommigen een struikelblok. Voor diegenen is het misschien een geruststelling dat de th-klank ook in het Verenigd Koninkrijk aan een gestage Brexit bezig is. Er zijn steeds meer Britten die three uitspreken als free. In 1950 was het aandeel free-zeggers beperkt tot een klein gebied rond Londen. Nu zijn er grote delen van Engeland, vooral in en rond de steden, waar een kwart of meer van de bevolking de th-klank achterwege laat.
 
Dat weten we dankzij een onderzoek van de universiteit van Cambridge naar verschuivende uitspraakpatronen. Via een online-enquete waaraan ruim dertigduizend Britten meededen, werden de uitkomsten vergeleken met een onderzoek uit 1950. De regionale verschillen in uitspraak en woordkeuze zijn sindsdien kleiner geworden. Typische streekwoorden verdwijnen, zo heet de herfst inmiddels vrijwel overal autumn terwijl er in de jaren vijftig nog in grote delen van het land backend of fall werd gezegd. De uitspraak van Londen en omgeving heeft zich vanuit het zuidoosten over het land verspreid. Nog een woord waaraan dit valt te merken, is arm. In 1950 waren er nog grote delen van Engeland waar de r in dat woord werd uitgesproken; de hele zuidkust, de regio Newcastle. Nu heeft de r-loze uitspraak (ahm) het grootste deel van Engeland en Wales veroverd. In Schotland, Noord-Ierland en Ierland heeft de r wel stand gehouden. De onderzoekers verwachten dat door migratie en arbeidsmobiliteit de regionale verschillen in uitspraak verder zullen verkleinen.
 
De voorbeelden three en arm maken duidelijk dat zowel een ‘foute’ als een ‘goede’ uitspraak zich kan verspreiden. Iemand die free in plaats van three zegt zal bij de BBC weinig kans maken als presentator. Dat terwijl het weglaten van de r in arm juist geldt als standaard-Engels, ook wel aangeduid als the Queen’s English. De dialecten-app waarmee het onderzoek is uitgevoerd kan door iedereen worden gedownload (link), zodat je kunt testen welk soort Engels je zelf spreekt. Aan de hand van 26 vragen wordt geraden waar je vandaan komt. Zonder overigens rekening te houden met deelnemers van buiten de Britse eilanden. Bij mij dacht de app dat ik uit het zuiden van Ierland afkomstig was.
 
Leuk, zo’n onderzoek. Maar het maakt ook hebberig naar meer. Want als er nou één taalgebied is met een grote geografische verscheidenheid aan klanken, dan is het wel het Nederlandse. Onderzoek naar streektalen is er genoeg, maar hoe zit het met de verspreiding van meer algemene klankverschuivingen, zoals de vervanging van de ij/ei-klank door een aai-klank? Nemen de uitspraakverschillen tussen Nederland en Vlaanderen inderdaad toe, zoals je vaak hoort beweren? Ook interessant zou zijn om de spreiding van ‘hun hebben’ in kaart te brengen. Volgens sommige taaldeskundigen moeten we daar maar aan wennen en is deze constructie op weg om standaard-Nederlands te worden. Vooruitlopend daarop zouden we misschien een beschermd taalgebiedje kunnen aanwijzen waar hij fout is en blijft.




Verschenen in Geografie, november 2016 www.geografie.nl


Geographically speaking


The Dutch like to speak English. But not always fluently, as evidenced by the debate about the poor English at Dutch universities. Especially the th-sound in three and thank you is a challenge to many people. For them it might be a comforting thought that the th-sound is making a slow Brexit in the United Kingdom as well. More and more British people pronounce three as free. In 1950, nearly all free-sayers were concentrated in a small area in and around London. Today there are many parts of England, especially urban areas, where a quarter or more of the population omit the th. These shifting pronunciation patterns have been studied by the University of Cambridge with an online survey among more than thirty thousand participants. The results were compared to a survey from 1950. Regional differences in pronunciation and vocabulary have since narrowed. Typical dialect words disappear, and aspects of the London accent have spread over a wide area. Another word that experienced a pronunciation shift, is arm. In 1950 there were still large areas of England where the r in that word was pronounced, such as the south and the Newcastle region. Today the r-less pronunciation (ahm) has conquered most of England and Wales. The r has survived in Scotland, Northern Ireland and Ireland. The researchers expect that regional differences in pronunciation will further reduce.

The examples three and arm show that both 'bad' and 'good' pronunciation can spread. Someone who says free instead of three will have little chance to present the BBC-news. At the same time dropping the r in a word like arm is perceived by some as standard-English, also known as the Queen's English. The dialects app with which the research was conducted can still be downloaded (link), so you can test what kind of English you speak yourself. Based on 26 questions it guesses where you are from. However without taking into account participants outside of the British Isles. In my case the app thought I was from the south of Ireland.

Very interesting, such an investigation. But it also makes greedy for more. Because if there is one language region with a great geographical diversity of sounds, it is the Dutch. There is plenty of research into regional dialects, but what about the spread of more general pronunciation shifts, such as the replacement of the ij/ei -sound by an ai -sound? Are differences in pronunciation between the Netherlands and Flanders indeed increasing, as often claimed? It would also be interesting to map the replacement of ze (they) by hun, which can mean both their and them. A good example is the widespread hun hebben (them/their have)According to some linguists we have to get used to it because it is on it’s way to become standard Dutch. In anticipation, we might designate a protected area where it will continue to be wrong.

2 oktober 2015

Kaartlezen (10) – Doedelzaktraining op dinsdag

                                                                              Afbeelding: J. Maizlish Mole

Elk zichzelf respecterend dorp of stadje zou er een moeten hebben: een mooie kaart op een prominente plek. Liefst een die pas aangekomen bezoekers direct aanspoort om de omgeving te verkennen. Op vakantie in Schotland kwam ik deze tegen, op het dorpsplein van Portree op het eiland Skye. Op het eerste gezicht is het niet eens zo’n heel bijzondere kaart, met een rustig kaartbeeld en met de hand ingetekende bomen, straatnamen en locaties. Tot je eens goed bestudeert wat er allemaal in dat priegelige handschrift staat geschreven. Many rabbits here. Helluva place for oil tanks. Cliffs!

De kaart is gemaakt door de van oorsprong Amerikaanse kunstenaar en muzikant J. Maizlish Mole, in opdracht van het eilandbestuur. Verdeeld over drie maanden maakte hij wandelingen op Skye. Alles wat hij tegenkwam sloeg hij op in zijn geheugen of schetsboek. Letterlijk alles: elk wandelpad of schapenpaadje, elk veldje of gebouw staat op de kaart. Maar wel zoals de maker het waarneemt. Bij winkels staat er bijvoorbeeld niet bij hoe de winkel precies heet, maar wat je er kunt kopen. Het resultaat is, schrijft Maizlish Mole op zijn website, een min of meer accurate weergave van de werkelijkheid. Het belangrijkste doel is niet om het landschap in kaart te brengen, maar zijn eigen beleving.

Eigenlijk vind ik dat de kunstenaar zichzelf daarmee tekort doet. Want veel informatiever dan dit kan een kaart niet worden. Op de grote kaart ontdek je niet alleen waar in het dorp Shinty – de ruwe, Schotse versie van hockey - wordt gespeeld, maar ook dat de wedstrijden op zaterdagmiddag zijn. Ook goed om te weten: bagpipe practice is op dinsdagavond. Wandelaars zien niet alleen direct waar de mooiste routes liggen, ze krijgen ook een lesje cultuurhistorie mee en worden gewaarschuwd voor kliffen en steile paden. Zelf nam ik het wandelpad rond de Scorrybreac-heuvel aan de oostkant van het dorp en ik kan bevestigen dat het daar inderdaad wet & lumpy is. Zo subjectief is de kaart dus niet, al zullen de bewoners van dirty looks en de beheerder van de sorry old pool daar misschien anders over denken. En dan nog: is niet elke kaart subjectief, want altijd gebaseerd op een keuze van wat de maker wel of niet wil laten zien?

Deze kaart heeft van alles het beste. Hij is gedetailleerd en toch overzichtelijk, persoonlijk en toch accuraat, kunstzinnig en toch bruikbaar. Als je hem bekijkt, krijg je een totaalbeeld dat alleen tekst of alleen een ‘normale’ kaart nooit zouden kunnen geven. Goed om te weten dat in deze tijd van Google Maps de mooiste kaarten nog altijd door mensenhanden worden gemaakt. 





Verschenen in Geografie, uitgave van het KNAG, oktober 2015

8 juni 2014

Verschillen

Wat is de overeenkomst tussen regisseur Spike Lee en prins Charles? Ze maken zich allebei zorgen over tweedeling in de stad. Tijdens een debat in New York begin dit jaar protesteerde Lee tegen de gentrification van voormalige volkse stadsdelen als Harlem en Brooklyn. Vastgoedprijzen en huren stijgen daar zo hard dat oorspronkelijke bewoners de wijk worden uitgedrukt. Buurtwinkels moeten plaatsmaken voor de zoveelste galerie of Starbucks. Zelfs de oude namen van buurten zijn niet meer heilig voor de 'real estate motherfuckers'.

Tijdens een lezing in maart noemde prins Charles, altijd begaan met architectuur en woningbouw, de stijgende vastgoedprijzen in Londen 'onhoudbaar' en zag hij de kans op een eigen woning voor jongeren 'uit het zicht verdwijnen'. Het gemiddelde huis in Londen is nu drie keer zo duur als in de rest van het land, een verschil dat nog nooit zo groot is geweest. De stad is het speelveld geworden van investeerders uit de Golfstaten en Rusland; op dit moment zijn er ruim tweehonderd wolkenkrabbers van twintig of meer verdiepingen in aanbouw of in planning, een ontwikkeling die, net als de ontketende vastgoedprijzen, op weerstand bij de bevolking stuit.

Gemiddelde verkoopprijs in Engeland en Wales, 2013

De woordkeuze van de prins en de regisseur verschilt, maar hun boodschap is hetzelfde: de stad dreigt aan haar eigen succes ten onder te gaan. Alle kapitaal en talent trekt naar één plek en een groeiend aantal bewoners heeft daar voornamelijk last van. Het past bij de nieuwe zorgen om grotere verschillen in de samenleving, zie ook alle aandacht voor 'ongelijkheidseconoom' Thomas Piketty. Ook de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam stond in het teken van de gevreesde tweedeling. Betaalbaar wonen dreigt vooral in het populaire deel van de stad in de knel te komen, nu woningcorporaties de huren extra mogen optrekken en sociale huurwoningen vaker te koop worden gezet. Als het zo doorgaat, ontstaat er een welvarende stad binnen de ringweg A10 en een problematische stad daarbuiten, klonk het in de verkiezingscampagne. Volgens sommigen is het al zo ver.

De betaalbaarheid en de toegankelijkheid van de sociale huursector neemt af, dat is zeker. Maar hoe staat het met die ruimtelijke verschillen? Is Amsterdam, en in het kielzog daarvan andere populaire woningmarkten als Utrecht, onze eigen versie van Londen of New York? Toch maar even wat nuchtere cijfers bekijken. In heel Amsterdam is de gemiddelde woningwaarde 244.000 euro, maar net boven het landelijk gemiddelde. De huizenprijzen binnen de ring zijn inderdaad sneller gestegen dan daarbuiten en de laatste jaren iets minder hard gedaald. De gemiddelde waarde van een woning in Nieuw-West, de grootste wijk buiten de ring, zakte in 2013 iets onder de twee ton. In Zuid, de duurste wijk binnen de ring, is die 323.000 euro. Zelfs als je rekening houdt met het verschil in vierkante meters dat je voor die bedragen krijgt, zijn het geen dramatische verschillen. 

Daarbij is er nog iets aan de hand: stedelijkheid rolt uit over een steeds groter gebied. Juist in de zogenaamde slechte wijken buiten de ring is de afgelopen jaren veel gebouwd en is er meer koopkracht ontstaan. Heel voorzichtig zie je typische gentrification-symbolen opduiken op plaatsen waar ze nooit waren; koffietenten, trendy hotels, culturele broedplaatsen. Aan de rand van de ring, in de tot voor kort als saai bekend staande wijk Bos en Lommer, is het enorme GAK-gebouw met succes verbouwd tot appartementencomplex met betaalbare woonruimte voor starters en studenten.

Volgens de prognoses zal ook de bevolking van middelgrote steden als Zwolle, Groningen, Arnhem, Amersfoort, Den Bosch en Eindhoven de komende decennia blijven groeien. In opdracht van de VNG schreef een commissie onder leiding van Wim Derksen een handreiking voor de nieuwe gemeentebesturen. De aanbevelingen in Perspectief voor de steden ademen vooral optimisme: nieuwbouw moet gericht zijn op vergroting van de 'massa'; verdicht binnen de agglomeratie; ga andere steden niet kopiëren, maar onderzoek het culturele DNA van je eigen stad; creëer regelluwe zones, maak dingen mogelijk.

Je kunt het ook vertalen met: als de stad steeds geliefder wordt, laten we dan onderzoeken hoe we méér stad kunnen maken.