Posts tonen met het label energie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label energie. Alle posts tonen

28 december 2018

Geodicht




Het stof van hete kolen
Ligt in Hollands lucht verscholen 

Schone stroom, we willen wel
Maar 't veranderen gaat niet snel

In de duurzame karavaan
Lopen we bijna achteraan

Hoewel, per vierkante kilometer
Doen we het een heel stuk beter 

De molens te groot, het land te klein
Wie maalt de vergroening fijn? 

20 juni 2016

Tegen windmolens? Rare man!

De mens is een kuddedier. We verkeren graag in het gezelschap van gelijkgestemden die ons bevestigen in onze mening. Dat geldt niet alleen voor extremisten op social media die elkaar opjutten met feitenvrij geschreeuw tegen de gevestigde orde. Het geldt net zo goed voor de gevestigde orde zelf. Ook weldenkende en goedbedoelende mensen hebben vooroordelen en taboes. Het debat, of liever het ontbreken daaraan, over windmolens is er een goed voorbeeld van. Een meerderheid van de mensen die zich graag tot verstandig Nederland rekenen heeft al lang geleden besloten dat ze 'voor' zijn. Het lijkt ook zo logisch; klimaatverandering is het belangrijkste probleem van onze tijd, we moeten omschakelen naar duurzame energie en zolang er geen betere alternatieven zijn, is windenergie absoluut noodzakelijk. De Denen en de Duitsers doen het ook, en zo anders dan wij zijn die toch niet?

Dat is al zo'n twintig jaar het frame. Een groot deel van die tijd verbaast het me hoeveel mensen er bereid zijn om een aantal feiten moedwillig over het hoofd zien. Moderne windturbines zijn 150 tot 230 meter hoge industriële installaties. Om een relatief kleine verduurzamingssprong in onze energievoorziening te maken, zo'n anderhalf procent, hebben we er daarvan minstens twaalfhonderd nodig. En dan gaat het alleen over de turbines op het land en in het IJsselmeer, niet die op de Noordzee. Twaalfhonderd Euromasten, met knipperlichten, in letterlijk de laatste open ruimtes die we in dit volle, kwetsbare land hebben. Noem het maar duurzaam.

Het past niet. En dat is de belangrijkste reden waarom de discussie al jaren in cirkels ronddraait. Wordt de weerstand in het ene zoekgebied (Friesland, de kop van Noord-Holland) te groot, dan schuiven we gewoon een stukje op naar een ander zoekgebied (de Veenkoloniën, het IJsselmeer). Omwonenden kunnen participeren en meeprofiteren, horen we al jaren, vooral omdat journalisten dat steeds weer braaf overschrijven van de windlobby. Als blijkt dat bewoners daar zelf heel anders over denken, worden ze weggezet als nimby's of als koppige ‘nazaten van veenboeren’. Alsof er een heel speciale reden moet zijn waarom mensen moeite hebben met de landschappelijke verwoesting van hun omgeving. Wat prettig meehelpt in de zelfbevestiging van de voorstanders, is dat op veel plaatsen de PVV tot de felste tegenstanders behoort. Als díe tegen zijn, dan moet het wel deugen, toch?

En toen was daar het interview met Adriaan Geuze in de Volkskrant van zaterdag 18 juni. 

"GroenLinks en D66 willen windmolens, maar waar wonen hun kiezers? Niet in de gebieden waar de windmolens worden gepland."

"Nederland is te klein en te vol voor windmolens. Misschien moeten we een deal met Scandinavië sluiten om ze daar neer te zetten."

Juist Adriaan Geuze, voor wie Vpro-kijkend Nederland afgelopen zomer stond te juichen toen hij in Zomergasten een aanklacht deed tegen de liefdeloze verrommeling van ons landschap. Alleen had hij het toen over restaurants, bedrijfsloodsen en kantoren langs de snelweg, en dat scheldt toch net even lekkerder dan tegen windmolens. 

De voorstanders geven zich natuurlijk niet zomaar gewonnen. GroenLinks-kamerlid Liesbeth van Tongeren trekt maar weer eens de vergelijking met oud-Hollandse molens uit de kast:


Inderdaad, windmolens werden vroeger al verbannen uit Amsterdam, waarna ze uitweken naar de Zaanstreek waar er op een gegeven moment honderden tegelijk stonden. Maar wat zegt dat over de tien tot vijftien keer zo hoge windturbines in onze tijd?

Volkskrant-journalist Jeroen Trommelen is ook niet blij met het interview in zijn krant:




Maar dat zegt Adriaan Geuze natuurlijk helemaal niet. Hij wijst op het feit dat windmolens voor het weldenkende deel der natie - in overdrachtelijke zin voorgesteld als 'GroenLinks en D66' - een soort geloofsartikel zijn geworden. Hij wijst terecht op de mentale en geografische afstand tussen de elite en de bewoners. Bewoners die moeten toezien hoe hun geboortegrond wordt gebombardeerd tot energieproductielandschap. Die daarbij feilloos in de gaten hebben dat hun gemeente en provincie worden overruled vanuit windmolenvrije, randstedelijke bastions. De reacties van Van Tongeren en Trommelen tonen precies het groepsdenken rond windmolens; wie zich er kritisch over uitlaat, is een on-Hollandse, rare man. Die ligt eruit.

Tenzij het Volkskrant-interview een keerpunt is. Stiekem hoop ik dat Geuze met het windmolendebat doet wat Paul Scheffer zo'n vijftien jaar geleden met het door politieke correctheid verstikte integratiedebat deed: vanuit onverdachte hoek de vastgeroeste kaders van weldenkend Nederland openbreken, zodat iedereen veilig en zonder gezichtsverlies zijn mening kan bijstellen: 'Windturbines? Nee joh, tuurlijk niet. Daar is Nederland veel te klein en te kwetsbaar voor. Heb ik altijd al gezegd.'

11 juni 2015

Het hoeft niet met windmolens

Zaterdagochtend voor de ingang van de supermarkt, in gesprek met een verkoper.

V:      Dag meneer. Mag ik vragen waar u aan denkt bij het woord duurzaamheid?
M:     Ehm, nou ja. Aan producten die zijn gemaakt met respect voor de natuur en het landschap. En voor dieren en mensen.
V:      Dat is een mooie omschrijving. Denkt u ook aan energie?
M:     O ja, natuurlijk. Duurzame energie.
V:      Hoe zou u het vinden om rechtstreeks energie in te kopen bij iemand die u kent? Gegarandeerd honderd procent duurzaam en zonder tussenkomst van een grote energieproducent? Zo weet u precies wat u krijgt en waar het vandaan komt. Het mooiste is dat u ook nog eens minder betaalt dan bij de grote energiebedrijven. En wij regelen de overstap.
M:     Dat klinkt goed.
V:      Dan is dit misschien iets voor u.
(laat een spreadsheet met kleurige fotootjes zien)
Dit zijn allemaal boeren die bij ons zijn aangesloten. U kunt er zelf een uitkiezen. Als u bijvoorbeeld denkt: die vind ik leuk, dan wordt u daar afnemer van.
M:     Boer zoekt klant.
V:      Haha, precies.
M:     Ik heb er wel een probleem mee.
V:      En dat is?
M:     Ik zie overal windmolens op die plaatjes. En ik ben wel voor duurzame energie, maar niet zo voor windenergie.
V:      O. Waarom niet?
M:     Ik snap dat we een energietransitie moeten maken. Ik snap ook dat windenergie daarin een rol kan spelen. Maar ik vind niet dat het de hoofdrol moet zijn. Ik vind windenergie een nogal dure en lelijke oplossing en ik vrees ook dat het technisch snel zal worden ingehaald. Volgens mij kunnen we die miljarden van Henk Kamp slimmer besteden.
V:      Dat laatste ben ik met u eens. Windparken op zee zijn energiewinning volgens de oude methode, dus grootschalig en met grote energiebedrijven. En ze zijn inderdaad duur en slecht voor het milieu. Energie rechtstreeks van de boer is juist een alternatief daarvoor.
M:     Maar ik zie op jouw plaatjes allemaal lachende boeren met één windmolen achter hun rug. Daar redden we het natuurlijk nooit mee. Er is nu al veel protest tegen de plannen voor windparken op het land. Dan heb je het nog maar over één tot anderhalf procent verduurzaming van onze energievoorziening. Met een keuze voor windenergie maak je dus eigenlijk maar een klein stapje, tegen veel maatschappelijke onrust.
V:      Dat ben ik ook met u eens.
M:     We zijn het wel vaak eens hè?
V:      Ja. Er gaat te veel energie verloren aan de discussie over windmolens. Wind is inderdaad maar een onderdeel van het hele pakket. Daarom kun je bij ons ook terecht voor bio-energie. Of je kunt je aansluiten bij een zonnecollectief, waardoor je niet alleen energie voor jezelf opwekt maar ook overtollige energie kunt terugleveren aan het elektriciteitsnet én er geld voor ontvangen. De ontwikkelingen daarin gaan razendsnel.
M:     Dus het hoeft niet met windmolens?
V:      Dat klopt. Het hoeft niet met windmolens.
M:     Waarom maken jullie dat niet veel duidelijker? In de media lijkt het nu vaak of duurzame energie vooral windenergie betekent. Als je reclamespotjes op TV ziet voor groene energie, zie je windmolens draaien. Of neem nu die vergelijking met Denemarken die voortdurend wordt gemaakt. Hoe vaak heb ik dat verhaal nu al niet gehoord over het Deense wondereiland dat zogenaamd zelfvoorzienend is dankzij windmolens? Wat er nooit wordt bijverteld is dat er bijna geen kip woont op dat eilandje. Op ons eigen Texel hebben ze ook een lokale energiecooperatie. Daar halen ze energie uit zonnepanelen en biomassa en ze doen onderzoek naar getijde-energie. Er staat precies één windmolen op het eiland. De Texelaars begrijpen dat er weinig duurzaams is aan stalen reuzen in een kwetsbaar landschap.
V:      Maar u bent dus wel geïnteresseerd in duurzame energie rechtstreeks van de bron?
M:     Absoluut.
V:      Mag ik dan een folder meegeven?
M:     Ik kijk wel op de website. Da's duurzamer hè.
V:      Prettige dag nog.
M:     Prettige dag nog.

Energieneutrale woningen in Den Hoorn, Texel

11 april 2015

Modern sprookje

De koning van Paardevijgenland had de wijze bij zich geroepen op het kasteel.
‘Wijze, dit kan niet langer zo doorgaan. Het volk blijft de huizen maar warm stoken met paardevijgen. Het gaat steeds erger stinken. We moeten iets verzinnen.’
De wijze wreef over het gerimpelde voorhoofd.
‘Misschien is er een oplossing, Sire. Ik heb gehoord van Waaibomenland. Daar ruikt het altijd fris, de huizen zijn er altijd warm en de mensen zijn er altijd blij.’
‘En hoe doen ze dat daar?’
‘Met waaibomen, Sire.’
‘Waaibomen?’
‘Jawel, Sire. Dat zijn hele bijzondere bomen. Als je er een tak afzaagt, groeit er meteen weer een nieuwe aan.’
‘Dus als wij ook waaibomen krijgen zijn al onze problemen verdwenen?’ vroeg de koning.
‘Alleen als er genoeg waaibomen komen, Sire. Aan een paar waaibomen heb je niets.’
De koning klapte in zijn handen.
‘Wij krijgen ook waaibomen. Ik zal de boodschapper opdracht geven om het nieuws te verspreiden over het land.’
‘Wijze, hoe hoog kunnen waaibomen worden?’ vroeg het prinsesje, dat nieuwsgierig had meegeluisterd.
‘Wel tien keer zo hoog als de kasteeltoren, hoogheid,’ zei de wijze
‘Wauw!’ riep het prinsesje. ‘Dat is superhoog!’
‘Inderdaad hoogheid, daarom heten ze waaibomen.’

Er ging een hele tijd voorbij. De koning van Paardevijgenland wachtte en wachtte. Tot hij op een dag bezoek kreeg van de dorpshoofden uit het Noorden. ‘Sire,’ zeiden ze. ‘Wij vinden het een uitstekend idee van die waaibomen. Maar begrijpt u, onze dorpen zijn maar klein en de waaibomen zijn zo groot. De boeren zijn bang dat het land onvruchtbaar wordt.’
‘Dus jullie hebben liever paardevijgen?’ vroeg de koning.
‘O nee, Sire,’ zeiden de dorpshoofden. ‘We hebben liever waaibomen. We denken alleen dat het beter zou zijn als ze ergens anders zouden komen.’

Niet veel later kwamen de dorpshoofden van de dorpen aan het Grote Meer langs op het kasteel. ‘Sire,’ zeiden ze. ‘Wij steunen u volledig. Maar onze dorpen zijn maar klein en de waaibomen zijn zo groot. De vissers zijn bang dat alle vissen doodgaan.’
‘Dus jullie hebben liever paardevijgen?’ vroeg de koning.
‘O nee, Sire,’ zeiden de dorpshoofden. ‘Paardevijgen zijn heel ouderwets. We denken alleen dat het beter zou zijn als de waaibomen ergens anders zouden komen.’

Tenslotte kreeg de koning bezoek van de dorpshoofden van de duindorpen.
‘Sire,’ zeiden ze. ‘U bent een groot leider. Maar ziet u, onze dorpen zijn maar klein en de waaibomen zijn zo groot. De kooplieden zijn bang dat de zon niet meer zal schijnen.’
‘Dus jullie willen doorgaan met paardevijgen?’ vroeg de koning.
‘Zeker niet, sire. We willen waaibomen. Maar we denken dat het beter zou zijn als..’
‘Jaja, ik weet het al,’ onderbrak de koning hen.

‘Lukt er dan helemaal niets in dit land!’ riep de koning in zijn kasteel. ‘Nu hebben we nog steeds geen waaibomen en stinkt het nog steeds naar paardevijgen. Was het hier maar net als in Waaibomenland, waar het altijd fris ruikt en de huizen altijd warm zijn en de mensen altijd blij.’
Even was het stil in het kasteel. Toen zei de koning tegen het prinsesje:
‘Dochter, vertel je moeder in de kasteeltuin dat ik op reis ga.’
‘Waar ga je naartoe?’ vroeg het prinsesje.
‘Naar Waaibomenland.’
‘Maar papa, waar ligt dat eigenlijk?’
'Dat weet ik niet,’ zei de koning van Paardevijgenland. ‘Maar het móet bestaan.’

                                                               Afbeelding: NL Architects

6 september 2013

Twaalfhonderd Euromasten

Met het energie-akkoord tussen het kabinet en de overlegpartners lijkt de komst van nieuwe windparken een zekerheid. Je hoeft geen fossiele viespeuk of kernenergie-lobbyist te zijn om kritische kanttekeningen bij die keuze te plaatsen. Enkele maanden geleden omschreven de voormalige PvdA-bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg in een opiniestuk in De Telegraaf de hoofdkeuze voor windenergie als ‘onbegrijpelijk’. Windenergie is landschapsvervuilend, vraagt te veel subsidie en is een relatief uitontwikkelde techniek, vinden de twee economen. De vooruitzichten van zonne-energie zijn veel gunstiger.
Onderzoekscijfers lijken de stelling van Vermeend en Van der Ploeg te ondersteunen. In de recente PBL-verkenning De ruimtelijke impact van hernieuwbare energie wordt de potentie in 2050 van zonne-energie vijf keer zo hoog geschat als van wind op land. Het planbureau doet geen uitspraken over de beste keuze voor duurzame energie, maar heeft wel met energie-instituut ECN uitgerekend wat de maximale (realistische) bijdrage van elke energiesoort kan zijn. Ook geothermie, biomassa en wind op zee scoren hoger dan windenergie op land. En dat zijn alleen de bekende alternatieven. Niemand weet nog hoe bijvoorbeeld een techniek als getijde-energie er over tien of twintig jaar voorstaat. 

Impressie van toekomstig windpark bij Makkum

In het debat over duurzame energie wordt Denemarken vaak aangehaald als lichtend voorbeeld. De Deense overheid heeft sinds de jaren negentig tientallen miljarden uitgegeven aan windenergie. Deels aan prijssubsidies, deels aan de koppelingen met Noorse en Zweedse waterkrachtcentrales die nodig zijn om de fluctuerende opbrengst van windturbines op te vangen. Niet voor niets betalen de Denen de hoogste energieprijzen in Europa. Je kunt het een dappere, principiële keuze noemen. Maar Nederland is Denemarken niet. We zijn dichter bevolkt, hebben minder open water en open landschap tot onze beschikking, en we hebben geen Scandinavische buren met waterkrachtcentrales. Wat we wel hebben, zijn gasreserves die bij elk onderzoek weer groter blijken en die ons in staat stellen om in de komende decennia de transitie naar duurzame energie te maken.

De vraag is of dat met of zonder windmolens moet. Zolang het bij abstracties blijft, is het gemakkelijk om te zeggen dat we ‘vol moeten inzetten op duurzaam’. Eigenlijk zou iedereen eens naar Medemblik moeten afreizen. Daar staat de grootste windturbine van Nederland, met een tiphoogte van tweehonderd meter. Als de kabinetsplannen doorgaan, zie je straks vanaf het IJsselmeer aan de Friese, de Flevolandse en de Noord-Hollandse kant enorme windmolens draaien. Daar gaat het dus om: zo'n twaalfhonderd mega-turbines op het land erbij. Twaalfhonderd ‘Euromasten’ met rotorbladen en knipperlichten, in de schaarse open ruimtes die we hebben. Met een negatief effect op recreatie en beschermde dorps- en stadsgezichten en met potentiële effecten op natuur, gezondheid en woningwaardes. Allemaal om onze energieproductie op korte termijn met anderhalf procentpunt te verduurzamen, terwijl we steeds meer aanwijzingen hebben dat er op langere termijn betere en goedkopere alternatieven zijn. Ik heb zo’n vermoeden dat het opiniestuk van Vermeend en Van der Ploeg niet het laatste kritische geluid is over nut en noodzaak van windenergie. Sommige heftige debatten zie je van mijlenver aankomen. Als een tweehonderd meter hoge windturbine op open water.