Posts tonen met het label USA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label USA. Alle posts tonen

23 september 2020

Amerika in romans (3)

 

 

Philip Roth - The plot against America (2004)

Roth beschrijft hoe het zou zijn gegaan als in 1940 niet F. D. Roosevelt zou zijn herkozen, maar de antisemitische en nazi-vriendelijke Charles Lindbergh president was geworden. Na de verkiezing van Trump werden er regelmatig parallellen getrokken tussen de roman en het huidige Amerika. Lodewijk Asscher deed dat bijvoorbeeld in De Wereld Draait Door. Dat riep ook weer tegenreacties op. Want je kon veel zeggen over Trump, maar hij was toch geen fascist?

Tsja. Er zijn vast hokjes op de fascisme-checklist die bij Trump niet aangekruist hoeven te worden. Evenzo is Charles Lindbergh, de eerste piloot die een transatlantische vlucht maakte, geen vuilbekkende ophitser, maar eerder een gladjakker die zijn nazi-sympathieën in redelijk klinkende taal verpakt. En een antisemiet dus. In de roman worden Joodse jongeren uit de steden naar gastgezinnen op het christelijk-conservatieve platteland gestuurd, met als doel om ze te herprogrammeren. Uiteindelijk worden zelfs hele gezinnen verspreid. Dat lijkt meer op goed georganiseerd fascisme dan op het chaotische governing by twitter van Trump.

Toch vind je overeenkomsten tussen het Amerika in de roman en dat van Trump. Zo is er het isolationisme, waarbij de regering-Lindbergh zich afzijdig houdt van de Tweede Wereldoorlog, die een ‘Joodse oorlog’ zou zijn. Ook in de roman worden oude Europese bondgenoten (de Britten) opzijgeschoven voor een schimmig verbond met een autoritair regime (Nazi-Duitsland), waarmee het zoveel makkelijker zaken doen is. En wordt daar over gelogen: Lindbergh houdt vol dat de frequente bezoeken aan zijn nazivrienden in Duitsland in de jaren voor zijn verkiezing tot president in dienst van de Amerikaanse overheid waren.

Er is ook de sluipende normalisering van racisme, met dank aan de welwillende medewerking van opportunisten en nuttige idioten. Zo krijgt Lindbergh steun van een invloedrijke rabbijn. Die maakt  hem ‘kosher’, zoals een personage opmerkt, ‘niet voor de Joden, maar voor de goyim’. Er is de steeds grimmiger en gewelddadiger radicalisering van degenen die zich als eersteklas-Amerikanen beschouwen en vinden dat andere bevolkingsgroepen zich koest moeten houden. Er zijn de complottheorieën: een journalist, de meest uitgesproken criticus van Lindbergh, wordt ‘betaald door de Britse regering’.

De polarisatie verscheurt ook het gezin Roth in New Jersey, waarvan de jongste zoon Philip de verteller is. Zijn oudere broer is een van de tieners die mag meedoen in het overheidsprogramma van Lindbergh. Een tante trouwt met de Lindbergh-gezinde rabbijn. Een neef vecht in de oorlog voor het Brits gezinde Canada en keert gewond en getraumatiseerd terug naar de VS. Uiteindelijk verliezen ook in The plot against America de nazis de oorlog. Maar de schade van het fascistische experiment is dan al aangericht.

 

Jeffrey Eugenides - Middlesex (2002)

Zelfs binnen het genre great American novel, waarin niet wordt gekeken op een verhaallijn meer of minder, is Middlesex een wijdvertakte roman. Het zijn bijna drie romans ineen. Eén over de migratie van Grieken naar Amerika. Een tweede over de Amerikaanse droom, beschreven aan de hand van de bloeitijd en de neergang van autostad Detroit. En een derde over die andere, universele droom: het recht om te mogen zijn wie je bent. De hoofdpersoon Calliope (later Cal) Stephanides is geboren als meisje maar krijgt in de puberteit mannelijke geslachtskenmerken.

De grootste kracht van de roman is hoe je als lezer wordt meegenomen door de hoofdpersoon, geboren in een traditionele Griekse migrantenfamilie met vaste rituelen en rolpatronen. Hoe ze langzaam begint te begrijpen waarin ze verschilt van andere meisjes. Hoe ze zich heel lang blijft aanpassen; als ze maar niet ongesteld wil worden, doet ze met veel theater alsof. Haar geslachtsdeel noemt ze in gedachten ‘de crocus’. Het meisje uit haar klas op wie ze verliefd wordt, krijgt geen naam en heet alleen The Object, een mooie omdraaiing van wie de vreemdeling is en wie niet.

Calliope wordt pas geboren als het verhaal al een eind op weg is, nadat ze de migratiegeschiedenis heeft verteld van haar Griekse grootouders, die in 1922 ternauwernood een brandend Smyrna (nu Izmir in Turkije) ontvluchten. Dat perspectief van een hoofdpersoon die terugkijkt op wat er is gebeurd, is ook nodig om de lezer inzicht te geven in het dubieuze handelen van dokter Peter Luce, de New Yorkse arts die Calliope onderzoekt als haar ouders eindelijk hebben ontdekt dat er ‘iets’ met haar is. De beroemde arts ziet snel genoeg dat 'Callie' genetisch een man is. Maar hij wil graag zijn theorie bevestigd zien dat gender-identiteit los staat van genetisch geslacht. Dus moet onderzocht worden wat ze ‘eigenlijk’ is. Het is een grote vergissing. Luce onderschat hoe bekwaam de veertienjarige de rol speelt die van haar wordt verwacht, zowel door haar familie als op haar keurige middenklasse-school: dat ze een echt meisje is, dat zich meisjesachtig gedraagt. Als het oordeel komt – Callie heeft een ‘vrouwelijke identiteit’ en moet worden geopereerd en met vrouwelijke hormonen worden behandeld – begrijpt Cal dat ze, of eigenlijk dus hij, voor zichzelf moet kiezen. Hij slaat op de vlucht en komt uiteindelijk terecht in San Francisco.

Het grootste deel van het verhaal speelt zich af in Detroit. De stad waar Ford in 1913 de lopende band invoerde en waar honderdduizenden arbeidsmigranten naartoe trokken voor een beter leven. Uit Europa, zoals de Grieken in de roman, maar ook zwarte Amerikanen uit het Zuiden van de VS. Detroit is nu een van de meeste gesegregeerde Amerikaanse steden. Middlesex laat zien hoe die scheiding begon. Aan het begin van de roman is Detroit een gemengde stad met bloeiende migrantenwijken, waarin arbeiders met de tram naar de fabriek gaan. Tramlijnen die later werden weggeconcurreerd door de aanleg van snelwegen naar de nieuwe voorsteden; de auto maakte Detroit eerst groot en daarna weer klein. Het begin van de rellen eind jaren zestig, die de leegloop verder aanwakkerden, wordt beschreven. Ook de Griekse familie verruilt Detroit voor een rustige voorstad. Niet zonder moeite overigens, want niet alleen de verhuizing van zwarte bewoners maar ook die van immigrantengroepen met een lagere status, zoals de Grieken, wordt tegengewerkt door makelaars.

Als man keert Cal aan het einde nog een keer terug in het kapotte Detroit van eind jaren zeventig. In de Griekse wijk, of wat daar nog van over is, zitten oude mannen aan tafeltjes langs de straat. In het centrum, tussen wolkenkrabbers met afgeplakte ramen, is het Renaissance Center in aanbouw, ’symbool van een wedergeboorte die er nooit was’.

 

Joseph O’Neill  -  Netherland (2008)

In een afgelegen kanaal in Brooklyn wordt het lichaam van Khamraj ‘Chuck’ Ramkissoon gevonden, een immigrant uit Trinidad die zijn Indiase voornaam heeft veramerikaanst. Het ligt er al twee jaar. Mensen die hem hebben gekend, worden ondervraagd. Een ervan is de Nederlandse expat Hans van den Broek. Wat weet hij van de man? Dat komen  we in het vervolg van de roman te weten. Of eigenlijk ook niet, want de vriendschap tussen de mannen is van het soort waarin veel wordt gezegd en tegelijk veel verzwegen.

Cricket is wat hen bindt. Chuck is scheidsrechter bij een wedstrijd van het gelegenheidsteam waarin Hans speelt. Het mag dan een wereldsport zijn, in New York is cricket een bezigheid van buitenstaanders. De spelers mogen pas gebruik maken van het veldje in Staten Island als de honkballers klaar zijn. Het gezelschap Caribische eilanders, Indiërs en Pakistanen ontleent tegelijk trots aan de sport, die zoveel verfijnder is en meer skills vereist dan honkbal. Voor Chuck is het een historische vergissing dat Amerika de sport nooit heeft omarmd. ‘Wil je een taste van hoe het is om hier zwart te zijn’, zegt hij tegen Hans, de enige blanke in het gezelschap, ‘trek een wit crickettenue aan.’

Hans woont alleen in de stad. Zijn vrouw Rachel, advocaat, is na 9/11 met hun zoon vertrokken naar Londen. Hij is achtergebleven in New York en werkt als analist bij een grote bank. ’s Avonds surft hij op Google Earth naar het Londense huis waarin zijn vrouw en zoon wonen, inzoomend op het opblaaszwembad in de tuin. Voor Rachel is de Irak-oorlog de definitieve reden om niet meer terug te willen. Hans moet een toekomst kiezen, maar verkeert met zijn gedachten juist vaak in het verleden. Bij zijn jeugd in Den Haag, die beschermd was maar ook vaderloos omdat zijn vader al op jonge leeftijd bij een auto-ongeluk om het leven kwam. Zijn zorgzame moeder bracht net zo vaak met hem de NRC rond tot hij zelf de route uit zijn hoofd kende, en nam de krantenwijk op zaterdag van hem over omdat hij die dag zijn cricketwedstrijd had. Zo vervult Nederland in Netherland de rol van een veilig en voorspelbaar paradijs, als contrast met het rauwe en in een post-9/11 neurose verkerende New York.

De stad wordt opmerkelijk vaak als een wildernis omschreven. Overal zijn zwermen vogels. De hitte en de zomerregens doen in Brooklyn het onkruid opschieten, de kelders onderlopen en jagen zwermen met virussen gewapende muggen door de straten

De roman heeft iets raadselachtigs en ongrijpbaars, meanderend tussen actuele gebeurtenissen en herinneringen aan lang en kort geleden. De charismatische, breedsprakige Chuck duikt steeds weer op in het leven van Hans. Het is een onwaarschijnlijke vriendschap. Chuck is de selfmade zakenman die overal kansen ziet, altijd bezig met tien dingen tegelijk, druk telefonerend en over alles een mening. Hans is een rationele aandelen-analist, ingebed in het grote bedrijfsleven. En in de wereldpolitiek, want hij analyseert de oliemarkten, al wil hij niet nadenken over de ethiek van de Irak-oorlog.

Tijdens een van hun ontmoetingen neemt Chuck de Nederlander mee naar een verlaten terrein in Brooklyn. Hij droomt van zijn eigen cricket-imperium. Een nieuw cricketterrein, gekoppeld aan de verkoop van kleding en materiaal; dat moet wel een succes worden, met het sterke gegroeide aantal immigranten uit cricketlanden. Het is meer dan een zakelijke droom, het is een missie.  

Maar wat voor soort ondernemer is Chuck? Waarom heeft hij een aparte telefoon voor ultrakorte gesprekjes?  Wie is de morsige Rus Abelsky, die hem zijn naam leent (want die biedt meer zakelijke kansen dan Ramkissoon) en acteert als de big shot tijdens zakelijke onderhandelingen? Je krijgt de indruk dat Hans het eigenlijk niet wil weten. Chuck betekent voor hem in de eerste plaats cricket, en cricket betekent beschaving.

Hoe goed kunnen we elkaar echt kennen? Dat is ook de vraag die Abelsky aan het eind van de roman stelt aan Hans als die, inmiddels weer herenigd met zijn gezin in Londen, hem opbelt om meer te horen over de achtergronden van Chucks noodlot. 'Je denkt zeker dat ik hem heb vermoord, omdat ik een Rus ben? Maar dat geeft niet. Jij kende Chuck niet zoals ik hem kende. Je weet alleen wat je weet.'

 

Jennifer Egan - Manhattan Beach (2017)

Een boek voor iedereen die van de zee houdt, en wie doet dat niet? Overal in het verhaal is het water aanwezig, zelfs al speelt het zich voor het grootste deel af op het land. Het begint met een uitje van de elfjarige Anna Kerrigan met haar vader Eddie in het crisisjaar 1934. Ze gaan op visite bij een zakenrelatie, ene Dexter Styles, die in een vrijstaand huis aan zee woont, in Manhattan Beach in Brooklyn. Anna speelt er met de dochter des huizes en vergaapt zich aan de rijkdom, veel groter dan die van haar eigen sappelende familie. Met blote voeten loopt ze de zee in. Het is meteen duidelijk dat ze onbevangen is en niet bang aangelegd. Styles vindt haar stoerder dan zijn eigen, wat verwende dochter.

Wat die zakelijke relatie tussen Kerrigan en Styles precies inhoudt, blijft in het ongewisse. De Ier is een hardwerkende, steile man. Met zorgen: zijn oudste dochter Lydia is meervoudig gehandicapt, wat hij als een straf ervaart die wordt verdubbeld omdat hij nauwelijks met haar kan communiceren, terwijl dat zijn vrouw en zijn jongste dochter Anna wel lukt.

Dan springt het verhaal vooruit naar 1943. Anna werkt op de Naval Yard, de marinewerf, in Brooklyn. De oorlog heeft de traditionele rolpatronen veranderd. Er werken honderden vrouwen op de werf, veel jonge mannen zijn overzee. Maar Anna wil meer dan het eentonige opmeten van scheepsonderdelen. Ze wordt de eerste vrouwelijke diver. Het is een levensgevaarlijk beroep: onder water aan schepen werken met een loodzware bepakking aan en het risico om een longembolie op te lopen bij te snel opstijgen.

Er heerst een broeierige oorlogssfeer in de stad. De gesprekken gaan over Pearl Harbor, over de krauts, over de laatste ontwikkelingen aan het oostfront in Rusland. Maar het blijft ook een oorlog op afstand. Er is tegelijk een gevoel van vrijheid en er wordt gefeest in de stad. Ook door Anna. Maar wel met een groot gemis: haar vader Eddie is al jaren spoorloos verdwenen, niet lang na dat bezoek aan Dexter Styles in Manhattan Beach. Het is duidelijk dat die er iets mee te maken heeft. Ze komt Styles weer tegen in één van zijn nachtclubs, waarna ze besluit om de zoektocht in te zetten naar haar vader.

Die Styles  – wiens echte, Italiaanse naam ook voor de lezer geheim blijft  – is geen karikaturale gangster. Zijn clubs moeten vooral classy zijn en hij droomt ervan om samen met zijn dochter een legale business op te zetten. Hij krijgt sympathieke trekken als hij voldoet aan het verzoek van Anna om haar zieke zus Lydia één keer de zee te laten zien. Styles haalt de zussen op in zijn auto, waarna ze met zijn drieën het passagiersschip de Queen Mary de Atlantische Oceaan op zien varen. Vol met oorlogstroepen, zegt Styles, en te snel om te worden opgemerkt door de Duitse onderzeeërs.

Als Anna hem uiteindelijk opbiecht dat ze de dochter van Eddie Kerrigan is en op zoek naar haar vader, krijgt ze geen antwoorden. 'Zou jij niet willen dat jouw dochter je komt zoeken als je verdwijnt?' vraagt ze aan Styles. 'Dat is het laatste wat ik zou willen,' antwoordt de crimineel. 'Ik zou willen dat ze veilig is.' Als Lydia kort daarna overlijdt en haar moeder uit New York vertrekt, is Anna alleen in de stad, zoals zoveel jonge vrouwen. In die leegte wordt het gemis van haar vader steeds sterker. Ze weet dat hij nog leeft.

En dat is ook zo. In het tweede deel van de roman blijkt Eddie Kerrigan al jaren te zwerven over zee. Hij is opgeklommen tot officer en vertrekt uit San Francisco op een schip vol met tanks en ander oorlogsmaterieel. Pas buiten de Golden Gate horen ze dat de bestemming het Panamakanaal is. De opluchting aan boord is groot, want ‘alles is beter dan Moermansk’.  Maar het wordt alsnog een helletocht. Wat volgt is een prachtige beschrijving van de microkosmos op het schip; de onderlinge vernederingen, de oeverloze gesprekken tussen de bemanningsleden, die vooral geheimen en leed moeten verbergen. Je kunt vanaf het strand mijmeren over avontuur terwijl de schepen aan de horizon voorbij glijden, lijkt de schrijfster duidelijk te maken, maar de zee is niet de plek waar de mens thuishoort. 

Op het schip gaan Eddies gedachten terug naar het moment waarop hij aanklopt bij Styles, omdat hij dringend geld nodig heeft om een medische stoel voor de gehandicapte Lydia te kunnen aanschaffen. Naar hoe hij wordt aangenomen om voor de crimineel te komen werken en hoe bevrijd hij zich op dat moment voelt, nog niet wetend dat het zal eindigen in een jarenlange verbanning op het water.

13 april 2018

Kaartlezen (30) - Een schop in Donalds rug




Bij de verkiezingen voor het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden –  dat samen met de Senaat de volksvertegenwoordiging, het Congres, vormt – zijn de kiezers ingedeeld in 435 kiesdistricten. De winnaar in elk district krijgt een zetel in Washington. Het gaat bij de verkiezingen dus om gebieden en niet om het totale aantal stemmen, net zoals bij de presidentsverkiezingen. Amerikanen houden blijkbaar van politiek met een geografisch tintje. Over die kiesdistricten is een eindeloze discussie gaande. Over hun vorm, om precies te zijn. Die is soms onbegrijpelijk grillig en willekeurig, alsof iemand met koffie heeft gemorst over de kaart. Een mooi voorbeeld is kiesdistrict 7 in de staat Pennsylvania, in en rond Philadelphia. Het heeft als bijnaam ‘Goofy kicking Donald Duck in the back’. Als je goed kijkt, kun je zien waarom.

De gewoonte om kiesdistricten opzettelijk een rare vorm te geven, een praktijk die gerrymandering wordt genoemd, dateert al uit het begin van de negentiende eeuw. De Amerikaanse wet schrijft voor dat kiesdistricten een min of meer gelijke omvang moeten hebben, op dit moment is dat ruim 700.000 inwoners. Maar over welke vorm ze moeten hebben, zijn de regels vager. Daardoor is het ontwerpen van kiesdistricten al twee eeuwen onderdeel van het politieke machtsspel tussen de Democraten en de Republikeinen. Door de grenzen te manipuleren kan de  partij die aan de macht is zichzelf bevoordelen. Je kunt de kiesdistricten zo samenstellen dat je eigen achterban in zo veel mogelijk districten een (kleine) meerderheid vormt. Zo win je een maximaal aantal districtszetels met een minimale meerderheid. Zie het linkerplaatje, waarop blauw alle zetels wint. Omgekeerd is het mogelijk om met een minderheid aan stemmen toch de meerderheid van de zetels te winnen. Zie het rechterplaatje; daarop wint rood de meeste zetels, terwijl de stemverhouding hetzelfde is als op het linkerplaatje.


Dat laatste gebeurde bijvoorbeeld in 2012 in Pennsylvania, de staat met het Goofy/Donald district. De Republikeinen wonnen daar toen 13 van de 18 zetels in het Huis van Afgevaardigden, terwijl ze 48,8% van de stemmen haalden. De Democraten haalden 50,3% maar moesten het met 5 zetels doen. In februari van dit jaar oordeelde de hoogste rechter in Pennsylvania dat de kieskaart bij de komende verkiezingen in november moet worden veranderd. Volgens de rechter is het duidelijk dat grenzen zoals die van kiesdistrict 7 uitsluitend zijn bedoeld om de Republikeinen te bevoordelen, door zo veel mogelijk Democratische kiezers onder te brengen in zo weinig mogelijk kiesdistricten. 

Er moet een nieuwe kieskaart in Pennsylvania komen, eenvoudiger en minder geografisch verbrokkeld. De uitspraak wordt gezien als een overwinning voor de Democratische partij. Die heeft over het algemeen het meest last van gerrymandering omdat hun kiezers sterker zijn geconcentreerd in steden, waar het manipuleren van grenzen grotere aantallen kiezers treft dan in landelijk gebied. Het is dus geen toeval dat President Donald Trump zijn partijgenoten in Pennsylvania op Twitter aanspoorde om de uitspraak aan te vechten: “Your Original (de oude kieskaart, MdJ) was correct! Don’t let the Dems take elections away from you so that they can raise taxes & waste money.”

Verschenen in Geografie, april 2018
https://geografie.nl/tijdschrift/geografie-april-2018



Update: Trumps tweet heeft niet geholpen. De kieskaart van Pennsylvania is aangepast. Het oude district 7 (het groene gebied rechtsonder op het kaartje links) bestaat niet meer. 

10 november 2016

Maak van Trump-stemmers geen slachtoffers


Net als veel anderen werd ik woensdag met een schok wakker. Trump had gewonnen. En net als bij eerdere Amerikaanse presidentsverkiezingen raakte ik in de loop van de dag toch weer gefascineerd door alle uitslagen, verwerkt in mooie graphics en kaarten. De Amerikaanse verkiezingen zijn de meest geografische die er bestaan. Stratego in het echt, met de machtigste baan ter wereld als inzet. In een 'saai' kiesstelsel waarin de meeste stemmen tellen, had Clinton gewonnen. Dan hadden de Amerika-kenners 's avonds in de talkshows uitgelegd waarom het volk toch een beetje van haar houdt, en wat Trump fout had gedaan.

Het voelt oneerlijk dat degene die de meeste stemmen wint de verkiezingen verliest, maar er zijn ook goede argumenten voor het Amerikaanse systeem. Zo kan het kandidaten dwingen om aandacht te schenken aan kleinere steden of dunbevolkte gebieden. Nu was bijvoorbeeld Ohio aan de beurt, waar elke uithoek werd bevochten omdat de staat weleens de doorslag kon geven. Het toont meteen aan dat de kritiek dat 'de gewone man in de periferie' door politici over het hoofd wordt gezien niet terecht is. De Amerikanen die het meest mogen klagen over een gebrek aan aandacht zijn de inwoners van Los Angeles, New York of Dallas. Zij wonen in staten waar het al vele verkiezingen achter elkaar totaal niet spannend is.

Al snel na de schok komt ook altijd de normalisering. 'Of we het leuk vinden of niet, we zullen het moeten accepteren en ervan moeten leren', was meteen al het dominante geluid in Nederland. Van politici kun je die voorzichtigheid begrijpen. Zij moeten inderdaad verder met de VS onder Trump. Maar van commentatoren mag je meer verwachten. In veel Amerikaanse media, maar ook in een Britse krant als de Guardian, waren de commentaren snoeihard. Het was een tragedie voor Amerika, een zwarte dag. Bij ons heerste het frame dat we vooral moeten proberen te begrijpen waarom mensen op Trump hadden gestemd, verwoord in het sussende ‘het zijn heus niet allemaal idioten of racisten’. Dat is zo, maar het betekent niet dat we het niet over racisme moeten hebben als we de overwinning van Trump analyseren. Of over haat, complotdenken en in de media opgepookte massahysterie. Over alle krankzinnige dingen die Trump zelf heeft gezegd in de campagne. 

Een deel van die Trump-stemmers bestaat gewoon uit pechvogels die aan de verkeerde kant van de spoorweg wonen, zei voormalig Amerika-correspondent Charles Groenhuijsen bij Pauw. Het is een geluid dat we eindeloos hebben gehoord in de campagne: de Trump-aanhang als economische verliezers. Maar de cijfers laten zien dat de inkomensverdeling tussen Trump- en Clinton-stemmers nauwelijks verschilt. Trump heeft zelfs iets meer stemmers in hogere inkomensgroepen. (Zie de exit polls op de site van de New York Times). Ook in opleidingsniveau is er relatief weinig verschil. Wel in woonplaats: Trump-aanhangers wonen duidelijk vaker in kleine steden en op het platteland. 
                                          
Ook bij Pauw legden de Rotterdamse wethouder Joost Eerdmans en journalist Wierd Duk de stem op Trump uit als een antwoord op immigratie en globalisering. De 'elite' zou niet begrijpen dat de veranderingen in de samenleving te snel gaan voor het gewone volk. De elite versus het volk, angst voor verandering: het zal voor een deel kloppen. Maar mag het dan ook gaan over hoe die angst precies is ontstaan? De meeste Trump-stemmers hebben het materieel goed. Ze zijn hun baan niet kwijtgeraakt aan een Chinees of Mexicaan. Ze wonen op de plekken waar de minste immigranten zijn, plekken waar je flink je best moet doen om ook maar één moslim te zien. Het zijn geen mensen die 'de gevolgen van globalisering' merken. Het probleem is juist dat ze die gevolgen niet merken, ze kennen ze alleen van horen zeggen. De buitenwereld bestaat voor hen vooral in de social media, op websites en op televisie, opgediend in een giftig dieet waarin geen onderscheid meer is tussen feiten en leugens, tussen show en inhoud, tussen loze beloftes en doordachte plannen. Zo komen ze aan hun ideeën. Dat Obama geen geboren Amerikaan is, een leugen die jarenlang werd verspreid door Trump. Dat klimaatverandering niet bestaat. Dat Amerika wordt bedreigd door de islam, door hordes immigranten. Dat de Clintons deel uitmaken van een samenzwering tegen de gewone Amerikaan. Daarom stemden ze op Trump, niet omdat ze een willoos slachtoffer waren van de demografische of geografische groep waartoe ze behoorden. It's the ideology, stupid!

17 oktober 2016

Geografie als duizenddingendoekje

Afgelopen week zag ik een reportage op televisie over een mijnwerkersstadje in West-Virginia waar de bevolking massaal op Donald Trump zei te gaan stemmen. De naam van het stadje ben ik vergeten, net als die van de actualiteitenrubriek. Het doet er ook niet toe, want ik had het verhaal inmiddels al vaak genoeg gehoord. Half verlaten industriesteden in Ohio, wegroestende mijnwerkersstadjes in West-Virginia; dáár zitten al die Trump-aanhangers. Als je dit ziet, lijken de makers te willen zeggen, dan begrijp je waarom zoveel Amerikanen achter Trump aanlopen.

Het is flauwekul. Voor het grootste deel dan. Want zelfs al zou Trump hoog scoren in dit soort gebieden, dan nog moeten er tientallen miljoenen niet-arme Amerikanen uit niet-leeggelopen steden zijn die voor hem kiezen, anders zou hij nooit een stabiele basis van veertig procent of meer in de peilingen hebben. De mythe van de arme Trump-stemmer is al eerder ontkracht. Tijdens de Republikeinse voorverkiezingen bleek het inkomen van de kiezers die op Trump stemden zelfs hoger te liggen dan het Amerikaanse gemiddelde (link).

En dan toch steeds weer die spooksteden in Ohio en West-Virginia. Alsof een politieke stroming moet worden vastgepind op een handvol herkenbare locaties. Geografie als duizenddingendoekje. Je zag het ook bij Jean-Marie Le Pen in Frankrijk en Pim Fortuyn in Nederland. Tijdens de opkomst van het Front National in de jaren negentig trok iedere journalist naar de volkswijken in Marseille, omdat de partij daar het hoogst in de peilingen stond. Maar de vijftien procent van de Fransen die op de partij stemde, woonde in grote meerderheid niet in zo'n volkswijk. Bij Fortuyn kregen de achterstandswijken (opmerkelijk trouwens hoe weinig je dat woord nog hoort) in Rotterdam en Den Haag veel aandacht. Uiteindelijk stemden 1,6 miljoen kiezers in 2002 op de LPF. De partij moest het vooral hebben van doorsnee-gemeenten in het westen van het land, zoals Aalsmeer, Spijkenisse en Purmerend.

Natuurlijk is geografie belangrijk. Op Amerikaanse verkiezingskaarten kon je in 2008 al zien dat er iets broeide. Bij de overwinning van Obama op McCain schoof een groot deel van het land op in de richting van de Democraten. Maar er was ook een duidelijk afgebakende regio die de andere kant opging: een langgerekte strook over Oklahoma, Arkansas, Tennessee (uitgezonderd steden als Memphis en Nashville) en een deel van Kentucky en West-Virginia waar de kiezers tegen de landelijke trend in méér Republikeins stemden dan in 2004. Toen was dus al zichtbaar dat een deel van de voormalige Democratische aanhang niet meeging in de hoopvolle boodschap van Obama, en ook dat deze groep het grootst was in relatief arme en blanke gebieden.

Maar een geografisch patroon is nog geen verklaring. Ook niet voor de opkomst van Trump. Voor zijn populariteit zijn ongetwijfeld economische en sociaal-culturele oorzaken te vinden die zich op sommige plaatsen sterker voordoen dan op andere: de armoede op het Amerikaanse platteland, het sentiment in de ‘tussenliggende’ staten dat alleen de grote steden aan de kusten er toe doen. Maar waarom stemmen de bewoners in die gebieden dan uitgerekend op een New Yorkse miljardair? Waarom kiezen tientallen miljoenen Amerikanen - van wie de grote meerderheid niet arm of werkloos is en niet woont in een verpauperde industriestad  - voor een leider die xenofobie, agressie en complotdenken tot de kern van zijn boodschap maakt? Laten we de meest voor de hand liggende verklaring niet over het hoofd zien: omdat ze het met hem eens zijn.

9 september 2016

Amerika in romans (2)


De beste literatuur voor bij de presidentsverkiezingen. Of voor wie tijdens het lezen even het gevoel wil hebben in de States te zijn. Vijf romans die iets vertellen over de Amerikaanse samenleving, steden en landschappen.


Tom Wolfe – Back to Blood

Tom Wolfe is de meester van de sociale satire. Vaak met een stad als middelpunt, zoals New York in The bonfire of the vanities en Atlanta in A Man In Full. In Back to Blood (2012) is Miami het toneel. De hoofdpersoon is een Cubaans-Amerikaanse politieman die een Cubaanse bootvluchteling aanhoudt vlak voordat die voet aan land kan zetten. Helaas voor de agent wordt het incident rechtstreeks op de lokale televisie uitgezonden, waarna hij in een loyaliteitsconflict komt met zijn 'eigen' mensen.

Je kunt veel zeggen over Wolfe, maar niet dat zijn romans subtiel zijn. Zoals altijd worden de gespannen verhoudingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen moddervet aangezet. In Miami gaat het vooral om de machtsstrijd tussen de Cubanen en de Afro-Amerikanen. Andere groepen, zoals de Haïtianen, moeten daar tactisch tussendoor zien te laveren. De Russische nouveau riche heeft zich gestort op de kunstwereld, waarvan de decadentie door Wolfe haarfijn wordt ontleed.

Je kunt het karikaturaal of cynisch noemen, zoveel nadruk op etniciteit, alsof de moderne Amerikaanse stadsbewoners niets meer zijn dan de optelsom van hun afkomst en ambities. Zulke verwijten krijgt Wolfe dan ook regelmatig. Maar misschien moet je een roman als Back to Blood niet al te serieus nemen en lezen als een satirische, volkomen politiek-incorrecte weergave van de stedelijke microkosmos. Het knappe is dat je je echt even in Miami waant, misschien wel de minst Amerikaanse van alle Amerikaanse metropolen. Elke buurt wordt beschreven; van het boomloze Hialeah, waar de Cubanen hun Amerikaanse droom hebben waargemaken, tot de hippe kunstwijk Wynwood en de afgelegen suburbs aan de rand van de Everglades. En natuurlijk Miami Beach, het volgebouwde schiereiland voor de kust waar de nieuwe rijken het goede leven vieren. 


Jonathan Franzen – The Corrections

Het is een genre op zichzelf: de Grote Amerikaanse Roman. Je houdt ervan of niet, zo’n breed uitwaaierend verhaal met talloze personages en meerdere verhaallijnen die uiteindelijk via enorme omwegen bij elkaar komen. In de familieroman The Corrections (2001) is 'bij elkaar' het stadje St. Jude, waar moeder Enid droomt van een laatste Kerstmis thuis met haar drie volwassen kinderen. Met vader Alfred gaat het niet goed. Hij trekt zich uitgeblust en verbitterd zich terug in zijn garage, waar nog een paar overblijfselen liggen van zijn loopbaan bij de Midwest Pacific. Van dat spoorwegbedrijf is ook al weinig meer over, want de gouden tijden van de trein in Amerika zijn voorbij.

St. Jude bestaat niet echt, maar uit de tekst kun je opmaken dat het ergens in de landelijke staat Iowa is gesitueerd. De drie uitgezworven kinderen zijn alle drie naar de oostkust verhuisd. Over haar jongste zoon Chip vertelt moeder aan iedereen dat hij bij de Wall Street Journal werkt, omdat ze dat aan de telefoon denkt te hebben verstaan. Vergist ze zich echt, of is het pochen uit zelfbescherming? Dochter Denise heeft succes in Philadelphia als chef-kok maar heeft er in haar privéleven een behoorlijk rommeltje van gemaakt. Veel onderling contact hebben de kinderen niet. Een van de hoogtepunten in de roman is een e-mailwisseling waarin broer en zus elkaar helemaal verrot schelden. De aanleiding is de rode draad die alle verhaallijnen bij elkaar houdt: de kwestie of ze met Kerstmis naar 'huis' zullen gaan. Ook oudste zoon Gary is al jaren niet met zijn gezin in St. Jude geweest. Deze keer wil hij graag, maar zijn vrouw saboteert op alle mogelijke manieren het familiebezoek.

Bij de Great American Novel hoort de ambitie om iets te zeggen over veranderingen in de Amerikaanse samenleving. In The Corrections zijn dat het afbrokkelen van zekerheden, het verlies van vaste waarden, vaste banen, hechte familiebanden en de zekerheid dat elke generatie het beter heeft dan de vorige. De roman gaat ook over de afstand tussen ouders en kinderen. Figuurlijk maar ook letterlijk: de drie kinderen aan de stedelijke oostkust en de ouders in de landelijke Midwest, vasthoudend aan de burgerlijke waarden waarmee ze zelf opgroeiden.

Aan het slot komt het tot een voorzichtige en voorlopige verzoening tussen de hoofdpersonen. Want je kunt de kinderen wel uit de Midwest halen, je haalt de Midwest niet uit de kinderen. Dat klinkt misschien wat braafjes, maar dat is het niet. Franzen heeft je dan al zo knap meegenomen in de levens van de hoofdpersonen dat het je als lezer écht iets kan schelen of die hereniging in St. Jude er zal komen.


Donna Tartt – The Little Friend

De jaren zeventig, het zompige zuiden van de Verenigde Staten, een klein stadje in de staat Mississippi. Houten huizen met veranda's en weelderige tuinen waarin vrijgezelle roddeltantes wonen. Daartussen een twaalfjarige meisje met een rijke fantasie en een hele zomer vrij. Die benut ze om op zoek te gaan naar de moordenaar van Robin, haar broer die ze nooit heeft gekend omdat hij vlak na haar geboorte opgehangen aan een boom in de tuin werd gevonden.

(Spoiler-alert). Het moordmysterie The Little Friend (2002) is van de drie grote Tartt-romans de minst gelauwerde. Ongetwijfeld heeft dat te maken met de ongebruikelijke vorm. Anders dan in haar eerste, mega-succesvolle roman The Secret History blijft het moordmysterie deze keer onopgelost. Een thriller die tot op de laatste pagina een ontknoping belooft zonder die te geven; niet iedereen kan ertegen, sommige lezers reageerden zelfs woedend. Dat is jammer, want meer nog dan een thriller is de roman een fascinerend portret van het Amerikaanse Zuiden. Tartt spint een web van magie met als ingrediënten onder meer een waanzinnige dominee, een huis vol slangen, alles overwoekerend onkruid en een buitengebied met outlaws die zich door niemand iets laten vertellen. Een van de mooiste scénes is die waarin Harriet samen met een kandidaat-moordenaar terecht komt in een watertoren, ook zo'n typisch Amerikaans symbool.

De vraag is of de schrijfster geen spel speelt met de lezer door allerlei aanwijzingen te verstoppen in het verhaal. Daar lijkt het sterk op. Hier en daar op het internet kun je theorieën vinden van lezers die de oplossing denken te hebben gevonden, maar die spreken elkaar allemaal tegen. Het blijft gissen, ook omdat de roman is geschreven vanuit het gezichtspunt van een dappere maar naïeve twaalfjarige. Misschien moet je van tevoren juist wél weten dat Harriet het mysterie niet oplost, zodat je haar tijdens het lezen een handje kunt helpen.


Teju Cole – Open City

Psychiater Julius maakt lange wandelingen door Manhattan. Zo probeert hij de stad te doorgronden en de kenmerken van alle verschillende buurten op te slaan. Als een kind dat met blokken speelt, zoals hij zelf zegt. In zijn beschrijvingen lijkt New York soms op de hectische wereldstad die iedereen kent, maar vaker nog op een verzameling verstilde plekken, elk met een eigen verhaal. Het water rond de stad, met zijn moeilijk bereikbare en verlaten oevers, is de 'ongeliefde dochter' van het 'vreemdste aller eilanden'. In de verte, achter het vrijheidsbeeld, ligt Ellis Island als symbool van aankomst in het nieuwe land. Maar dan vooral voor Europeanen en niet, zoals Julius opmerkt, voor alle migranten die 'te vroeg' of 'te laat' kwamen. Het is duidelijk dat hij zichzelf - als in Nigeria opgegroeide zoon van een Nigeriaanse vader en een Duitse moeder - tot de laatste categorie rekent. De Afrikaanse naam in zijn paspoort zegt hem niets meer. Op zijn Nigeriaanse kostschool werd hij gediscrimineerd omdat hij 'te licht' was, in New York ontmoet hij Afro-Amerikanen die blij constateren dat hij from the motherland is, waar hij absoluut niets van moet hebben.

Open City (2011) leest soms als een wandelgids voor Manhattan. Maar voor de hoofdpersoon hebben de urenlange slenteringen een therapeutisch karakter. Langzaam wordt duidelijk welke gebeurtenissen uit zijn verleden hem achtervolgen. Daaronder één specifieke, die hij blijkt te hebben verdrongen en aan het eind van het boek wordt onthuld. In het midden van de roman is er een bezoek aan Brussel, waar Julius een 'voelbare psychologische druk' opmerkt. Ook hier gaat het weer over identiteit. Ogenschijnlijk zonder partij te kiezen, laat Cole verschillende stemmen klinken. Een belezen Marokkaanse winkelverkoper beschrijft België als een 'lastige plek voor een Arabier' en zegt dat onderdrukte minderheden beter een voorbeeld kunnen nemen aan de onverzoenlijkheid van Malcolm X dan aan het vreedzame verzet van Martin Luther King. Een volgende gesprekspartner van Julius reageert daarop door te zeggen dat ze 'dat type' kent en dat ze het gevaarlijk vindt als jonge mannen denken dat ze de enigen zijn die het zwaar hebben. Woorden met een profetisch randje.


T.C. Boyle - The Tortilla Curtain

Al is hij ruim twintig jaar oud, toch is The Tortilla Curtain (1995) misschien wel de roman die het best bij deze presidentsverkiezingen past. Het is een verhaal over hoe de haves en de have nots elkaar wantrouwen, belazeren en misverstaan. Tegelijk is het een beeld van Los Angeles, een stad op de grens van extreme rijkdom en extreme armoede. Natuurjournalist Delaney en makelaar Kyra wonen in een verre suburb van de stad, gebouwd in een droge canyon. Ogenschijnlijk hebben ze alles perfect voor elkaar. De gezinshonden hebben artistieke namen, het zoontje krijgt high-fiber ontbijtvlokken. Het grootste drama dat hen lijkt te kunnen overkomen, is als een van de honden wordt gegrepen door een coyote. Maar de canyon heeft meer bedreigingen. Er kamperen illegale Mexicanen. Elke dag verzamelen ze zich op afgesproken plekken op zoek naar een karig dagloon. Een van hen is Candido en zijn piepjonge en hoogzwangere vrouw América.

De roman is afwisselend geschreven vanuit de Amerikaanse en Mexicaanse hoofdpersonen, wat zorgt voor mooie contrasten. Aan de ene kant de perfect family met hun first world problems en hun illusie van een gecontroleerd, risicovrij leven. Het is sociale satire die soms doet denken aan de film American Beauty. Aan de andere kant de straatarme Candido die vastbesloten is een huis te hebben voordat de najaarregens komen. Zijn optimisme lijkt onverwoestbaar, ook als hij wordt beroofd of als tussenpersonen hem belazeren. 

De bewoners van de villawijk in de canyon vergaderen over de vraag of er een hek rond de wijk moet komen. Kyra is voor; als makelaar heeft ze gezien hoe steeds meer rijke huizenzoekers iets out of the way zoeken, waarmee ze bedoelen dat ze de gevaren van de stad willen ontvluchten. Langzaam geeft ook Delaney zich gewonnen. Een buurtbewoner overtuigt hem ervan dat de Mexicaan die hij op de snelweg heeft aangereden (de lezer weet dat het Candido is) zich voor zijn auto heeft geworpen om de verzekeringspremie te innen. Ook de bosbrand die uitbreekt móet de schuld zijn van de Mexicanen. Als natuurschrijver weet Delaney dat bosbranden horen bij de chaparral (het landschap dat wij maquis noemen). Maar op dat moment heeft hij al besloten dat de Mexicanen de schuld van alles hebben. De tweede confrontatie tussen Delaney en Candido zie je ruim van tevoren aankomen, maar weet toch te verrassen.

15 juni 2016

Kaartlezen (16) - De geografie van Trump


Een van de redenen waarom de Amerikaanse verkiezingen zo fascineren, ligt in het geografische aspect. Het gevecht om de vijftig staten wordt gevoerd als een militaire veldslag. Naarmate de eindstreep in zicht komt, weten de kandidaten precies waar ze moeten zijn met hun campagne-optredens en TV-spots. Waarschijnlijk dat daarom vaak de verschillen in de polls tegen het einde slinken en het toch nog in een spannende race eindigt. De verkiezingsoverwinningen van Obama waren te danken aan het feit dat hij voorheen Republikeinse staten als Florida, Virginia, New Mexico, Colorado en Nevada wist te veroveren. Niet toevallig staten met een sterke groei van immigranten, die eerder geneigd zijn om op de Democraten te stemmen. Na de nederlaag in 2012 was het volgens politiek analisten voor de Republikeinen noodzakelijk om aansluiting te zoeken bij de veranderende demografie van de VS, dat op weg is een land van louter minderheden te worden.

Even leek het erop, toen de Cubaanse immigrantenzoon Marco Rubio en de goed Spaans sprekende Jeb Bush een gooi deden naar de Republikeinse kandidatuur. Maar die werden het niet, zoals we inmiddels weten. Het werd een kandidaat die zei dat Mexico opzettelijk moordenaars en verkrachters naar de VS zendt, dat hij alle elf miljoen Mexicaanse immigranten zonder geldige verblijfspapieren het land uit zal zetten en die na de aanslagen in Parijs opriep tot een totale immigratiestop voor moslims naar de VS.

Is Donald Trump dus kansloos in november tegen Hillary Clinton? Nee, want ook sommige traditionele bolwerken van de Democraten zijn niet meer veilig. Het strijdtoneel verplaatst zich naar de Midwest; de ietwat vage gebiedsaanduiding voor de staten van de grote meren, de eindeloze graanvelden en de prairies. (De Amerikanen zijn het er bijvoorbeeld niet helemaal over eens of Missouri erbij hoort). Het zijn staten met een hoog aandeel blanke en working class kiezers, die weinig vertrouwen hebben in vrijhandel en globalisering nadat ze industriële banen verloren zagen gaan aan landen als China en Mexico. Volgens de Washington Post zou Trump hoe dan ook de volgende vijf Midwest-staten moeten veroveren om te winnen: Indiana, Iowa, Michigan, Ohio en Wisconsin. Het moeilijkst zullen Michigan en Wisconsin voor hem zijn, staten die sinds 2000 steeds naar de Democraten gingen.

                             Spreiding van Amerikaanse bevolking met Mexicaanse roots, US Census 2013

De Mexicaans-Amerikaanse bevolking die Trump tegen zich in het harnas heeft gejaagd, woont vooral in staten die voorlopig nog veilig Democratisch (Californië) of veilig Republikeins (Texas) lijken. Hier profiteert Trump dus van de geografie en van het Amerikaanse kiessysteem: groepen bij wie je impopulair bent, kunnen maar beter geconcentreerd wonen in enkele staten, dan heb je er electoraal het minst last van. De vraag is bovendien hoe erg de kiezers polarisatie vinden. Voor sommigen is het juist de aantrekkingskracht van Trump. Politiek analist Nate Silver - die in 2012 bekendheid kreeg door ruim tevoren de winnaar van alle vijftig staten juist te voorspellen - geeft toe dat hij de nominatie van Trump niet had zien aankomen. Wat hij vooral heeft onderschat, schrijft Silver op zijn blog FiveThirtyEight, is de aantrekkingskracht van de tribal vote. Veel kiezers stemmen niet langer in de eerste plaats vanwege belangen of ideologische standpunten, maar vooral om duidelijk te maken waar ze bij willen horen en waar ze niet bij willen horen. In november zal blijken of Trump erin slaagt om nog een keer te verrassen en genoeg blauwe staten, vooral dus in de Midwest, rood te kleuren.

Verschenen in Geografie, juni 2016

27 maart 2016

Back to the city!?

                                                        Detroit                          Foto: Alex S. MacLean       

Voor een kaartenliefhebber gaat er natuurlijk niets boven de tastbare sensatie van een kaart op papier. Maar het voordeel van digitale kaarten is dat je er meer mee kunt. Inzoomen en uitzoomen; van het ene gebied naar het andere hoppen; klikken om de achterliggende cijfers te bekijken. Een mooi voorbeeld is deze digitale kaart van software-ontwikkelaar Esri die de verwachte bevolkingsgroei- en krimp in de VS laat zien. Groene gebieden krijgen in 2015 inwoners erbij (het gaat om een voorspelling; de kaart is uit 2015). Donkergroene stippen betekenen een groei van meer dan 1,25%, gebieden met rode stippen zullen inwoners verliezen. Je kunt voor elke afzonderlijk wijk -  gebieden van enkele honderden tot enkele duizenden inwoners -  de bevolkingsontwikkeling over een langere periode opvragen.
Op het eerste gezicht laat de kaart het bekende Amerikaanse patroon zien van enorme stedelijke gebieden die nog steeds niet zijn uitgegroeid. Het meeste rood zit in het Noorden, het meeste groen in het Zuiden, zoals rond snel groeiende steden als Austin, Houston, Charlotte en Atlanta. Pas als je inzoomt, zie je nog iets anders. Bijna alle Amerikaanse steden kennen een terugkeer van bewoners naar het stadshart. In Chicago groeit downtown het hardst. Daaromheen ligt een ring van wijken waarvan sommige groeien en andere krimpen. Daarbuiten een ring van krimpende voorsteden en pas helemaal aan de rand van het metropolitane gebied begint de groei weer.
Een enorm uitgestrekte stad als Atlanta, met een stedelijk gebied ter grootte van een Nederlandse provincie, blijft uitdijen. Maar ook daar groeit het centrum, terwijl een aantal voorsteden juist krimpt. Zelfs in een notoire krimpstad als Detroit is in de zee van rode stippen een kern van groen te zien. Een heropleving die is te danken aan de publieke en private investeringen in het centrum en langs Woodward Avenue naar midtown Detroit, waar de Universiteit en het Detroit Institute of Arts zijn gevestigd. Hopelijk voor de stad is het een ontwikkeling waaraan de leeggelopen, verkrotte en deels gesloopte buurten rond het centrum zich kunnen optrekken. 
Zo'n digitale kaart kan iets wat een gewone kaart minder goed kan: aantonen dat er verschillende ruimtelijke patronen naast elkaar bestaan. Amerikaanse steden blijven nog altijd groeien in de breedte, maar ze groeien nu ook weer van binnenuit. Ook in het land van de eindeloze voorsteden is er een terugkeer naar de stad. Zet die trend door? En wat zegt het over de woonvoorkeuren van de nieuwe generatie millennials, ook die bij ons?
Chicago

Atlanta

Philadelphia

Detroit

1 mei 2015

Kaartlezen (7) - Gebiedsgeluk


Sinds 2005 stelt het Amerikaanse centrum voor ziektebestrijding en -preventie (CDC) aan een grote groep mensen de vraag: hoe tevreden bent u met uw leven, in het algemeen? Er zijn vier antwoorden mogelijk, van heel tevreden tot heel ontevreden. Als je de uitkomsten mag geloven, zijn Amerikanen een gelukkig volk: ruim 94% van de respondenten verklaart tevreden of heel tevreden te zijn. De cijfers zijn vorig jaar gebruikt door onderzoekers van Harvard University en University of British Columbia voor een onderzoek naar de 'geografie van het geluk' in de VS. De vraag die ze wilden beantwoorden was of sommige steden en regio's gelukkiger zijn dan andere.

De onderzoekers hebben het grondig aangepakt. Alleen meten welke steden of regio's het hoogst scoren op de tevredenheidsvraag was niet genoeg. Er zijn veel factoren die samenhangen met geluk. Zo zijn bijvoorbeeld mensen met een hogere opleiding en hogere inkomens gemiddeld gelukkiger, waardoor steden met veel welvarende hoger opgeleiden ook gelukkiger zullen zijn. Maar wat de onderzoekers juist wilden meten, was de invloed van de plaats zelf, los van demografische en eoconomische kenmerken. Om daar achter te komen, zijn de uitkomsten gecorrigeerd en is het verschil gemeten tussen de verwachte score en de werkelijke score. Wat je dan overhoudt is, als het goed is, het 'gebiedsgeluk', of zoals de onderzoekers het noemen de area specific happiness.

                                                                                  Afbeelding uit Unhappy Cities

Het patroon op de kaart is dat de gelukkigste gebieden (blauw) vooral in het Zuiden van de VS liggen en dat de stedelijke regio's rond de Grote Meren en in het Noordoosten het ongelukkigst (rood) zijn, of misschien beter gezegd het ongelukkigst maken. Het zijn vooral oude en gekrompen industriesteden als Detroit, Buffalo en Pittsburgh die laag scoren. Logisch, zou je denken, want wonen in een stad die betere tijden heeft gekend, maakt mensen ongelukkig. Maar de uitleg van de onderzoekers is verrassend: deze steden waren altijd minder gelukkig, ook in de tijd dat ze groeiden. Mensen kiezen bewust of onbewust voor het inleveren van geluk in ruil voor welvaart. Er vindt een uitruil plaats tussen 'plezier' en 'productiviteit'. Dat kan ook verklaren waarom New York de laagste geluksscore van alle steden heeft. Het is een conclusie die intuïtief klopt: migranten die naar New York trekken, doen dat niet omdat ze er een happy city verwachten aan te treffen maar omdat ze er hun individuele kansen op geluk hopen te vergroten.

Allemaal interessant natuurlijk. En veel stof tot speculeren over de redenen waarom het Zuiden per saldo gelukkiger is (religie, de zon?). Maar het hele onderzoek is wel gebaseerd op een nogal wankele aanname, namelijk dat mensen een eerlijk antwoord geven op de vraag 'hoe gaat het met u?'. Stel nu eens dat daar ook geografische verschillen in bestaan. Dan meet je dus eigenlijk niet de geografische spreiding van geluk, maar eerder die van openhartigheid of van de neiging tot klagen. Als geluksmeter kan het onderzoek dan regelrecht de prullenbak in. Geluk blijft een ongrijpbaar fenomeen. Misschien maar beter ook.
 
Verschenen in Geografie, uitgave van het KNAG, mei 2015

18 december 2014

Amerika in romans


Bestaat er eigenlijk zo iets als een 'geografische roman'? Vooral Amerikaanse schrijvers zijn goed in verhalen waarin de plaats van handeling een onmisbare rol speelt. Misschien komt het door de grotere ruimtelijke verschillen in de VS, waardoor locatie er belangrijker is dan in het meer gelijkmatige Nederland. Amerikanen hebben veel ruimte en ze zijn niet bang hem te gebruiken. Niet alleen de literatuur, maar ook bijvoorbeeld songteksten zijn doordrenkt van verwijzingen naar landschappen, naar het verschil tussen rijke en arme delen van steden of naar mensen die alles achter zich laten en vertrekken naar een ander deel van het land. 
 
In The Bonfire of the Vanities (1988) beschrijft Tom Wolfe het New York van de jaren tachtig als een kapotte en verdeelde stad. Met sardonisch genoegen laat Wolfe zien hoe de bewoners voortdurend met elkaar in gevecht zijn, in een stadsjungle waar afkomst en geld hun status bepalen. De hoofdpersoon, aandelenhandelaar en rijkeluiszoon Sherman McCoy, raakt met de auto verdwaald in de projects, de Amerikaanse versie van sociale woningbouw. In een slecht verlichte straat rijdt hij een zwarte tiener aan. De miljonair slaat op de vlucht en denkt ongestraft te zijn ontsnapt. Maar een klopjacht op de dader komt op gang, aangevoerd door een 'ghettodominee' voor wie Al Sharpton model stond, dezelfde die op dit moment een rol speelt bij de spanningen rond het politiegeweld in St. Louis en andere steden. Een van de meest memorabele scenes in het boek is de autorit waarmee de gevallen yup naar de rechtbank in de verkrotte Bronx wordt gebracht. Het uitzicht vanaf de achterbank voorspelt wat hem te wachten staat. Je kunt in New York miljoenen verdienen met een telefoontje op Wall Street, maar even snel alles kwijtraken door een verkeerde afslag te nemen.

Waarschijnlijk zonder het te beseffen schreef Richard Ford met The Lay of the Land (2006) een roman over de aanloop naar de in 2008 uiteengespatte vastgoedbubble, die begon in de VS en de wereldeconomie in een vrije val zou brengen. In het grootste deel van de roman rijdt de hoofdpersoon, de oudere huizenmakelaar Frank Bascombe, in zijn auto van afspraak naar afspraak. Door zijn ogen ziet de lezer het amorfe, suburbane landschap van New Jersey. Voormalige boerderijtjes gaan voor een miljoen dollar van de hand als mansions. Er wordt gebouwd in rivierbeddingen waar dat eigenlijk is verboden. Huizen langs de kust hebben twijfelachtige funderingen. Ook Bascombe heeft zijn suburbane droom waargemaakt, met buren die hij nooit ziet omdat ze elke dag voor zonsopgang naar hun werk vertrekken en anderen die de buurt als een combat zone zien, klaar om elke verandering te bevechten die een daling van de woningwaarde tot gevolg zou kunnen hebben. Toch is de roman geen eendimensionale verwerping van de suburb, daarvoor is de hoofdpersoon te sympathiek en heeft hij te veel privé-beslommeringen die zijn werk overschaduwen. Soms lijkt het of Bascombe huizenmakelaar tegen wil en dank is geworden, alsof iemand die een nieuwe loopbaan zocht in het New Jersey van de jaren negentig eigenlijk geen andere keuze had.

Even mooi geschreven, maar met meer plot en spanning, is Canada (2012) van dezelfde schrijver. Het verhaal wordt verteld vanuit het gezichtspunt van de vijftienjarige Dell Parsons. Met zijn tweelingzus Berner en zijn ouders woont hij in 1960 in Montana, niet ver van de Canadese grens. Het is al hun zoveelste woonplek. Vader is een ex-militair die een nieuwe leven is begonnen als autoverkoper, moeder had ooit literaire aspiraties en hoort duidelijk niet thuis in een stadje op de prairie. Een vrij normaal gezin op het eerste gezicht. Maar wat is normaal? De vader raakt verstrikt in een smokkelzaak en wordt afgeperst door indianen. Om zich van hun schuldeisers te verlossen, plegen de ouders een klunzige bankoverval in het naburige North Dakota. Ze worden gepakt en verdwijnen in de gevangenis, waarna de tweeling alleen achterblijft. Dat kon blijkbaar in 1960. Na verloop van tijd krijgt Dell een pleegadres toegewezen, bij de broer van een vage vriendin van zijn moeder. Gescheiden van zijn zus komt hij terecht aan de andere kant van de grens, in een shabby hotel op de vlakte van Saskatchewan. Zijn pleegvader is ook Amerikaans, een eersteklas griezel met extreme politieke opvattingen die op de vlucht is voor de autoriteiten. Zo goed als het gaat probeert de jongen te doen wat er van hem wordt verwacht. Hij leert alles over ganzenjacht en krijgt een baantje in het hotel. En al die tijd wacht je als lezer op het moment dat Dell zich niet langer aanpast maar in opstand komt om zich te herenigen met zijn zus aan de andere kant van de grens. Het is knap hoe Ford de grens tussen de VS en Canada - de kaarsrechte streep op de 49e breedtegraad - gebruikt als metafoor voor de eeuwige vraag 'waar is thuis?' De eenvoudige titel van de roman slaat niet op Canada als land, maar op Canada als 'ergens anders', een plek met als belangrijkste identiteit dat het niet Amerika is.

The Goldfinch (2013), de laatste van Donna Tartt, is een drieluik dat zich afspeelt op verschillende plaatsen. Een bonus voor de Nederlandse lezer is dat het laatste deel in Amsterdam speelt. Maar het ijskoude hoogtepunt van de roman is het middenstuk in Las Vegas, de stad waar de tiener Theo Decker met tegenzin naar verhuist nadat zijn moeder bij een explosie in een New Yorks museum is omgekomen. Samen met zijn vader, die hij eigenlijk nauwelijks kent, en diens cocaineverslaafde vriendin moet hij een nieuw leven beginnen in de gokstad. Zijn enige tastbare herinnering aan zijn oude leven is het schilderijtje dat hij in de chaos na de explosie heeft meegenomen uit het museum. In Las Vegas sluit Theo vriendschap met de jonge Russische immigrant Boris, net als hij moederloos en met een vader die het grootste deel van de tijd op zakenreis is. Langzaam maar zeker ziet de lezer de twee verloederen. De jongens wonen in een verre suburb aan de rand van de stad, waar het zand van de woestijn terugkruipt in de straten. Ze gaan naar school en hebben vrienden. Maar daar worden zo weinig woorden aan besteed dat het bijna hallucinaties lijken. Er is een gezamenlijk etentje met vader, vriendin en de jongens op The Strip. Een disfunctionele familie op stap in eigen stad, maar eigenlijk toeristen als alle anderen. Het enige dat echt lijkt in het leven van de jongens zijn de drugs en de slemppartijen in de door hun verzorgers verlaten woningen. Las Vegas is de hel, in elk geval in deze roman. En juist daar slingert al die tijd een kostbaar Hollands meesterwerkje rond. Dat moet wel misgaan, en dat gaat het ook.

Niet alleen in Nederlandse steden is er discussie over megawinkels, leegstand en het wegdrukken van kleinere winkeliers door ketens. In Telegraph Avenue (2012) van Michael Chabon is de overlevingsstrijd van een platenzaak - vinyl, geen CD's - in Oakland het onderwerp van de roman. De toch al niet florerende winkel wordt bedreigd door de plannen voor een megastore met vijf verdiepingen. Eigenaar van die keten is een voormalig footballheld, tevens 'the fifth richest black man in the US'. Deze Gibson 'G Bad' Goode verkoopt de plannen als een impuls voor de lokale economie. Maar de komst van de megastore zou ook het einde betekenen voor Brokeland Records, de laatste getuige van het gouden sixties- en seventies-tijdperk in Oakland, toen de stad een bruisend centrum was van soul en jazz.  Alles wijst erop dat de vinylzaak het zal afleggen tegen de machtige keten. De sleutel ligt in handen van een maffioos gemeenteraadslid, nota bene een vaste klant van de platenzaak, die de community een warm hart toedraagt, in elk geval zolang het hem zelf goed uitkomt. Maar eigenlijk gaat de roman dus over Oakland. Het is gebruikelijk, zeker onder geografen, om de Bay Area als één geheel te zien met San Francisco als stralend middelpunt. In Chabons roman doet San Francisco alleen mee als de heiige skyline aan 'de overkant'. De hoofdrol is weggelegd voor de wat verslonsde haven- en marinestad Oakland aan de oostkant van de baai, waar in de vorige eeuw tienduizenden migranten aanspoelden op zoek naar werk. Een stad die misschien betere tijden heeft gekend, maar die ook rauw en echt is. Van een martial arts centre tot een Ethiopisch restaurant en een zweverig centrum voor thuisbevallingen met aroma-therapie; in het Oakland in deze roman lijkt voor alles plaats. Een stad als een smeltkroes met muziek als bindmiddel. "When people start looking at other people, people not like them, one thing they often end up liking about those people is their music." Geestig en swingend, inclusief een cameo van een pre-president Obama.

28 september 2014

Kaartlezen (2) - Beloopbare steden


In de Verenigde Staten zijn food deserts een bekend fenomeen. Het gaat om stedelijke gebieden waar in een wijde omtrek weinig of geen vers voedsel te koop is. Een schaarste die de leefbaarheid aantast en gezondheidsproblemen als obesitas en diabetes versterkt. De twee kaarten hierboven laten zien in welke delen van New York en Indianapolis je binnen vijf minuten lopen levensmiddelen kunt kopen. Het zijn de steden die het best en het slechtst scoren op de voedselkaart van Walk Score. Slechts 6% van de bewoners in Indianapolis vindt binnen vijf minuten loopafstand vers voedsel. Van de New Yorkers is dat bijna driekwart. Alleen Staten Island, toch altijd een beetje het sufferdje onder de vijf boroughs, vertoont lege plekken. Behalve New York zitten ook San Francisco en Philadelphia boven de 50%, Oklahoma City en Charlotte scoren net als Indianapolis laag. 

Walk Score verzamelt data van loopafstanden naar allerlei voorzieningen. De kaarten zijn interactief, zodat je kunt inzoomen in een gebied en zelf criteria kunt opgeven. Als bijvoorbeeld de grens wordt verschoven van vijf minuten naar een kwartier lopen, heeft 37% van de bewoners van Indianapolis toegang tot vers voedsel. Diverse Amerikaanse steden maken inmiddels gebruik van de gegevens. Zo liet Washington DC in het duurzaamheidsplan voor de stad vastleggen dat minstens driekwart van de bewoners toegang moet krijgen tot ‘gezond en lokaal voedsel’ binnen een kwart mijl (ongeveer 400 meter) van de woning. Ook in Chicago lijkt de trend te keren dankzij de vestiging van nieuwe winkels en introductie van vers voedselafdelingen in drogisterijketen Walgreens – Michelle Obama kwam er speciaal voor op bezoek. 

Het is niet toevallig dat de beloopbare stad juist in de Verenigde Staten in de belangstelling staat. De liefde voor de auto lijkt een beetje bekoeld in het land van de eindeloze voorsteden. De nadelen van almaar uitdijende steden krijgen meer aandacht: bewoners die lange afstanden per auto moeten afleggen om op de plaats van bestemming te komen, waardoor ze minder gezond, minder welvarend en minder gelukkig worden. Geografische data als van Walk Score kunnen helpen om gerichte maatregelen te nemen. 

De compactere Nederlandse steden doen het gemiddeld ongetwijfeld beter dan hun Amerikaanse soortgenoten. Toch kunnen gegevens over afstanden ook voor Nederland relevant zijn. Nu ouderen langer thuis blijven wonen, ook als ze hulpbehoevend zijn, komen er meer inwoners met een kleine actieradius. Daarnaast vertoont het autobezit onder jongeren een dalende trend, waardoor een grotere groep mensen is aangewezen op het openbaar vervoer, de fiets of de benenwagen. Weten we eigenlijk hoeveel Nederlanders het moeten stellen zonder groenteboer of bakker binnen handbereik? 

Verschenen in Geografie, uitgave van het KNAG, oktober 2014