Ik mag meedoen aan een wedstrijd. Op de website van het Amsterdamse stadsdeel West lees ik dat je als bewoner stemmen kunt verzamelen voor een plan in de buurt. Elke maand mag de bewoner met de meeste stemmen zijn of haar idee toelichten in een pitch tegenover het stadsdeelbestuur. Dan wordt het idee besproken en als het meezit misschien zelfs uitgevoerd. De Stem van West, heet het.
Nu hou ik best van een wedstrijdje, maar deze laat ik even
aan me voorbijgaan. Dat meepraten heb ik al eens gedaan, zo'n twee jaar geleden. Er waren plannen voor een nieuwe inrichting van het Columbusplein. Die zouden, helemaal
zoals het hoort, samen met de bewoners tot stand komen. Het begon ermee dat ik midden op het plein in gesprek raakte met
een ontwerper, die uit zichzelf een opmerking maakte over de ‘versteendheid’
van het plein. Hé hé, deze snapt het,
dacht ik. Het Columbusplein is een grote
open ruimte midden in een woonwijk, die intensief wordt gebruikt als speel- en
schoolplein. En het grote probleem daarvan is inderdaad die versteendheid. ‘Asfalt is ingezet als het verbindende
component’, staat er op de website van het bureau dat het plein in 2007 ontwierp. Alsof ze er
trots op zijn. Voor bewoners betekent het dat je ruim uitzicht hebt over een
‘openluchtsporthal’. In de zomer moet je kiezen tussen óf de ramen dichthouden óf het raam een stukje opendoen en daarbij
het soms oorverdovende, weerkaatsende geluid van schreeuwende kinderen en jongeren in de
huiskamer binnenlaten.
Of het plein als speelplek is geslaagd, daar kun je ook over
twijfelen. Wisten de ontwerpers, en hun opdrachtgevers, echt niet dat kinderen
fijner spelen op een gevariëerde speelplek met natuurlijke en ‘zachte’
materialen dan op een grijze vlakte met wat speeltoestellen. En uiteraard met het verplichte voetbalgedeelte, waarop overigens zelden in een partijvorm wordt gevoetbald. (In de Volkskrant stond afgelopen zomer een goed artikel over waarom groene speelplekken beter zijn dan grijze). Hadden ze nog nooit gehoord van zaken als akoestiek, hittestress en
wateropvang?
Blijkbaar begreep het stadsdeel ook dat er iets moest
veranderen. Er kwam een plan voor een nieuwe inrichting, met meer groen. Wat mij betreft ging het nog niet ver genoeg, maar het was tenminste
een begin. Eind 2015 bezocht ik de inspraakavond waarop bewoners hun mening
konden geven over het plan. Slechts een handvol pleinbewoners was komen opdagen.
Was het desinteresse, of was er te weinig aandacht gegeven aan de bijeenkomst? Je moet het ook maar net willen om een vrije avond urenlang in een niet zo heel
gezellig wijkgebouwtje door te brengen.
Daarna: niets. Nu al bijna twee jaar. Ja, een rijtje struiken
van een halve meter hoog. Het project is vertraagd, maar staat nog steeds in de
planning, leert navraag bij het stadsdeel. Maar intussen zijn we dus alweer aanbeland bij
het volgende inspraakplan: je idee op een website zetten en dan stemmen verzamelen om het te mogen
pitchen in de vergadering van het stadsdeel.
De gewone burger was nog nooit zo geliefd. In woord, tenminste. Het ideaalbeeld dat vaak wordt geschetst, is dat van een
samenleving vol actieve en betrokken burgers en een overheid die alleen nog hoeft
te ‘faciliteren’. Maar de praktijk is
vaak anders. In Binnenlands Bestuur verscheen een ontnuchterende column van Radboud Engbersen, projectleider bij kennisorganisatie Platform31. Bij veel zogenaamde bewonersinitiatieven
blijkt de rol van lokale ambtenaren onmisbaar. Soms is het niet helder bij wie het
initiatief nu precies lag. Burgers
laten meebetalen aan plannen blijkt meestal ook al een illusie. ‘De doe-het-zelf-beweging
is veel meer een ambtenarenbeweging dan wordt gesuggereerd’, schrijft
Engbersen, ‘laten we daar eerlijk voor
uitkomen.’
Professionals en bewoners hebben elkaar nodig, maar in het contact tussen die twee is er nogal wat ruis op de
lijn. Mijn advies aan lokale overheden: neem
bewoners serieus. Behandel ze niet als inspraak-aapjes die voor de goede sier ‘mogen’
meepraten, al dan niet in de vorm van wedstrijdjes. Kijk verder dan je eigen projecten, beleidsagenda en de formele bijeenkomsten die daarbij horen. Daar bereik je misschien een kleine voorhoede
mee, maar de meeste mensen hebben er
geen tijd voor of zin in. Probeer liever op een laagdrempelige manier met bewoners in
contact te komen. Ga naar ze toe, ook naar de grote groep die uit zichzelf niet
zo snel van zich laat horen. Beter midden
op straat met koffie en thee dan weggestopt in een apart project op internet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten