14 augustus 2015

Burgemeester Mark


Liefhebbers van ruimtelijke zaken worden deze zomer verwend bij Zomergasten. Allereerst natuurlijk met de keuze voor de altijd kritische en vrijuit sprekende stedenbouwkundige Adriaan Geuze. Maar ook in de eerste aflevering met Ahmed Aboutaleb was er aandacht voor ruimtelijke ontwikkeling. De Rotterdamse burgemeester koos een fragment uit de documentaire Urbanized uit 2011. Hij wilde ermee duidelijk te maken dat steden beter in staat zijn om een oplossing te vinden voor de grote wereldproblemen dan landelijke overheden. Het kon rekenen op veel bijval van twitteraars uit de RO-wereld, veelal zelf professionals uit de stad: 'Goed gezegd burgemeester: de stad wordt belangrijker dan de staat!'


Het past helemaal bij de trend van het moment. De wereld verstedelijkt in een ongekend tempo. Boeken als If mayors ruled the world (Benjamin Barber) en The triumph of the city (Edward Glaeser) zijn de nieuwe bijbels van het urbanisme. In de documentaire waarvan Aboutaleb een stukje liet zien gaat het over snel groeiende miljoenensteden als Bogotá en Mumbai, waar het stadsbestuur een oplossing moet zien te vinden voor verstikkende congestie, milieuvervuiling, onveiligheid en extreme ongelijkheid. Burgemeesters die het goed doen in deze steden, komen bijna als vanzelf terecht in de rol van superheld. In Brazilië heeft Jaime Lerner, de burgemeester die in Curitiba het OV-systeem met vrije busbanen invoerde (dat later door onder meer Bogotá werd overgenomen) nog altijd een mythische status.

Vrije busbaan in Curitiba  -  foto Mario Roberto Duran Ortiz


Maar hoe zit het met Nederland? Welk concreet bewijs is er dat bij ons de stad belangrijker wordt, of zelfs al is, dan de staat? Kunnen Rotterdam, Den Haag, Amsterdam, Utrecht en Eindhoven op eigen kracht verder als stadsstaat? Vliegen Aboutaleb, Van Aartsen, Van der Laan, Van Zanen en Van Gijzel in een rode cape door de straten om eigenhandig rampen te voorkomen? (De laatste lijkt me een type dat daar stiekem van droomt). Nederland is een van de meest gecentraliseerde landen ter wereld, met naar verhouding kleine steden. Tweederde van het gemeentebudget is afkomstig van de centrale overheid, slechts elf procent van de inkomsten van Nederlandse gemeenten komt uit lokale belastingen. Daarmee staan we bijna onderaan in de Europese Unie: alleen in Roemenië is de lokale overheid nog afhankelijker van de staat. 


Het maakt alle verhalen over de 'triomf van de stad' een tikje modieus. Of het nu gaat om belastingen, sociale zekerheid, energiepolitiek of onderwijs; het leven van de Nederlandse burger wordt nog altijd sterker bepaald door beslissingen op het Binnenhof dan door het beleid in het gemeentehuis. Uiteraard gebeurt er van alles op lokaal niveau en bruist het van de initiatieven en ideeën, van stadslandbouw tot stadsenergie. Maar laten we een beetje nuchter blijven. Als de tuinders of de distributiecentra van de grote supermarktketens in staking gaan, wordt het in de stad vechten om de laatste krop sla uit de buurtmoestuin. Als de knoppen van de energiecentrales worden dichtgedraaid, is het donker in de stad. Of neem kennisclusters, ook typisch iets waar steden graag mee pronken. In werkelijkheid ligt een internationaal topcluster als life sciences verspreid over Leiden, Amsterdam, Eindhoven en andere plaatsen. De kennis zit in personen, bedrijven, instellingen en hun netwerken. Het zou raar zijn om hun prestaties toe te schrijven aan een enkele stad.


En dan is er met de Nederlandse burgemeesters natuurlijk nog iets bijzonders aan de hand. Met nog een handvol andere landen in de democratische wereld worden ze hier niet gekozen door de bevolking. Het geeft ze in vergelijking met hun buitenlandse collega's een bleek politiek profiel. Tegenstanders van de gekozen burgemeester voeren dat altijd aan als argument tegen verandering: het zou uitdraaien op een teleurstelling omdat een gekozen burgemeester een te klein mandaat heeft om verkiezingsbeloftes waar te maken. En dus blijven Nederlandse burgemeesters de benoemde leiders van een dicht op elkaar gepakte verzameling grotere en kleinere steden. Polderaars die met veel overleg stapjes vooruit zetten. Bij ons geen mayors who rule the world. Dat vindt Benjamin Barber van het gelijknamige boek trouwens ook, want in interviews zegt de schrijver het over metropolitane regio's van tien miljoen inwoners of meer te hebben en Nederland te beschouwen als een grote stad. Als je het zo bekijkt heeft Nederland eigenlijk maar een echte super mayor: burgemeester Mark.

16 juli 2015

De eerlijkste stad

Wie vanuit Amsterdam beneden het IJ een zomers fietstochtje wil maken door het prachtige Waterland komt het eerste stuk door Amsterdam-Noord. Al snel na de veerpont begint dan de Van der Pekstraat. Het was altijd een entree die alle negatieve vooroordelen over 'Noord' bevestigde. Vervallen huisjes, dubieuze snackbars, beetje groezelig, beetje crimineel. Maar kijk nu eens. De straat is geherprofileerd, met in het midden drie dagen per week een markt. De woningen zijn gerenoveerd, waardoor je opeens ziet welke architectonische waarde ze hebben. Er is een mix van winkels gekomen, met een strakke vormgeving die verraadt dat er een plan achter zit. Café Oud Noord, dat er altijd al was, heeft gezelschap gekregen van een skate-shop, trendy horeca en foodstores en een curiosawinkel van bewoners. En de grootste shock: er is een boekhandel.
De eerste gedachte is dat de veryupping van Noord nu dus ook al heeft toegeslagen in die sjofele Van der Pekstraat. Toch ligt het net even anders. Ruim tien jaar geleden lag er een omvangrijk sloopplan voor de straat en de omliggende wijk. Het zijn de bewoners zelf die hebben gestreden voor behoud en renovatie. Na een jarenlange strijd kwam er vorig jaar een afspraak tussen bewonersorganisaties, de gemeente en de woningcorporatie om meer dan duizend woningen op te knappen. En die boekhandel? Die is er mede gekomen dankzij een crowdfunding-actie van buurtbewoners.
Het bestaat dus: gentrification voor en door de oorspronkelijke bewoners. En dat is goed om te weten. Want er wordt op dit moment heftig gediscussieerd in Amsterdam, maar ook in andere steden, over ongelijkheid in de stad. Daarbij lijkt gentrification de grote boosdoener. De term is model gaan staan voor het opdrijven van vastgoedprijzen, het wegjagen van bewoners en het onbetaalbaar worden van wijken voor 'gewone mensen'. Het is een term die te pas en te onpas wordt gebruikt om aan te geven dat het geld regeert, met uitkomsten die we niet willen. Zo wordt het ook een beetje een slordig begrip. Want voor je het weet heet elke ruimtelijke verandering waarbij waardestijging optreedt 'gentrification' en dan mag er dus bijna niets meer.
Misschien is gentrification - sowieso een woord dat veel mensen niets zegt - gewoon niet de meest bruikbare term. Misschien hebben we behoefte aan een nieuw frame voor het debat over ongelijkheid in de stad. Eind juni stond de maandelijkse talkshow Stadsleven van Tracy Metz in het teken van de 'eerlijke stad'. Een van de gasten was financiëel geograaf Ewald Engelen, die met drie collega's het manifest How to build a fairer city in de Britse krant The Guardian schreef. Steden moeten hun succes minder afmeten aan prestige-projecten en aan de competitie met andere steden, vindt Engelen. Ze zouden minder moeten kijken naar de (internationale) ranglijstjes en zich meer moeten afvragen hoeveel bewoners daadwerkelijk profiteren van nieuwe investeringen en ontwikkelingen. Een kernzin uit het manifest (in de vertaling op De Correspondent): 'Het succes van een stad moet niet worden afgemeten aan haar relatieve omvang en haar vermogen om soortgelijke steden de loef af te steken. De graadmeter moet zijn of die stad in staat is alledaagse goederen en diensten te distribueren, die een zo groot mogelijk aantal inwoners een beschaafd leven kunnen bieden.'
Amsterdam-Noord is een mooie proeftuin voor die eerlijke stad. Het gouden randje aan het IJ blinkt steeds feller, de Noord/Zuidlijn zal het stadsdeel straks nog gewilder maken. Tegelijkertijd ligt achter die opgeknapte Van der Pekstraat een van de twintig armste wijken van Nederland. Het aantal bewoners dat van de voedselbank gebruik
maakt, neemt toe. Dat zijn mensen die zich niet druk maken om het hipheidsgehalte van hun buurt. Ze zijn bezig met de vraag hoeveel ze aan het eind van hun vaste lasten nog overhouden om van te leven. Verhuizen is geen optie, want de sociale huursector wordt overal kleiner en duurder. En dat heeft niets te maken met gentrification of met Amsterdam, maar alles met het landelijk huurbeleid.
De ironie is dat juist in het snel populairder wordende Amsterdam de sociale huren nog altijd relatief laag zijn. Er is nog steeds - dankzij inspanningen van de gemeente en de woningcorporaties - een grote voorraad sociale huurwoningen én er is een grote groep mensen die daarop is aangewezen. Vanuit hun (steeds minder) goedkope huurwoning zien bewoners hun buurt veranderen. En ja, pas gearriveerde kopers hebben gemiddeld hogere maandlasten dan huurders, maar de cijfers wijzen uit dat huurders een groter deel van hun inkomen kwijt zijn aan wonen en dat dit verschil toeneemt. En dan is er nog het 'airbnb-effect': in een steeds groter deel van de stad verdienen huizenkopers een deel van hun woonlasten terug met toeristisch verhuur, iets wat sociale huurders niet mogen op straffe van huisuitzetting. 
Het zijn allemaal redenen om zoveel mogelijk mensen uit te nodigen op het feest van de vernieuwing. En dat geldt natuurlijk niet alleen voor Amsterdam, maar voor alle steden met ambitie. Nu nog wachten op nieuwe ranglijstjes. Welke stad is het meest inclusief? Welke stad slaagt er het best in om ruimtelijke investeringen ten goede van de bewoners te laten komen? Welke stad is het eerlijkst?


2 juli 2015

Kaartlezen (8) - Lost in Manipulation




Kijk eens goed naar dat logo van Kompas Koerier. Op subtiele wijze laat het 'inter & nationaal' pakjesbedrijf weten dat Vlieland toch echt te ver weg is. Het staat gewoon niet op de kaart. Bij Multi Service IJmond daarentegen is het IJsselmeer ingepolderd. Of willen ze misschien duidelijk maken dat je ze ook mag bellen als je midden op het water opeens asbest in de boot ontdekt? En het fraaie logo van schoonmaakbedrijf Ring Holland laat zien dat een kustlijn snel kan veranderen. Let vooral op de versterking van de Noordhollandse duinen. 
Nederland krijgt cartografisch heel wat te verduren. Bovenstaande foto's zijn slechts de oogst uit één Amsterdamse buurt. Je komt de vreemdste kaartjes tegen op het web, op straat, in kranten en tijdschriften. Met misvormde of samengesmolten eilanden, akelige overstromingen of nog onbestaande landaanwinningen. Nederland is natuurlijk ook een ingewikkeld land met al dat water, lastiger dan bijvoorbeeld België waar het alleen met het stukje Scheldemonding bij Antwerpen mis kan gaan. Een kaart van Nederland is eigenlijk altijd een compromis. De Afsluitdijk weglaten doet gedateerd aan. Maar een kaartje dat ook de Houtribdijk, de Zeeuwse dammen en de Flevolandse bruggen laat zien, wordt al snel te gedetailleerd. Een oplossing voor dat dilemma is om een heel nieuw kaartje te maken dat alleen de essentie laat zien; vijf bolletjes voor de Waddeneilanden, een uitsparing voor het IJsselmeer en een uitstulping voor Zeeland en Zuid-Limburg. Een soort karikatuur eigenlijk. Daar is Nederland dan wel weer heel geschikt voor. Het logo van de nieuwe partij VNL, van lijsttrekker Bram Moszkowicz, is daar een goed voorbeeld van:


Blijft natuurlijk de vraag waardoor die rare kaarten ontstaan. Mijn vermoeden: bewerking. Er is een goede basiskaart gebruikt, maar tijdens het scannen, knippen en plakken, verkleinen of vergroten zijn er vreemde dingen gebeurd. Een geval van lost in manipulation. Want afbeeldingssoftware kan tegenwoordig veel, maar er is nog altijd geen functie die waarschuwt: 'Bij deze bewerking gaat er een eiland verloren. Wilt u toch doorgaan?'

Verschenen in Geografie, uitgave van het KNAG, juni 2015

18 juni 2015

RO in de media, het blijft lastig

Het botert vaak niet tussen de landelijke media en ruimtelijke onderwerpen. Als er bijvoorbeeld weer eens een kritisch rapport is uitgekomen over de aanpak van achterstandswijken, gaan journalisten niet zelf kijken in zo'n achterstandswijk. Ze bellen liever een hoogleraar. Die houdt dan een genuanceerd verhaal, zo genuanceerd dat alle vooroordelen over het 'saaie' vakgebied worden bevestigd. Of ze gaan naar Ella Vogelaar, niet om te praten over de wijken maar om te praten over haar persoonlijke belevenissen als minister. ('En hoe voelde dat nou?'). Want dat is natuurlijk veel interessanter dan de vraag waarom we in Nederland nauwelijks echte ghetto's hebben en of dat misschien toch iets te maken heeft met de investeringen in achterstandswijken.

Afgelopen woensdag was het weer raak. Het programma De Nieuws BV op Radio1 besteedde aandacht aan de discussie over de groei van Amsterdam. Aanleiding was een artikel in Trouw waarin hoogleraren Zef Hemel en Frank van Oort pleiten voor een sterkere groei van de steden. Voor RO-watchers is het een bekende discussie: Nederland zou een echte metropool nodig hebben om internationaal mee te blijven tellen. Amsterdam heeft nooit een eerlijke kans gekregen om die metropool te worden. Nu het stedelijke woonmilieu geliefder is dan ooit, is het tijd om dat recht te zetten.

Hartstikke relevant allemaal en echt een onderwerp voor een nationale nieuwszender. Het gaat immers om een concrete vraag: moeten we blijven bouwen in randgemeenten als Almere, Zaanstad en Haarlemmermeer of moeten we al onze kaarten op Amsterdam zetten? Het begon nog redelijk, met architect Elma van Beek die vertelde dat er in Amsterdam-Noord en Zuidoost nog veel ruimte is om te bouwen. Vervolgens hadden de radiomakers kunnen kiezen voor meer diepgang. Ze hadden kunnen kiezen voor iemand die het er niet mee eens is dat we alle kaarten op Amsterdam moeten zetten. Friso de Zeeuw bijvoorbeeld, die al jaren zegt dat we niet alleen naar de grote steden maar ook naar het tussenliggende gebied moeten kijken. Of Pieter Tordoir, die onlangs samen met Regioplan De veranderende geografie van Nederland uitbracht, een uitgebreid onderzoek waarin de nadruk meer ligt op stedelijke netwerken dan op individuele steden.

Maar dat deed De Nieuws BV niet. Met wie ze wel belden? Met Dries Roelvink en Gerard Cox. Want Roelvink is een Amsterdammer en Cox is een Rotterdammer. En dat is lollig, snapt u, want Amsterdammers en Rotterdammers hebben altijd ruzie met elkaar. Gerard Cox had trouwens helemaal geen zin om te reageren en zei dat ook. Maar die weigering werd gewoon uitgezonden. Dus zelfs als grap was het mislukt, tenzij je het grappig vindt om Gerard Cox te horen zeggen dat hij niet wil meewerken aan een interview. Ik begon te verlangen naar Jack Spijkerman die luisteraars vroeger blij maakte met de mededeling dat ze een kluunwaps hadden gewonnen. En naar publieke media die ruimtelijke thema's de journalistieke diepgang geven die ze verdienen. 

11 juni 2015

Het hoeft niet met windmolens

Zaterdagochtend voor de ingang van de supermarkt, in gesprek met een verkoper.

V:      Dag meneer. Mag ik vragen waar u aan denkt bij het woord duurzaamheid?
M:     Ehm, nou ja. Aan producten die zijn gemaakt met respect voor de natuur en het landschap. En voor dieren en mensen.
V:      Dat is een mooie omschrijving. Denkt u ook aan energie?
M:     O ja, natuurlijk. Duurzame energie.
V:      Hoe zou u het vinden om rechtstreeks energie in te kopen bij iemand die u kent? Gegarandeerd honderd procent duurzaam en zonder tussenkomst van een grote energieproducent? Zo weet u precies wat u krijgt en waar het vandaan komt. Het mooiste is dat u ook nog eens minder betaalt dan bij de grote energiebedrijven. En wij regelen de overstap.
M:     Dat klinkt goed.
V:      Dan is dit misschien iets voor u.
(laat een spreadsheet met kleurige fotootjes zien)
Dit zijn allemaal boeren die bij ons zijn aangesloten. U kunt er zelf een uitkiezen. Als u bijvoorbeeld denkt: die vind ik leuk, dan wordt u daar afnemer van.
M:     Boer zoekt klant.
V:      Haha, precies.
M:     Ik heb er wel een probleem mee.
V:      En dat is?
M:     Ik zie overal windmolens op die plaatjes. En ik ben wel voor duurzame energie, maar niet zo voor windenergie.
V:      O. Waarom niet?
M:     Ik snap dat we een energietransitie moeten maken. Ik snap ook dat windenergie daarin een rol kan spelen. Maar ik vind niet dat het de hoofdrol moet zijn. Ik vind windenergie een nogal dure en lelijke oplossing en ik vrees ook dat het technisch snel zal worden ingehaald. Volgens mij kunnen we die miljarden van Henk Kamp slimmer besteden.
V:      Dat laatste ben ik met u eens. Windparken op zee zijn energiewinning volgens de oude methode, dus grootschalig en met grote energiebedrijven. En ze zijn inderdaad duur en slecht voor het milieu. Energie rechtstreeks van de boer is juist een alternatief daarvoor.
M:     Maar ik zie op jouw plaatjes allemaal lachende boeren met één windmolen achter hun rug. Daar redden we het natuurlijk nooit mee. Er is nu al veel protest tegen de plannen voor windparken op het land. Dan heb je het nog maar over één tot anderhalf procent verduurzaming van onze energievoorziening. Met een keuze voor windenergie maak je dus eigenlijk maar een klein stapje, tegen veel maatschappelijke onrust.
V:      Dat ben ik ook met u eens.
M:     We zijn het wel vaak eens hè?
V:      Ja. Er gaat te veel energie verloren aan de discussie over windmolens. Wind is inderdaad maar een onderdeel van het hele pakket. Daarom kun je bij ons ook terecht voor bio-energie. Of je kunt je aansluiten bij een zonnecollectief, waardoor je niet alleen energie voor jezelf opwekt maar ook overtollige energie kunt terugleveren aan het elektriciteitsnet én er geld voor ontvangen. De ontwikkelingen daarin gaan razendsnel.
M:     Dus het hoeft niet met windmolens?
V:      Dat klopt. Het hoeft niet met windmolens.
M:     Waarom maken jullie dat niet veel duidelijker? In de media lijkt het nu vaak of duurzame energie vooral windenergie betekent. Als je reclamespotjes op TV ziet voor groene energie, zie je windmolens draaien. Of neem nu die vergelijking met Denemarken die voortdurend wordt gemaakt. Hoe vaak heb ik dat verhaal nu al niet gehoord over het Deense wondereiland dat zogenaamd zelfvoorzienend is dankzij windmolens? Wat er nooit wordt bijverteld is dat er bijna geen kip woont op dat eilandje. Op ons eigen Texel hebben ze ook een lokale energiecooperatie. Daar halen ze energie uit zonnepanelen en biomassa en ze doen onderzoek naar getijde-energie. Er staat precies één windmolen op het eiland. De Texelaars begrijpen dat er weinig duurzaams is aan stalen reuzen in een kwetsbaar landschap.
V:      Maar u bent dus wel geïnteresseerd in duurzame energie rechtstreeks van de bron?
M:     Absoluut.
V:      Mag ik dan een folder meegeven?
M:     Ik kijk wel op de website. Da's duurzamer hè.
V:      Prettige dag nog.
M:     Prettige dag nog.

Energieneutrale woningen in Den Hoorn, Texel