2 oktober 2015

Kaartlezen (10) – Doedelzaktraining op dinsdag

                                                                              Afbeelding: J. Maizlish Mole

Elk zichzelf respecterend dorp of stadje zou er een moeten hebben: een mooie kaart op een prominente plek. Liefst een die pas aangekomen bezoekers direct aanspoort om de omgeving te verkennen. Op vakantie in Schotland kwam ik deze tegen, op het dorpsplein van Portree op het eiland Skye. Op het eerste gezicht is het niet eens zo’n heel bijzondere kaart, met een rustig kaartbeeld en met de hand ingetekende bomen, straatnamen en locaties. Tot je eens goed bestudeert wat er allemaal in dat priegelige handschrift staat geschreven. Many rabbits here. Helluva place for oil tanks. Cliffs!

De kaart is gemaakt door de van oorsprong Amerikaanse kunstenaar en muzikant J. Maizlish Mole, in opdracht van het eilandbestuur. Verdeeld over drie maanden maakte hij wandelingen op Skye. Alles wat hij tegenkwam sloeg hij op in zijn geheugen of schetsboek. Letterlijk alles: elk wandelpad of schapenpaadje, elk veldje of gebouw staat op de kaart. Maar wel zoals de maker het waarneemt. Bij winkels staat er bijvoorbeeld niet bij hoe de winkel precies heet, maar wat je er kunt kopen. Het resultaat is, schrijft Maizlish Mole op zijn website, een min of meer accurate weergave van de werkelijkheid. Het belangrijkste doel is niet om het landschap in kaart te brengen, maar zijn eigen beleving.

Eigenlijk vind ik dat de kunstenaar zichzelf daarmee tekort doet. Want veel informatiever dan dit kan een kaart niet worden. Op de grote kaart ontdek je niet alleen waar in het dorp Shinty – de ruwe, Schotse versie van hockey - wordt gespeeld, maar ook dat de wedstrijden op zaterdagmiddag zijn. Ook goed om te weten: bagpipe practice is op dinsdagavond. Wandelaars zien niet alleen direct waar de mooiste routes liggen, ze krijgen ook een lesje cultuurhistorie mee en worden gewaarschuwd voor kliffen en steile paden. Zelf nam ik het wandelpad rond de Scorrybreac-heuvel aan de oostkant van het dorp en ik kan bevestigen dat het daar inderdaad wet & lumpy is. Zo subjectief is de kaart dus niet, al zullen de bewoners van dirty looks en de beheerder van de sorry old pool daar misschien anders over denken. En dan nog: is niet elke kaart subjectief, want altijd gebaseerd op een keuze van wat de maker wel of niet wil laten zien?

Deze kaart heeft van alles het beste. Hij is gedetailleerd en toch overzichtelijk, persoonlijk en toch accuraat, kunstzinnig en toch bruikbaar. Als je hem bekijkt, krijg je een totaalbeeld dat alleen tekst of alleen een ‘normale’ kaart nooit zouden kunnen geven. Goed om te weten dat in deze tijd van Google Maps de mooiste kaarten nog altijd door mensenhanden worden gemaakt. 





Verschenen in Geografie, uitgave van het KNAG, oktober 2015

23 september 2015

Wie redt de blunderende ontwerper?


Wonen aan een plein heeft zijn voordelen. Een ervan is dat je kunt vertellen dat je aan een plein woont. Bij het woord 'plein' denken mensen al gauw aan fonteinen, standbeelden, monumentale bomen en gietijzeren bankjes onder maanlicht. Maar niet elk plein is een Vrijthof of een Place des Vosges. Mijn eigen buurtplein bestaat uit een stenig voetbalveld, een stenige speeltuin en een kinderdagverblijf met een stenige peuterspeelplek. Er is ook wat groen: een bomenveldje, op steen. Tussen de huizen en het plein is nauwelijks beschutting, waardoor er een 'sporthal-effect' ontstaat waarin peutergegil of pubergeschreeuw met gemak tot in de huiskamer reikt. Nog maar acht jaar geleden kreeg het plein een uitgebreide vernieuwingsbeurt. Blijkbaar is die gedaan door ontwerpers die dol waren op steen, geen aandacht hadden voor zaken als akoestiek, hittevorming en wateropvang en waren vergeten dat het plein de voortuin is van ruim driehonderd omwonenden.

Zo'n twee jaar geleden zat er opeens een hoopvol bericht in de nieuwsbrief van het buurtteam. Er was weer een budget voor verbetering. Het signaal dat er iets niet helemaal deugde aan het plein - dat inmiddels door meerdere bewoners was afgegeven - was blijkbaar opgepikt. Het geld zou niet zomaar worden besteed, maar in samenspraak met de buurt. Nadere berichten zouden volgen. Met lange tussenpauzes druppelde het goede nieuws binnen. Het was een kwestie van geduld en wachten op de uitnodiging om met zijn allen te gaan brainstormen.

Vorige maand was het dan zo ver. Op een zonnige namiddag verzamelden bewoners en professionals zich midden op het plein met zelf meegebrachte drankjes en hapjes. De sfeer was gemoedelijk. In een informele setting kreeg groot en klein de kans om van zich te laten horen. Er was een flipover met kleurige stickers waarop alle ideeën werden verzameld: een fontein, een kinderboerderij, bloemperken die door de bewoners zelf konden worden onderhouden. Er liep een man rond - ik had hem nog nooit gezien - die beweerde dat hij uitgebreid onderzoek had gedaan naar de wensen van de buurtbewoners. Daar was uitgekomen, zei hij, dat ze mediterrane planten wilden, want die deden hen 'terugdenken aan thuis'. Een ontwerper van de gemeente hoorde iedereen geduldig aan. Alle suggesties waren welkom, maar hij moest ook vertellen dat er een beperkt budget was dat 'in principe' alleen voor vergroening was bedoeld.

We zeggen het allemaal en we lezen het overal: dit is het tijdperk van de mondige burger. Plannen maken doe je samen of je doet het niet. De almachtige ontwerper, architect of stedenbouwer is verleden tijd. Dat vind ik ook. Tegelijkertijd betrapte ik mezelf tijdens die plein-picknick op de gedachte: 'Begin nou maar gewoon, want straks zijn we weer twee jaar verder'.

Had een grotere rol voor de bewoners kunnen zorgen voor een beter ontwerp bij de eerdere vernieuwingsbeurt van het plein? Dat hangt er vanaf, want de ene vorm van participatie is de andere niet. Er zijn geslaagde voorbeelden van community planning waarbij bewoners vanaf het begin letterlijk aan de ontwerptafel zitten. Ze vragen om veel inzet van professionals en hebben de grootste kans van slagen in buurten met een sterke sociale cohesie. (In de laatste ROmagazine staat er een lezenswaardig artikel over). Aan de andere kant van het spectrum zijn er de lichtere vormen van participatie, zoals inspraak per ideeënbus, waarbij het risico bestaat dat alleen de wensen van een kleine minderheid worden gehoord. Of er nu sprake is van participatie-heavy of participatie-light, in beide gevallen kunnen bewoners nooit al het werk van professionals overnemen. Ontwerpen aan een leefbare omgeving blijft een vak. Dat merk je aan zo'n buurtplein en aan alle andere openbare ruimtes waarbij je denkt: 'op papier zag het er waarschijnlijk beter uit.'

Luchtbakken

2 september 2015

Kaartlezen (9) - Kussen uit Polen


Dat lijkt wel een Vinex-wijk, dacht ik vorig jaar tijdens een treinvakantie in Polen. Bij het uitrijden van Warschau zag ik in het akkerland een nieuwe suburb in aanbouw. Strak van opzet, met veel dezelfde woningen en een mix van laagbouw en appartementen. Het had zo Almere kunnen zijn.

Ik moest eraan terugdenken toen ik deze kaart van de bevolkingsgroei in Europa tegenkwam. Het is een kaart om van te smullen. Door de fijnmazige indeling in regio's is hij zo gedetailleerd dat landen goed met elkaar kunnen worden vergeleken. Maar ook de kleurkeuze is slim. De groei rond grote steden is zichtbaar als een rode ring. Sommige sterk suburbaniserende steden lijken zo op de afdruk van lippenstift op een ansichtkaart. Het patroon is te zien rond steden als Rome, Praag, Boedapest, Boekarest en Madrid. Maar nergens is het zo duidelijk als in Polen. De economische groei van het land slaat niet alleen neer in de moderne hoofdstad Warschau maar ook in en rond steden als Wroclaw, Olsztyn, Poznan, Torun en Gdansk. Het reflecteert de opkomst van een middenklasse die na de breuk met het communisme de flatwijk heeft verruild voor een ruimere woning in een voorstad.

De kaart werd dit jaar gepubliceerd door het BBSR in Bonn, het Duitse onderzoeksbureau voor de gebouwde omgeving. Hij toont de gemiddelde jaarlijkse bevolkingsontwikkeling in Europa tussen 2001 en 2011, het laatste jaar waarover uit alle landen betrouwbare gegevens beschikbaar zijn. Behalve de suburbanisatie laat de kaart ook zien waar de Europese krimpregio's liggen: Zuidoost-Europa, de Baltische staten, Oost-Duitsland, Noordwest-Spanje. Opvallend sterke groeiers zijn Ierland en Frankrijk. Spanje groeit hard aan de costa's en rond Madrid. De Madrileense uitstraling bestrijkt een enorm gebied, een proces dat rond Parijs al langer aan de gang is en daar péri-urbanisation wordt genoemd.

Opvallend is verder dat Duitsland achterblijft bij de meeste andere West-Europese landen. De status van economische motor van Europa vertaalde zich in de periode 2001-2011 niet in bevolkingsgroei. Een mogelijke verklaring is dat de Duitse economische groei voor een deel is gebaseerd op lage lonen, waardoor werkzoekende migranten liever andere landen opzochten. 

Een grote versie van de kaart is hier te vinden.
 Verschenen in Geografie, uitgave van het KNAG, september 2015
 www.geografie.nl

25 augustus 2015

Altijd maar dat stomme voetbal

Ik woon aan een plein dat voor een groot deel is ingericht om op te voetballen. Laatst was er een picknick-middag voor de pleinbewoners. Er is geld voor vernieuwing, bewoners mochten met ideeën komen. Een jongetje van een jaar of zeven liet een plaatje zien van een kinderboerderij. Grazende schapen en geitjes voor de deur, dat leek hem leuk. 'Maar dan kan je niet meer voetballen', zei een volwassene. 'Weet je het zeker?' Ja, hij wist het zeker, zei het jochie.

Volgens mij moeten we beter naar dat jongetje luisteren. Niet dat ik een hekel heb aan voetbal. Integendeel, ik kijk graag naar wedstrijden op TV of naar het heerlijke geouwehoer in Voetbal Inside. Vroeger voetbalde ik zelf op straat, of liever nog op een grasveldje met twee jassen als doelpalen. Waar ik minder van hou, is de dominante plek die het voetbal inneemt in de openbare ruimte. Het voetbalplein is een vast onderdeel van bijna elke wijk, de laatste tijd vaak in de vorm van een voetbalkooi. In mijn buurt liggen twee voetbalpleinen op nog geen tweehonderd meter van elkaar. Op een paar minuten lopen liggen twee grote parken waarin ook prima kan worden gevoetbald, op echt gras. Wie graag wil voetballen zou daar ook terecht kunnen.

Natuurlijk moeten kinderen de ruimte hebben om te spelen in de stad. Maar wie heeft eigenlijk bedacht dat 'speelruimte' synoniem moet zijn aan 'voetbal'? Het lijkt eerder een gebrek aan fantasie dan een bewuste keuze; leg maar een plak steen of kunstgras neer met een paar strepen erop en we zijn klaar. Lekker makkelijk, lekker goedkoop in het onderhoud en alle kinderen blij.

Alle kinderen? Op mijn eigen voetbalplein zie ik dat er maar weinig écht wordt gevoetbald. Weinig partijtjes tussen twee teams, maar vaker een paar jongens - altijd jongens - die wat rondhangen en om beurten de bal op het doel knallen. De omwonenden van het plein worden dan urenlang getrakteerd op het geluid van een stuiterende bal. En op geschreeuw, want er is er altijd minstens één bij die vindt dat je een doelpunt moet vieren met oorverdovend gekrijs.


Halverwege de negentiende eeuw ontwikkelde de Britse filosoof Herbert Spencer de theorie dat kinderen een 'surplus aan energie' hebben. Speelplekken zouden zijn bedoeld om stoom af te blazen. Na een tijdje rennen, gillen en ruw gedrag zou het kind weer tot rust komen. Inmiddels weten we dat die theorie niet klopt en dat speelplekken zélf een grote invloed op het gedrag hebben. Op versteende, 'grijze' speelplekken gedragen kinderen zich drukker en minder sociaal dan op groene en gevarieerde speelplekken. Toch heeft de theorie van Spencer nog altijd ongemerkt veel invloed op de manier waarop speelplekken zijn ingericht. Veel speelplekken zijn open, versteend en fantasieloos. Om het tij te keren is in de VS en het Verenigd Koninkrijk een uitgebreide green playground beweging ontstaan.

Het voetbalplein is de ultieme grijze speelplek: lomp en luidruchtig. Toch zijn we het normaal gaan vinden dat kostbare open ruimte midden in woonwijken wordt opgeofferd aan voetbal, op een manier waar een grote meerderheid van de bewoners - onder wie ook veel kinderen - niets aan heeft. Zelden hoor je iemand zeggen dat zo'n voetbalplein of voetbalkooi gewoon lelijk is. Cruijff zou zeggen: je ziet het pas als je er naar kijkt.

Er moet iets beters te verzinnen zijn. Een kinderboerderij op mijn buurtplein zal er niet komen. Dat past vast niet binnen de regels. Maar ik zou de uitslag van een referendum 'voetbalveld of schapenveld' weleens willen zien. En anders zijn er nog duizend-en-één andere bestemmingsmogelijkheden dan dat eeuwige voetbal.