17 april 2015
11 april 2015
Modern sprookje
De koning van
Paardevijgenland had de wijze bij zich geroepen op het kasteel.
‘Wijze, dit
kan niet langer zo doorgaan. Het volk blijft de huizen maar warm stoken met
paardevijgen. Het gaat steeds erger stinken. We moeten iets verzinnen.’
De wijze wreef
over het gerimpelde voorhoofd.
‘Misschien is
er een oplossing, Sire. Ik heb gehoord van Waaibomenland. Daar ruikt het altijd
fris, de huizen zijn er altijd warm en de mensen zijn er altijd blij.’
‘En hoe doen
ze dat daar?’
‘Met
waaibomen, Sire.’
‘Waaibomen?’
‘Jawel, Sire.
Dat zijn hele bijzondere bomen. Als je er een tak afzaagt, groeit er meteen
weer een nieuwe aan.’
‘Dus als wij
ook waaibomen krijgen zijn al onze problemen verdwenen?’ vroeg de koning.
‘Alleen als er
genoeg waaibomen komen, Sire. Aan een paar waaibomen heb je niets.’
De koning
klapte in zijn handen.
‘Wij krijgen
ook waaibomen. Ik zal de boodschapper opdracht geven om het nieuws te
verspreiden over het land.’
‘Wijze, hoe
hoog kunnen waaibomen worden?’ vroeg het prinsesje, dat nieuwsgierig had
meegeluisterd.
‘Wel tien keer
zo hoog als de kasteeltoren, hoogheid,’ zei de wijze
‘Wauw!’ riep
het prinsesje. ‘Dat is superhoog!’
‘Inderdaad
hoogheid, daarom heten ze waaibomen.’
Er ging een
hele tijd voorbij. De koning van Paardevijgenland wachtte en wachtte. Tot hij
op een dag bezoek kreeg van de dorpshoofden uit het Noorden. ‘Sire,’ zeiden ze.
‘Wij vinden het een uitstekend idee van die waaibomen. Maar begrijpt u, onze
dorpen zijn maar klein en de waaibomen zijn zo groot. De boeren zijn bang dat
het land onvruchtbaar wordt.’
‘Dus jullie
hebben liever paardevijgen?’ vroeg de koning.
‘O nee, Sire,’
zeiden de dorpshoofden. ‘We hebben liever waaibomen. We denken alleen dat het
beter zou zijn als ze ergens anders zouden komen.’
Niet veel
later kwamen de dorpshoofden van de dorpen aan het Grote Meer langs op het
kasteel. ‘Sire,’ zeiden ze. ‘Wij steunen u volledig. Maar onze dorpen zijn maar
klein en de waaibomen zijn zo groot. De vissers zijn bang dat alle vissen
doodgaan.’
‘Dus jullie
hebben liever paardevijgen?’ vroeg de koning.
‘O nee, Sire,’
zeiden de dorpshoofden. ‘Paardevijgen zijn heel ouderwets. We denken alleen dat
het beter zou zijn als de waaibomen ergens anders zouden komen.’
Tenslotte
kreeg de koning bezoek van de dorpshoofden van de duindorpen.
‘Sire,’ zeiden
ze. ‘U bent een groot leider. Maar ziet u, onze dorpen zijn maar klein en de
waaibomen zijn zo groot. De kooplieden zijn bang dat de zon niet meer zal
schijnen.’
‘Dus jullie
willen doorgaan met paardevijgen?’ vroeg de koning.
‘Zeker niet,
sire. We willen waaibomen. Maar we denken dat het beter zou zijn als..’
‘Jaja, ik weet
het al,’ onderbrak de koning hen.
‘Lukt er dan
helemaal niets in dit land!’ riep de koning in zijn kasteel. ‘Nu hebben we nog
steeds geen waaibomen en stinkt het nog steeds naar paardevijgen. Was het hier
maar net als in Waaibomenland, waar het altijd fris ruikt en de huizen altijd
warm zijn en de mensen altijd blij.’
Even was het
stil in het kasteel. Toen zei de koning tegen het prinsesje:
‘Dochter,
vertel je moeder in de kasteeltuin dat ik op reis ga.’
‘Waar ga je
naartoe?’ vroeg het prinsesje.
‘Naar
Waaibomenland.’
‘Maar papa,
waar ligt dat eigenlijk?’
'Dat weet ik niet,’ zei de koning van Paardevijgenland. ‘Maar het móet
bestaan.’![]() |
| Afbeelding: NL Architects |
1 april 2015
Kaartlezen (6) - Wereldkampioen globalisering
![]() | |
| DHL Global Connectedness Index 2014 |
Ondanks de taaie materie is de index een lust voor het oog, met goed leesbare tabellen en inzichtelijke landenkaartjes die laten zien met welke partners elk land handel drijft. De internationale stromen van geld, goederen, mensen en informatie worden in beeld gebracht met fraaie wereldkaarten. Na een lange periode van 'regionalisering', waarbij vooral de relaties tussen omliggende landen toenamen, is de wereld sinds 2005 gestaag aan het globaliseren. De gemiddelde afstand waarover goederen, mensen en kapitaal zich verplaatsen neemt toe. Maar van een 'platte' wereld is nog lang geen sprake, schrijven de onderzoekers. Zo gaat van het internetverkeer nog slechts 17% over landsgrenzen heen. Ook de meeste handel vindt nog steeds plaats in de eigen regio. Zelfs voor Nederland geldt dat meer dan de helft van de export naar vier nabije handelspartners gaat: Duitsland, België, Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Opkomende wereldmacht China globaliseert sneller dan de meeste Westerse economieën, maar staat nog altijd op een bescheiden 84e plaats, vooral omdat een groot aandeel van de Chinese productie binnenslands blijft.
De eerste plaats van Nederland is niet alleen maar eervol. De koppositie is voor een deel te danken aan de grote in- en uitgaande investeringsstromen. Voor sommige politici mag het dan gevoelig liggen om Nederland een belastingparadijs te noemen, in de Global Connectedness Index draaien ze er niet om heen: meer dan 70% van de in- en uitgaande buitenlandse investeringen in Nederland komt voor rekening van special financial entities. Het zijn dus geen ‘echte’ investeringen van en in bedrijven, zoals wel het geval is in het verkeer tussen de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Daar staan we dan op de kaart, tussen andere grootmachten als de Kaaimaneilanden, Bermuda en de Britse Maagdeneilanden. Helemaal connected met de rest van de wereld via een postbus op de Zuidas.
![]() |
| Buitenlandse investeringen (voorraad) |
20 maart 2015
De straat op
Stad & Ruimte, zo heet het
tweedaagse programma dat woensdag van start ging op het Hembrugterrein, een
stoere locatie langs het Noordzeekanaal die nieuwe bezoekers tegelijk de kans
geeft hun mening te vormen over het veelbesproken stationsgebied van Zaandam.
Het lijkt bijna een statement om juist op de dag van de provinciale
verkiezingen een bijeenkomst te houden over de stad. Toch moest ook CdK in
Noord-Holland en IPO-voorzitter Johan Remkes in zijn openingsspeech erkennen
dat ruimtelijke ontwikkeling steeds meer tot een lokale zaak uitgroeit. Met de
nieuwe Omgevingswet, waarin het principe 'centraal wat moet, decentraal wat
kan' is vastgelegd, zal de bestuurscultuur veranderen, al zal dat niet vandaag
op morgen zijn. Ruimtelijk beleid, zei Remkes, wordt vooral een zaak van
faciliteren van gewenste ontwikkelingen; voor het vasthouden aan
'gedetailleerde ruimtelijke opvattingen' zal steeds minder plaats zijn.
Aanhaken bij nieuwe tijden, dat
was de gemene deler tijdens de presentaties. De nieuwe economie bestaat uit
circulaire stromen en stroompjes waarin het onderscheid tussen consument en
producent vervaagt, zei Ronald van den Hoff, eigenaar van flexibele
werkplek-verhuurder Seats2meet. Vragers en aanbieders zijn met elkaar verbonden
door social media. Ze zijn weliswaar niet langer gebonden aan vaste
werkplekken, maar ze hebben wél een fysieke plek nodig. Dat vraagt om een
andere manier van denken over stedelijke kwaliteit dan we tot nu toe gewend
zijn. De generatie die na 1980 is geboren doet alleen nog mee als interactie
mogelijk is, zei Kai van Hasselt van Shinsekai Analysis. Steden zouden daar
rekening mee moeten houden als ze hun toeristische mogelijkheden willen
uitbuiten. De rol van de overheid is om voeling te houden met de unieke kwaliteiten
in de stad en die te versterken. Denken in doelgroepen is daarbij prima, maar
sturen gaat vaak beter op een subtiele manier; zeg bijvoorbeeld niet dat je
modestad bent, maar laat niche-kaartjes verspreiden waarop alleen
mode-gerelateerde bedrijven staan.
Inspiratie
komt soms ook via een verrassende omweg. Historicus Piet Kleij vertelde over de
geschiedenis van de Zaanstreek. Die bestond tot 1974 uit zeven kleine
gemeenten, waarvan het bestuur nauwelijks een dagtaak kon worden genoemd.
Bestuurders deden er van alles bij en naast. De legendarische Zaandamse
burgemeester Kornelis ter Laan was neerlandicus en schreef in de vrije uren een
woordenboek van het Gronings, dat nog steeds geldt als een standaardwerk.
Anderen waren boer, ondernemer of onderwijzer. Zo kwamen ze overal, kenden ze
iedereen en wisten ze wat er speelde. Ook de huidige generatie bestuurders, zei Kleij, doet er goed aan om de
voelsprieten in de samenleving te steken. Het sloot mooi aan op wat de andere
sprekers betoogden. De stedelijke opgave van nu vraagt om lokaal maatwerk. Daar
horen politici, ambtenaren en andere stadmakers bij die weigeren om zich
vierentwintig uur per dag te laten opslokken door lopende zaken. De stad maak
je niet in de vergaderkamer, die maak je op straat.
4 maart 2015
Kaartlezen (5) - De geografie van Airbnb
![]() |
| Airbnb in Utrecht, afbeelding OSCity |
Meer dan tien miljoen mensen hebben wereldwijd inmiddels
gebruik gemaakt van Airbnb, het webplatform waarop particulieren hun woning
tijdelijk kunnen verhuren. Het systeem is in hoge mate zelfregulerend. Huurders
en verhuurders staan met elkaar in contact, wie meer belooft dan hij waarmaakt
mag rekenen op een slechte recensie. Samen met de particuliere taxi-service
Uber wordt Airbnb beschouwd als de voorloper van een nieuwe deel-economie. Over
de vraag hoe groot de trend precies zal worden en hoe blij we ermee moeten
zijn, wordt nog flink gediscussieerd. Duidelijk is in elk geval dat Airbnb het
stedelijk ruimtegebruik verandert. Waar hotels voor verblijfstoerisme meestal
zijn geconcentreerd in het stadscentrum, of een deel daarvan, liggen
Airbnb-adressen meer verspreid over de stad.
Non-profit webplatform OSCity bracht alle
Airbnb's in Nederland in kaart. De
interactieve site toont de aangeboden woningen (rood), afgezet tegen
reguliere hotelaccommodaties (blauw). Amsterdam is de onbetwiste koploper; de
hoofdstad heeft met ruim zesduizend adressen de helft van alle Nederlandse
Airbnb's. Die liggen niet alleen in de binnenstad. Inzoomen op de kaart laat
zien dat de dichtheid even hoog is, in sommige wijken zelfs hoger, in
omliggende wijken Pas buiten de ringweg
A10 neemt het aantal adressen flink af. Het Airbnb-effect versterkt de trend
van gentrification, waarbij een steeds groter deel van de stad een
kosmopolitisch karakter krijgt. Ook in andere steden is het patroon zichtbaar.
Zo doen in Utrecht woonwijken als Wittevrouwen, de Vogelenbuurt en Lombok goed
mee met de historische binnenstad. In Vinex-wijk Leidsche Rijn zijn de
aangeboden woningen daarentegen op een hand te tellen, net als in groeikernen
als Nieuwegein en Houten. Voor de gegevens is gebruikt gemaakt van de Airbnb website
(augustus 2014).
Met het succes is er ook kritiek. Airbnb zou valse
concurrentie zijn voor echte hotels en de vastgoedprijzen in toch al populaire
buurten nog verder opdrijven. Overheden staan voor de opdracht de trend in de
bestaande regelgeving te passen. In Amsterdam is vakantieverhuur voor maximaal
twee maanden per jaar toegestaan en voor sociale huurwoningen helemaal
verboden. Handhaving van die regels is echter lastig en kostbaar. Volgens een
schatting van de gemeente zou de stad bij een verscherpte controle ruim
drieduizend woningen kunnen 'vrijmaken' voor normale bewoning.
Het in San Francisco opgerichte Airbnb liet onderzoek doen
waaruit blijkt dat de website juist een zegen is voor steden. Niet alleen
zouden Airbnb-gasten langer blijven en spenderen ze meer dan traditionele
hotelgasten, de winst slaat ook neer op niet-traditionele plekken. Inwoners en
buurten die eerder niet profiteerden van toerisme, doen dat nu wel. Zo zou meer dan
de helft van alle uitgaven van Airbnb-gasten in San Francisco en Sydney worden gedaan in de
direct omliggende wijk, die meestal buiten het traditionele hotelgebied ligt.
Het zijn natuurlijk resultaten uit een niet-onafhankelijke bron. Maar de
kaart van OScity steunt de claim dat Airbnb de geografie van het
verblijfstoerisme verruimt. Het geluid van rolkoffers klinkt dankzij het
zelf-hotelieren op plaatsen waar het eerder nooit klonk.
Verschenen in Geografie, uitgave van het KNAG, maart 2015
Abonneren op:
Posts (Atom)





