1 april 2015

Kaartlezen (6) - Wereldkampioen globalisering


DHL Global Connectedness Index 2014
Globalisering is zo’n veelgebruikte term waarvan iedereen ongeveer weet wat die betekent. Maar ongeveer is niet precies. Ook globalisering kun je meten en in kaart brengen. Een van de onderzoeken waarin dat wordt gedaan is de jaarlijkse Global Connectedness Index, uitgebracht door koeriersbedrijf DHL. Aan de hand van een aantal indicatoren - verkeer van goederen, diensten kapitaal, personen, internet en telefoon - worden trends in globalisering onderzocht. Elk land krijgt een eigen score. In de laatste monitor, met 2013 als peiljaar, staat Nederland bovenaan, voor Ierland, Singapore en België. 

Ondanks de taaie materie is de index een lust voor het oog, met goed leesbare tabellen en inzichtelijke landenkaartjes die laten zien met welke partners elk land handel drijft. De internationale stromen van geld, goederen, mensen en informatie worden in beeld gebracht met fraaie wereldkaarten. Na een lange periode van 'regionalisering', waarbij vooral de relaties tussen omliggende landen toenamen, is de wereld sinds 2005 gestaag aan het globaliseren. De gemiddelde afstand waarover goederen, mensen en kapitaal zich verplaatsen neemt toe. Maar van een 'platte' wereld is nog lang geen sprake, schrijven de onderzoekers. Zo gaat van het internetverkeer nog slechts 17% over landsgrenzen heen. Ook de meeste handel vindt nog steeds plaats in de eigen regio. Zelfs voor Nederland geldt dat meer dan de helft van de export naar vier nabije handelspartners gaat: Duitsland, België, Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Opkomende wereldmacht China globaliseert sneller dan de meeste Westerse economieën, maar staat nog altijd op een bescheiden 84e plaats, vooral omdat een groot aandeel van de Chinese productie binnenslands blijft. 

De eerste plaats van Nederland is niet alleen maar eervol. De koppositie is voor een deel te danken aan de grote in- en uitgaande investeringsstromen. Voor sommige politici mag het dan gevoelig liggen om Nederland een belastingparadijs te noemen, in de Global Connectedness Index draaien ze er niet om heen: meer dan 70% van de in- en uitgaande buitenlandse investeringen in Nederland komt voor rekening van special financial entities. Het zijn dus geen ‘echte’ investeringen van en in bedrijven, zoals wel het geval is in het verkeer tussen de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Daar staan we dan op de kaart, tussen andere grootmachten als de Kaaimaneilanden, Bermuda en de Britse Maagdeneilanden. Helemaal connected met de rest van de wereld via een postbus op de Zuidas.

Buitenlandse investeringen (voorraad)


Verschenen in Geografie, uitgave van het KNAG, april 2015

20 maart 2015

De straat op

Stad & Ruimte, zo heet het tweedaagse programma dat woensdag van start ging op het Hembrugterrein, een stoere locatie langs het Noordzeekanaal die nieuwe bezoekers tegelijk de kans geeft hun mening te vormen over het veelbesproken stationsgebied van Zaandam. Het lijkt bijna een statement om juist op de dag van de provinciale verkiezingen een bijeenkomst te houden over de stad. Toch moest ook CdK in Noord-Holland en IPO-voorzitter Johan Remkes in zijn openingsspeech erkennen dat ruimtelijke ontwikkeling steeds meer tot een lokale zaak uitgroeit. Met de nieuwe Omgevingswet, waarin het principe 'centraal wat moet, decentraal wat kan' is vastgelegd, zal de bestuurscultuur veranderen, al zal dat niet vandaag op morgen zijn. Ruimtelijk beleid, zei Remkes, wordt vooral een zaak van faciliteren van gewenste ontwikkelingen; voor het vasthouden aan 'gedetailleerde ruimtelijke opvattingen' zal steeds minder plaats zijn.

Aanhaken bij nieuwe tijden, dat was de gemene deler tijdens de presentaties. De nieuwe economie bestaat uit circulaire stromen en stroompjes waarin het onderscheid tussen consument en producent vervaagt, zei Ronald van den Hoff, eigenaar van flexibele werkplek-verhuurder Seats2meet. Vragers en aanbieders zijn met elkaar verbonden door social media. Ze zijn weliswaar niet langer gebonden aan vaste werkplekken, maar ze hebben wél een fysieke plek nodig. Dat vraagt om een andere manier van denken over stedelijke kwaliteit dan we tot nu toe gewend zijn. De generatie die na 1980 is geboren doet alleen nog mee als interactie mogelijk is, zei Kai van Hasselt van Shinsekai Analysis. Steden zouden daar rekening mee moeten houden als ze hun toeristische mogelijkheden willen uitbuiten. De rol van de overheid is om voeling te houden met de unieke kwaliteiten in de stad en die te versterken. Denken in doelgroepen is daarbij prima, maar sturen gaat vaak beter op een subtiele manier; zeg bijvoorbeeld niet dat je modestad bent, maar laat niche-kaartjes verspreiden waarop alleen mode-gerelateerde bedrijven staan.

Inspiratie komt soms ook via een verrassende omweg. Historicus Piet Kleij vertelde over de geschiedenis van de Zaanstreek. Die bestond tot 1974 uit zeven kleine gemeenten, waarvan het bestuur nauwelijks een dagtaak kon worden genoemd. Bestuurders deden er van alles bij en naast. De legendarische Zaandamse burgemeester Kornelis ter Laan was neerlandicus en schreef in de vrije uren een woordenboek van het Gronings, dat nog steeds geldt als een standaardwerk. Anderen waren boer, ondernemer of onderwijzer. Zo kwamen ze overal, kenden ze iedereen en wisten ze wat er speelde. Ook de huidige generatie bestuurders, zei Kleij, doet er goed aan om de voelsprieten in de samenleving te steken. Het sloot mooi aan op wat de andere sprekers betoogden. De stedelijke opgave van nu vraagt om lokaal maatwerk. Daar horen politici, ambtenaren en andere stadmakers bij die weigeren om zich vierentwintig uur per dag te laten opslokken door lopende zaken. De stad maak je niet in de vergaderkamer, die maak je op straat.
 

4 maart 2015

Kaartlezen (5) - De geografie van Airbnb


Airbnb in Utrecht, afbeelding OSCity
Meer dan tien miljoen mensen hebben wereldwijd inmiddels gebruik gemaakt van Airbnb, het webplatform waarop particulieren hun woning tijdelijk kunnen verhuren. Het systeem is in hoge mate zelfregulerend. Huurders en verhuurders staan met elkaar in contact, wie meer belooft dan hij waarmaakt mag rekenen op een slechte recensie. Samen met de particuliere taxi-service Uber wordt Airbnb beschouwd als de voorloper van een nieuwe deel-economie. Over de vraag hoe groot de trend precies zal worden en hoe blij we ermee moeten zijn, wordt nog flink gediscussieerd. Duidelijk is in elk geval dat Airbnb het stedelijk ruimtegebruik verandert. Waar hotels voor verblijfstoerisme meestal zijn geconcentreerd in het stadscentrum, of een deel daarvan, liggen Airbnb-adressen meer verspreid over de stad.

Non-profit webplatform OSCity bracht alle Airbnb's in Nederland in kaart. De  interactieve site toont de aangeboden woningen (rood), afgezet tegen reguliere hotelaccommodaties (blauw). Amsterdam is de onbetwiste koploper; de hoofdstad heeft met ruim zesduizend adressen de helft van alle Nederlandse Airbnb's. Die liggen niet alleen in de binnenstad. Inzoomen op de kaart laat zien dat de dichtheid even hoog is, in sommige wijken zelfs hoger, in omliggende wijken  Pas buiten de ringweg A10 neemt het aantal adressen flink af. Het Airbnb-effect versterkt de trend van gentrification, waarbij een steeds groter deel van de stad een kosmopolitisch karakter krijgt. Ook in andere steden is het patroon zichtbaar. Zo doen in Utrecht woonwijken als Wittevrouwen, de Vogelenbuurt en Lombok goed mee met de historische binnenstad. In Vinex-wijk Leidsche Rijn zijn de aangeboden woningen daarentegen op een hand te tellen, net als in groeikernen als Nieuwegein en Houten. Voor de gegevens is gebruikt gemaakt van de Airbnb website (augustus 2014).

Met het succes is er ook kritiek. Airbnb zou valse concurrentie zijn voor echte hotels en de vastgoedprijzen in toch al populaire buurten nog verder opdrijven. Overheden staan voor de opdracht de trend in de bestaande regelgeving te passen. In Amsterdam is vakantieverhuur voor maximaal twee maanden per jaar toegestaan en voor sociale huurwoningen helemaal verboden. Handhaving van die regels is echter lastig en kostbaar. Volgens een schatting van de gemeente zou de stad bij een verscherpte controle ruim drieduizend woningen kunnen 'vrijmaken' voor normale bewoning.

Het in San Francisco opgerichte Airbnb liet onderzoek doen waaruit blijkt dat de website juist een zegen is voor steden. Niet alleen zouden Airbnb-gasten langer blijven en spenderen ze meer dan traditionele hotelgasten, de winst slaat ook neer op niet-traditionele plekken. Inwoners en buurten die eerder niet profiteerden van toerisme, doen dat nu wel. Zo zou meer dan de helft van alle uitgaven van Airbnb-gasten in San Francisco en Sydney worden gedaan in de direct omliggende wijk, die meestal buiten het traditionele hotelgebied ligt. Het zijn natuurlijk resultaten uit een niet-onafhankelijke bron. Maar de kaart van OScity steunt de claim dat Airbnb de geografie van het verblijfstoerisme verruimt. Het geluid van rolkoffers klinkt dankzij het zelf-hotelieren op plaatsen waar het eerder nooit klonk.

Verschenen in Geografie, uitgave van het KNAG, maart 2015

15 februari 2015

Zaken als ruimtelijke ordening

'De provincie is natuurlijk niet zo bekend en heeft niet zo'n groot takenpakket', hoorde ik Hans Wiegel zeggen op de bank bij Wakker Nederland. Het is een geluid dat rond elke Provinciale Statenverkiezingen terugkeert: provincies houden zich bezig met zaken die de harten van kiezers niet sneller doen kloppen. Zaken als - denk het licht neerbuigende toontje er zelf bij - ruimtelijke ordening, verkeer en natuur. En daarom is het onvermijdelijk dat die verkiezingen in het teken staan van de landelijke politiek en dat de campagnes worden gekaapt door landelijke kopstukken. Soms met ondersteuning van landelijke kopstukken uit de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Het is een self fulfilling prophecy. Zolang we elkaar vertellen dat ruimtelijke ordening geen aansprekend thema is, zal het dat ook niet worden. Een gemiste kans. Want als er één beleidsveld is waarop concrete beslissingen moeten worden genomen, met gevolgen die voor iedereen zichtbaar zijn, dan is het wel ruimtelijke ordening. Neem de discussie rond weidewinkels die op dit moment in verschillende regio's speelt. Terwijl andere winkelketens een overlevingsstrijd voeren, wil de Franse sportgigant Decathlon flink uitbreiden. Gemeenten zien het als een kans op meer banen - en meer reuring, want het bedrijf organiseert graag evenementen. Maar de komst van megastores past niet in het provinciaal beleid, dat voorschrijft dat uitbreiding van de detailhandel bij voorkeur in bestaand winkelgebied moet plaatsvinden. Zuid-Holland haalde daarom een streep door de plannen in Den Haag en Schiedam. In Arnhem is de komst van de Fransen uitgesteld door een rechtszaak van een concurrerend winkelcentrum. De provincie Gelderland wil zich er voorlopig niet mee bemoeien, eerder gebruikte de provincie haar veto wel bij plannen voor een vestiging van klusketen Hornbach.

Zo'n Decathlon-discussie lijkt me een prachtig en actueel thema voor in de verkiezingscampagne. Provinciale partijen die tegen megawinkels zijn, kunnen zich profileren als redders van de geplaagde binnensteden. De voorstanders zouden daar tegen in kunnen brengen dat je leegstand toch niet tegenhoudt. Of dat er niks mis is met detailhandel op autolocaties omdat de meeste mensen zich per auto verplaatsen. Zo zijn er overal ruimtelijke thema's die de gemoederen bezighouden, van woningbouw en parkeren tot windmolens en ontpoldering.

Ruimtelijke ordening is volop politiek, maar het is net of we dat liever verhullen. Ik moest daar ook aan denken tijdens de bijeenkomst Knoop? Punt! afgelopen maandag, waar een manifest werd gepresenteerd om een praktijk van Transit Oriented Development (TOD) van de grond te krijgen. Onderzoeker Wendy Tan hield een inspirerend betoog over knooppuntontwikkeling rond stations. Dat thema krijgt nog weinig handen op elkaar in politiek en bestuur. Ja, er is meer regie nodig en de schotten tussen de verschillende sectoren en budgetten moeten verder worden geslecht. Dat is het bekende verhaal uit de vakwereld. Maar daaraan voorafgaand, zei Tan, moeten we ons eerst afvragen wat we eigenlijk met knooppuntontwikkeling willen bereiken. Het thema moet worden verbonden met de behoeften van burgers. Zoals van ouders die kinderopvang zoeken op de meest geschikte plek, of van senioren die mobiel willen blijven en toegang tot voorzieningen willen houden. Een discussie over de kwaliteit van het leven dus eigenlijk. Als dat geen politiek is.


Decathlon-vestiging in Roeselare (B)

6 februari 2015

Kaartlezen (4) - De iOS-Android breuk

Amsterdam
Zoals je uitgesproken bierdrinkers en wijndrinkers hebt, zo zijn er ook typische Android-gebruikers en iOS-gebruikers. En net als bij bier en wijn is er een verschil in geografische spreiding. Mensen die het besturingssysteem iOS (van Apple) op hun smartphone of tablet hebben, wonen op andere plekken dan gebruikers van Android, uitgebracht door Google en onder meer te vinden op Samsung-toestellen. Het Amerikaanse bedrijf Mapbox maakte op basis van 280 miljoen twitterberichten een interactieve wereldkaart die de spreiding van besturingssystemen laat zien. Het levert een spannend kaartbeeld op, met steden die fel oplichten als twittereilanden in een zee van digitale stilte. In de meeste grote steden blijkt een kern van iOS-gebruikers aanwezig in het centrum en in rijkere buurten. Zo wordt in Seoel, thuishaven van Apple-concurrent Samsung, een rode iOS-enclave omgeven door Android-groen. In Rio de Janeiro zijn de zuidelijke strandwijken rood en is het volksere noorden groen. De regio Amsterdam kleurt rood in het centrum, rond de stations en op Schiphol, het groen ligt meer verspreid.

De verschillen worden wel enigszins overdreven op de kaart. Wie inzoomt, ziet meer rode stippen verschijnen in groene gebieden en vice versa. Maar het patroon is duidelijk: iOS is oververtegenwoordigd in de meer welvarende en trendy gebieden, Android daarbuiten. Het weerspiegelt de posities van de twee merken, die samen het overgrote deel van de mobiele markt hebben veroverd. De toestellen die op iOS draaien – de iPhones en iPads van Apple – zijn gemiddeld een stuk duurder dan smartphones en tablets met het Android-systeem. Apple biedt apps en andere software die exclusief voor het eigen systeem zijn ontwikkeld en de typische Apple-consument gebruikt de smartphone of tablet ook vaker om aankopen te doen. Volgens marktanalyses is de marktwaarde van een iOS-gebruiker daardoor ongeveer vier keer zo groot als die van een Android-gebruiker. Daar staat tegenover dat Android wereldwijd meer wordt verkocht, inmiddels ook in Nederland.

De kaart van Mapbox toont dus een tweedeling tussen mensen die zich de luxe van een iPhone of iPad kunnen en willen veroorloven en degenen die dat niet doen. Is die mobiele sociaal-economische kloof reden tot zorg? Volgens sommigen wel. Ontwikkelaars en softwarebedrijven zouden meer aandacht moeten hebben voor toepassingen die voor Android geschikt zijn, vindt Cennydd Bowles, productontwikkelaar bij Twitter. De vraag welk systeem beter is, doet volgens hem niet meer ter zake. Android heeft zo’n groot marktaandeel veroverd in opkomende landen dat het daar voor een lange periode het dominante systeem zal zijn. Mobiele technologie kan de belofte van een betere wereld pas waarmaken als ontwikkelaars zich niet slechts beperken tot de klanten met het hoogste winstpotentieel, schreef Bowles vorig jaar op zijn site.

Je kunt het natuurlijk ook van een positieve kant bekijken. Zo’n kaart als van Mapbox had enkele jaren geleden niet gemaakt kunnen worden. De smartphone, tot voor kort een luxeproduct, is doorgedrongen tot in alle hoeken van de wereld.

Los Angeles
Rio de Janeiro
Seoel
Verschenen in Geografie, uitgave van het KNAG, februari 2015